Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, paragraaf 3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005 tot wijziging van het besluit van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

 

Artikel 1 - Belastingtermijn

Voor het aanslagjaar 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting op ontgravingen of overplaatsingen vastgesteld.

 

Artikel 2 - Belastbare grondslag en tarieven

De belasting voor een ontgraving van een kist uit volle grond of kelder of een urne uit volle grond bedraagt € 500.

De belasting voor de overplaatsing van een urne uit een urnenveld of de columbariumwand of columbariumzuil (naar een andere locatie binnen de begraafplaats, naar een andere locatie buiten de begraafplaats of bij uitstrooiing van de assen) bedraagt € 250.

Deze kosten worden eventueel nog verhoogd met de op dat moment geldende retributie voor een nieuwe concessie. De retributie is verschuldigd door diegene die de machtiging tot ontgraving of overplaatsing vraagt. De ontgraving van stoffelijke resten gebeurt steeds door een erkende, private firma aangesteld door de gemeente. De daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de aanvrager.

Tevens,  dient de aanvrager rekening te houden met bijkomende kosten voor een eventuele verwijdering, overplaatsing, aanpassing of plaatsing van graftekens, kosten voor een begrafenisondernemer om te voorzien in de crematie of benodigdheden zoals een nieuwe kist of nieuwe urne om de overbrenging te kunnen uitvoeren.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

De belasting wordt gevorderd van diegene die om de ontgraving of overplaatsing verzoekt. Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting. Ze wordt dan opgenomen in een kohier.

 

Artikel 4 - Vrijstellingen

Deze belasting is niet toepasselijk op :

  1. ontgravingen op bevel van de gerechtelijke overheid.
  2. ontgravingen van stoffelijke resten of de verplaatsing van de urnen met de as, uitgevoerd op initiatief van de gemeente in het kader van de overbrenging van de stoffelijke resten van een concessie, die wordt beëindigd bij het sluiten van een begraafplaats, naar een concessie op de nieuwe begraafplaats.
  3. ontgravingen van militairen en burgers die overleden in dienst van het vaderland.

 

Artikel 5 - Bezwaar

De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 6 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.