Philip Verstappen Xander Meeuwesen Christel Naenen Mieke Kaniszai Joost Derkinderen Kris Swaegers Dirk Crollet Nathalie Van Puyvelde Koen T'Sijen Lode Van den Brande Jesse Franquet Tine Bracke Ria Van Den Heuvel Rudi Goyvaerts Bruno Doms Jan Geudens Annelies Veron Erik Philibert Ann Milbau Els Augustinus Sven Snyders Katrijne Van Hoof Bjorn Aertgeerts Philip Verstappen Xander Meeuwesen Christel Naenen Mieke Kaniszai Joost Derkinderen Kris Swaegers Dirk Crollet Nathalie Van Puyvelde Koen T'Sijen Lode Van den Brande Jesse Franquet Tine Bracke Ria Van Den Heuvel Rudi Goyvaerts Bruno Doms Annelies Veron Erik Philibert Ann Milbau Els Augustinus Sven Snyders Katrijne Van Hoof Bjorn Aertgeerts Rudi Goyvaerts Els Augustinus Katrijne Van Hoof Koen T'Sijen Nathalie Van Puyvelde Kris Swaegers Joost Derkinderen Ria Van Den Heuvel Bruno Doms Jesse Franquet Xander Meeuwesen Dirk Crollet Philip Verstappen Christel Naenen Erik Philibert Annelies Veron Bjorn Aertgeerts Sven Snyders Mieke Kaniszai Tine Bracke Lode Van den Brande Ann Milbau aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Feiten en context
De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.
De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.
De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.
Argumentatie
Overwegende dat het nodig is het vrijkomen van bouwgronden op het grondgebied van de gemeente te bevorderen en om grondspeculatie tegen te gaan.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Juridische grond
Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek, voor zover het niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, meer bepaald artikel 3.2.5. en volgende.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dd. 15 mei 2009, inzonderheid artikel 5.6.2.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.
Financiële gevolgen
Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.
Stemming
13 stemmen voor
Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen
5 stemmen tegen
Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts
4 onthoudingen
Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau
BESLUIT
Artikel 1. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2. Belastingtermijn en belastbare grondslag
De gemeente Boechout heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031, een jaarlijkse rechtstreekse belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Artikel 3. Belastingplichtige
§1 De activeringsheffing bezwaart het eigendom en is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het heffingsjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel.
§2 Ingeval van overdracht van eigendom is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de overdracht van rechten onder de partijen heeft plaats gehad.
Als datum van overdracht van rechten onder partijen wordt genomen de datum van het verlijden van de akte voor de notaris.
§3 Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.
§4 Zo er meerdere heffingsplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing.
§ 5 In geval dat sommige van de mede-eigenaars van de belasting vrijgesteld zijn, wordt de belasting enkel gevorderd van de niet-vrijgestelde mede-eigenaars in verhouding tot hun aandeel in het belaste perceel.
Artikel 4. Tarief
§1 Het bedrag wordt vastgesteld op € 25 per strekkende meter lengte van de kavel palende aan de straat, evenwel met een minimale aanslag van € 250 per bouwgrond of kavel.
§2 Wanneer een onbebouwde bouwgrond in woongebied of een onbebouwde kavel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste perceelbreedte langs één van die straten genomen worden voor de berekening van de activeringsheffing.
§3 Wanneer het een hoekperceel betreft, wordt de grootste perceelbreedte genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
Onder hoekperceel wordt verstaan het perceel waarvan de hoek gevormd door het snijpunt der rooilijnen minder dan 135° bedraagt.
§4 De bedragen vermeld in §1 zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX–index en worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX–indexcijfer dat van toepassing was in de maand november voorafgaand aan het eerste aanslagjaar (2026).
Artikel 5. Vrijstellingen
Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
● De eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied bij uitsluiting van enig ander onroerend goed, al dan niet bebouwd, gelegen in België of in het buitenland. Deze vrijstelling kan enkel en alleen bekomen worden door het afleveren van een attest van het kantoor der Registratie en Domeinen van hun woongebied waarin wordt bevestigd dat de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar slechts eigenaar is van één enkele onbebouwde bouwgrond bij uitsluiting van enig ander onroerende goed, al dan niet bebouwd, in België of in het buitenland;
Deze vrijstelling kan slechts aangevraagd worden gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed.
● De Vlaamse Maatschappij Voor Sociaal Wonen en de door de Vlaamse Maatschappij Voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen zoals vermeld in het decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 houdende de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● De bouwheren of verkavelaars, in zoverre zij zich in een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente hebben verbonden aan de uitvoering van een sociale en/of stedenbouwkundige last.
● De goederen van het openbaar domein en de goederen van privaat domein die voor een dienst van openbaar nut worden aangewend.
● De door de overheid erkende verenigingen.
● Op bouwgronden en kavels die tijdens het heffingsjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd n.a.v.:
○ hun inrichting als collectieve voorzieningen, inclusief hun aanhorigheden;
○ de pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden gegeven;
○ hun werkelijke en volledige aanwending voor land- en tuinbouw gedurende het hele jaar;
○ een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt;
○ een vreemde oorzaak die de heffingsplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand.
● De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwde bouwgrond in woongebied of één onbebouwde kavel per kind ten laste. Deze vrijstelling wordt toegekend op voorwaarde dat het kind :
○ op 1 januari van het heffingsjaar de leeftijd van dertig jaar nog niet heeft bereikt én
○ het kind nog geen volle drie jaar een onbebouwde bouwgrond in woongebied, een onbebouwde kavel of een woning in volle eigendom heeft, alleen of met de persoon met wie hij gehuwd is of wettelijk of feitelijk samenwoont.
Deze vrijstelling geldt maar gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed.
● De houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning en dit gedurende één jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. (bedoeld wordt het attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat het geheel van de lasten zoals opgenomen in de verkavelingsvergunning zijn uitgevoerd of dat voor de uitvoering van de lasten een afdoende financiële waarborg is gestort in handen van de gemeenteontvanger of in zijn voordeel op onherroepelijke wijze door een bankinstelling is verleend).
Wanneer de verwezenlijking van de verkaveling in fasen wordt vergund, zijn de bepalingen van dit artikel “mutatis mutandis” op de delen van elke fase van toepassing.
Artikel 6. Aangifteplicht
§1 De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
§2 De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 maart van het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 7. Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8 Betalingstermijn
Het bedrag van de ingekohierde belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. Bezwaar
De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 10. Bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.