Feiten en context
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.
De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.
De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.
Argumentatie
Het is verantwoord is een gemeentebelasting te heffen op alle opslagplaatsen voor versleten voertuigen en/of schroot, die de landschappen ontsieren.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Juridische grond
Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Financiële gevolgen
Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.
Stemming
Eenparig
BESLUIT
Artikel 1 - Begripsomschrijving
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op elke opslagplaats voor versleten en definitief buiten gebruik gestelde voertuigen en/of schroot, aangelegd op het grondgebied van de gemeente Boechout en gelegen in open lucht, zichtbaar van op de begane grond vanaf welk punt ook van één of meer openbare wegen.
De jaarlijkse belasting is ondeelbaar verschuldigd voor gans het jaar wat ook de datum is waarop de exploitatie aanvangt of eindigt.
Door opslagplaats wordt bedoeld elke niet overdekte verzamelplaats voor versleten voertuigen en/of schroot, ongeacht de hoeveelheid hiervan.
Onder versleten voertuigen wordt verstaan, hetzij voertuigen die niet meer kunnen gebruikt worden, maar waarvan het koetswerk nog bestaat, hetzij gebruikte voertuigen die nog bruikbaar kunnen gemaakt worden of die nog dienstig kunnen zijn als onderdelen van andere voertuigen.
Artikel 2 - Belastingplichtige
Belastingplichtige is:
De belastingplichtigheid is enkel solidair ten aanzien van de eigenaar vermeld onder sub. 2.
Artikel 3 - Tarief van de belasting
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 0,50 per m², in functie van de totale oppervlakte van het terrein waarop de opslagplaats, met inbegrip van haar bijgebouwen en verwerkingsatelier, met een minimum van € 150.
Gaat de oppervlakte uit boven 2 500 m², dan bedraagt de jaarlijkse belasting € 0,25 per m², met een minimum van € 1.300.
Indien een belastingplichtige verschillende opslagplaatsen heeft, is hij deze belasting verschuldigd per opslagplaats afzonderlijk en niet overeenkomstig de gezamenlijke oppervlakte van de verschillende opslagplaatsen samen.
Artikel 4 - Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 december van het belastingjaar aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 5 - Vrijstellingen
Is vrij van deze belasting:
Artikel 6 - Inkohiering
De invordering van de belasting geschiedt door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting en in geval van herhaling aan het dubbel van het bedrag.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 7 - Betalingstermijn
Aan de belastingplichtige wordt een aanslagbiljet kosteloos toegezonden.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8 - Bezwaar
De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 9. Bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.