Gemeente Boechout

Zitting van 15 december 2025

Van 20:08 uur tot 02:13 uur.

 

 

Aanwezig

Philip Verstappen, voorzitter

Koen T'Sijen, burgemeester

Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, schepenen

Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke, Xander Meeuwesen, Ann Milbau, gemeenteraadsleden

Jan Geudens, algemeen directeur

Verontschuldigd

Joris Wustenberghs, gemeenteraadslid

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Notulen van de gemeenteraadszitting van 24 november 2025 - Stemming

 

Feiten en context

De notulen van de gemeenteraad van 24 november 2025.

Juridische grond

Artikel 32 en 278 §1 van het decreet lokaal bestuur.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de notulen van 24 november 2025 goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Evaluatieverslag AGB - goedkeuring - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Het autonoom gemeentebedrijf is opgericht middels gemeenteraadsbesluit van 25 november 2013.

Op 29 april 2025 werd de opdracht om een evaluatieverslag op te maken toegewezen aan Moore.

Feiten en context

Het Decreet over het lokaal bestuur (DLB) legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad over zowel de juridische, fiscale als boekhoudkundige aspecten van de werking.

De opdracht voor het opstellen van dit verslag werd toevertrouwd aan Moore Public, daarin bijgestaan door GD&A advocaten.

Het evaluatieverslag moet voorgelegd worden aan de raad van bestuur van het AGB en aan de gemeenteraad.

Het evaluatieverslag zoals opgemaakt door Moore werd als bijlage toegevoegd. Moore komt tot de conclusie dat de verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf best wordt verdergezet.

Advies

De raad van bestuur van het AGB nam op 15 december 2025 kennis van de evaluatienota en besloot om te adviseren van de verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf verder te zetten.

Juridische grond

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 227 betreffende de gemeentelijke externe verzelfstandigde agentschappen

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad neemt kennis van het evaluatieverslag over het autonoom gemeentebedrijf Boechout en besluit de verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf verder te zetten.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Autonoom Gemeentebedrijf Boechout - Statuten raad van bestuur - Wijziging - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Het autonoom gemeentebedrijf is opgericht middels gemeenteraadsbesluit van 25 november 2013.

Bij gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2025 werden de statuten aangepast.

In het kader van de opmaak van het evaluatieverslag toetste GD&A advocaten de statuten van het AGB Boechout aan de laatste wijzigingen in de wetgeving. Op basis daarvan deden zij voorstellen tot wijzigingen aan de statuten (zie bijlage).

Feiten en context

De wijzigingen in de statuten worden aangebracht bij beslissing van de gemeenteraad, op voorstel of na advies van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf.

Advies

De raad van bestuur verleende op 15 december 2025 een gunstig advies.

Juridische grond

Artikel 233 van het decreet over het lokaal bestuur

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 stemmen tegen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

6 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de statutenwijziging van het Autonoom Gemeentebedrijf Boechout goed zoals opgenomen in de  bijlage.

Artikel 2

Deze statutenwijziging, evenals de gecoördineerde statuten, worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de gemeente.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links 20251215_STATUTEN_AGB.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beheersovereenkomst tussen de gemeente Boechout en het Autonoom Gemeentebedrijf Boechout (AGB) - Wijziging - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbesluit van 25 november 2013 houdende de goedkeuring van de oprichting van een autonoom gemeentebedrijf met als doel “het beheer, de exploitatie, de rendabilisering en de valorisering van het patrimonium behorende tot het openbaar en privaat domein waarvan het eigenaar is of waarop het, ongeacht de rechtstechniek, door de gemeente een beheers- of gebruiksrecht wordt toegekend, evenals de exploitatie van de infrastructuren bestemd voor sportieve of culturele activiteiten of voor ontspanningsdoeleinden, voor onderwijs, voor sociale, wetenschappelijke of verzorgende activiteiten”;

Gemeenteraadsbesluit van 25 november 2013 houdende vaststelling van de statuten van het autonoom gemeentebedrijf en gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 houdende wijziging van deze statuten.

Besluit van de raad van Bestuur van het AGB van 26 mei 2025 houdende de aanduiding van een voorzitter, ondervoorzitter en secretaris;

Besluit van de Raad van Bestuur van het AGB van 26 mei 2025 houdende de benoeming van de leden van het directiecomité;

Feiten en context

Het is vereist dat er een beheersovereenkomst tussen de gemeente Boechout en het AGB wordt opgemaakt.

Juridische grond

Artikel 234 van het  decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 stemmen tegen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

6 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de beheersovereenkomst, zoals in de bijlage toegevoegd, goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Specifieke dienstverleningsovereenkomst tussen Gemeente en AGB inzake de ondersteuning van het AGB en de dienstverlening door het gemeentepersoneel - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Beheersovereenkomst tussen het Autonoom Gemeentebedrijf Boechout en de Gemeente afgesloten op 17 maart 2014 en gewijzigd op 15 december 2025.

Feiten en context

De specifieke dienstverleningsovereenkomst tussen de Gemeente Boechout en het Autonoom Gemeentebedrijf Boechout dient te worden aangepast.

Juridische grond

Artikelen 40 en 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de specifieke dienstverleningsovereenkomst tussen de Gemeente en het Autonoom Gemeentebedrijf Boechout inzake de dienstverlening van het AGB en de dienstverlening door het gemeentepersoneel, zoals in de bijlage, goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Goedkeuring aangepast meerjarenplan AGB 2020-2025 - aanpassing 2025 - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Het meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC 2020). De evaluatie van de BBC heeft geleid tot een bijsturing en vereenvoudiging van de regelgeving. De regels die van toepassing zijn voor de opmaak van het meerjarenplan zijn vastgelegd in:

        het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;

        het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

        het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus met de bijbehorende bijlagen met de schema's en de rekeningstelsels

Feiten en context

Een bestuur bepaalt zijn beleid en de acties, actieplannen en doelstellingen die daaraan gekoppeld zijn niet alleen op basis van de behoeften die blijken uit de omgevingsanalyse. Ook de economische context en de beschikbare financiën zijn een belangrijke factor en dwingen de besturen om keuzes te maken en prioriteiten te bepalen.

Om de budgettaire middelen efficiënt te beheren, is het belangrijk om de planning zo realistisch mogelijk op te maken, zowel wat de geraamde bedragen als wat de vooropgestelde timing betreft.

Argumentatie

De raad van bestuur van het AGB stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

De raad van bestuur legt eveneens de kredieten voor 2025 vast aan de hand van het aangepaste meerjarenplan.

Advies

Het managementteam geeft gunstig advies op 26 november 2025.

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, titel 3 - hoofdstuk 2 ‘Het autonoom gemeentebedrijf’.

 

Financiële gevolgen

De verplichte evenwichten worden gerespecteerd:

- het beschikbaar budgettair resultaat blijft elk jaar positief

- de autofinancieringsmarge is positief in 2025

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2020-2025 - aanpassing 2025, en de vastgestelde kredieten voor 2025 van het autonoom gemeentebedrijf, vastgesteld door de raad van bestuur, goed.

Artikel 2

Deze beslissing zal bekend worden gemaakt overeenkomstig DLB art.286 §1 3°: het raadsbesluit en de documenten van het geconsolideerd meerjarenplan 2020-2025 aanpassing 2025 worden via het digitaal loket ter beschikking gesteld van het toezicht.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Meerjarenplan_AGB_2020_2025_aanpassing_2025.pdf Download
Bijlage_3_Samenstelling_beleidsdomeinen.pdf Download
Bijlage_4_Investeringen_MJP2025_AGB_Boechout.pdf Download
Bijlage_1_Omgevingsanalyse_2024.pdf Download
Bijlage_2_Meerjarenoverzicht_2020_2025.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Vaststelling van het meerjarenplan 2020-2025 - aanpassing 2025 en de kredieten 2025 deel gemeente - Stemming

 

Feiten en context

Het geconsolideerd meerjarenplan 2020-2025 aanpassing 2025 van de gemeente en het OCMW worden ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.

Met deze aanpassing van het meerjarenplan worden de aangepaste kredieten voor 2025 vastgesteld.

 

Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:

  1. de strategische nota waarin nu de focus ligt op de prioritaire actie en niet langer op de prioritaire doelstelling. Enkel de prioritaire acties van de beleidsdoelstelling worden meer gedetailleerd gerapporteerd in de strategische nota. In een overzicht worden de beleidsdoelstellingen opgenomen waar geen prioritaire actie aan gekoppeld is.
  2. de financiële nota bestaat uit:
    1. het financieel doelstellingsplan (schema M1)
    2. de staat van het financieel evenwicht (schema M2)
    3. het overzicht van de kredieten (schema M3)

Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financieel evenwicht voor de beiden als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Het financieel evenwicht is bereikt indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

- het geraamd beschikbaar budgettair resultaat mag in geen enkel jaar negatief zijn;

- de geraamde autofinancieringsmarge moet voor 2025 minstens gelijk zijn aan nul;

- de laatst afgesloten jaarrekening moet verwerkt zijn om het financiële evenwicht aan te tonen.

 

  1. de toelichting is de noodzakelijke informatie die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te nemen en omvat naast de wettelijke schema's T1, T2, T3 en T4, een omschrijving van de financiële risico's, grondslagen en assumpties ook bijkomende informatie.

 

Argumentatie

Het resultaat van de jaarrekening 2024 werd opgenomen en de kredieten van  2025  werden geactualiseerd.

Door de vooropgestelde wijzigingen door te voeren realiseren we een positief beschikbaar resultaat en blijft de AFM positief.

Advies

Het gunstig advies van het MAT van 26 november 2025.

Juridische grond

        Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur (DLB) van 22 december 2017 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Artikel 249 t.e.m. 256 van het DLB betreffende de beleidsrapporten.

        Artikel 171 §4, 3° en artikel 176 1° van het DLB betreffende de opmaak van het ontwerp van de beleidsrapporten door de algemeen directeur en de financieel directeur.

        Artikel  257, §1, 2e lid DLB

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids-en beheerscyclus van de lokale besturen. 

        Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

 

Financiële gevolgen
De verplichte evenwichten worden gerespecteerd:

- het beschikbaar budgettair resultaat blijft elk jaar van de periode 2020-2025 positief

- de autofinancieringsmarge is positief in 2025 en 2026

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad stelt zijn deel van het meerjarenplan 2020-2025 aanpassing 2025 vast.

Artikel 2

De gemeenteraad stelt de aangepaste kredieten van 2025 vast.

Artikel 3

De gemeenteraad keurt de lijst met nominatieve werkingssubsidies 2025, die integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed.

Artikel 4

De gemeenteraad vertrouwt de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden voor de lijst van nominatieve investeringen, die integraal deel uitmaken van dit besluit, toe aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 5

Deze beslissing zal bekend worden gemaakt overeenkomstig DLB art.286 §1 3°: het raadsbesluit en de documenten van het geconsolideerd meerjarenplan 2020-2025 aanpassing 2025 worden via het digitaal loket ter beschikking gesteld van het toezicht.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Bijlage_3_Samenstelling_beleidsdomeinen.pdf Download
Meerjarenplan_2020_2025_aanpassing_2025.pdf Download
Bijlage_5_Investeringen_MJP_2025_Gemeente_Boechout.pdf Download
Bijlage_1_Omgevingsanalyse_2025.pdf Download
Bijlage_2_Meerjarenoverzicht_2020_2025.pdf Download
Bijlage_4_Overzicht_verbonden_entiteiten.pdf Download
Bijlage_6_Overzicht_werkingssubsidies_MJP2025.xlsx Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Goedkeuring aangepast meerjarenplan deel OCMW 2020-2025 en vaststelling kredieten 2025 -  Stemming

 

De voorzitter schorst de vergadering van 22.44 uur tot 22.54 uur.

 

Feiten en context

Vanaf 2020 maken de gemeente en het OCMW een gezamenlijk meerjarenplan op. Op die manier kan een geïntegreerd sociaal beleid gerealiseerd worden. Beide rechtspersonen hebben 1 gezamenlijke doelstellingenboom waarin de doelstellingen, actieplannen en acties van de gemeente en het OCMW vervlochten zijn. Ook het financieel evenwicht wordt voor beide besturen samen beoordeeld. In die optiek wordt ook geen gemeentelijke toelage aan het OCMW in het meerjarenplan meer ingeschreven. Wel moet de gemeente ervoor zorgen dat het OCMW aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Omdat beide rechtspersonen blijven instaan voor hun eigen verbintenissen en verplichtingen blijft in het meerjarenplan dus het onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en van het OCMW. In het schema M3 worden deze voor elk bestuur weergegeven.

Advies

Het gunstig advies van het MAT van 26 november 2025.

Juridische grond

        Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur (DLB) van 22 december 2017 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Artikel 249 t.e.m. 256 van het DLB betreffende de beleidsrapporten.

        Artikel 171 §4, 3° en artikel 176 1° van het DLB betreffende de opmaak van het ontwerp van de beleidsrapporten door de algemeen directeur en de financieel directeur.

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids-en beheerscyclus van de lokale besturen. 

        Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

        Omzendbrief ABB 2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen.

Argumentatie

Gemeente en OCMW hebben een geïntegreerd aangepast meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad van maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het aangepaste meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het aangepast meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor de aanpassing definitief is vastgesteld. De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

 

Financiële gevolgen

De verplichte evenwichten worden gerespecteerd:

- het beschikbaar budgettair resultaat blijft elk jaar van de periode 2021-2025 positief

- de autofinancieringsmarge is positief in 2025

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het besluit van raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2025 aangaande het vaststellen van zijn deel van het meerjarenplan 2020-2025 aanpassing 2025, en aangaande het vast stellen van de kredieten 2025 goed.

Artikel 2

Deze beslissing zal bekend gemaakt worden overeenkomstig DLB art. 286 §1 3°.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 1 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

7 stemmen voor

Kris Swaegers, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

15 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 2 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 3 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 4 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 5  - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 6 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 7 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 8 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

6 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 9 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 10 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 11 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 12 - Stemming

 

Stemming

 

Over het onderhandelen van een nieuwe concessieovereenkomst met NMBS:

 

Eenparig

 

Stemming

Mondelinge stemming over het afsluiten van een nieuw contract met supermarkt Delhaize:

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 13 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 14 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 15 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 16 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 17 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 18 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 19 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 20 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 21 - Stemming

 

Stemming

De stemming over het vuurwerk wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

12 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Joost Derkinderen

 

Stemming

Mondelinge stemming over de hondenweide wordt verworpen met

 

6 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 22 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

12 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

2 onthoudingen

Ria Van Den Heuvel en Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 23 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 24 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 25 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 26 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 27 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 28 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 29 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 30 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 31 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 32 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

7 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts en Tine Bracke

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

2 onthoudingen

Mieke Kaniszai en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 33 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 34 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 35 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 36 - Stemming

 

Stemming

 

Mondelinge stemming over het subamendement:

 

Eenparig

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 37 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 38 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

12 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

4 onthoudingen

Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau

1 niet gestemd

Ria Van Den Heuvel

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 39 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 niet gestemd

Ria Van Den Heuvel

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 40 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 41 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 42 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts en Tine Bracke

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 43 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

4 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

4 onthoudingen

Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau

1 niet gestemd

Annelies Veron

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 44 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 45 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 46 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

12 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen en Jesse Franquet

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 47 - Stemming

 

Stemming

 

Mondelinge stemming over het subamendement:

 

Eenparig

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 48 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 49 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

7 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts en Tine Bracke

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

2 onthoudingen

Mieke Kaniszai en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 50 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

7 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts en Tine Bracke

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

2 onthoudingen

Mieke Kaniszai en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 51 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 52 - Stemming

 

Stemming

 

Mondelinge stemming over het subamendement

 

Eenparig

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 53 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

4 onthoudingen

Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 54 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 55 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 56 - Stemming

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 57 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 58 - Stemming

 

Stemming

 

Mondelinge stemming over het subamendement

 

Eenparig

 

Stemming

 

Eenparig

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 60 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Amendement 61 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

7 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts en Tine Bracke

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 niet gestemd

Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Beleidsnota 2025-2030 - Stemming

 

Feiten en context

De beleidsnota 2025-2030 ‘Ambitie tonen, durven kiezen en doen’ werd geagendeerd in de gemeenteraadscommissies van 13 oktober 2025 en 8 december 2025. De beleidsnota ‘Ambitie tonen, durven kiezen en doen’ schetst het algemeen beleidskader met concrete beleidsengagementen op een tijdsperspectief tot 2030. De beleidsnota wordt in het kader van de Beheer- en Beleidscyclus van de gemeente vertaald in een concrete doelstellingenboom met specifieke actieplannen, gekoppeld aan een timingvan uitvoering en een budget. Hierbij wordt steeds uitgegaan van een geïntegreerd beleid. Bij het bepalen van de doelstellingen en de acties wordt er steeds domeinoverschrijdend gewerkt. De beleidsnota vormt zo de basis voor het financieel meerjarenplan 2026-2031.

 

Bij het opstellen van de beleidsnota en om beleidsbeslissingen te onderbouwen werd rekening gehouden met de Gemeente-Stadsmonitor, het data- en kennisplatform van het Agentschap Binnenlands Bestuur, de inspiratienota’s van de administratie en de memoranda van de adviesraden. De beleidsnota verwijst ook naar de uitvoering van bestaande plannen en andere, al voorbereide, thematische beleidsnota’s en bouwt verder op de beleidsnota van 2019-2025. Deze plannen en andere beleidsnota’s werden al uitgebreid besproken met de bevolking via gesprekken aan toekomsttafels, online en schriftelijke enquêtes, bewonersvergaderingen en gerichte participatietrajecten. Via bewoners- en wijkvergaderingen, de adviesraden en gerichte participatietrajecten zal de beleidsnota een levend en gedragen beleidsdocument vormen voor het toekomstig beleid in onze gemeente. Deze beleidsnota pretendeert niet volledig te zijn. Ze biedt een ambitieuze langetermijnvisie en vormt een leidraad voor het beleid van de komende jaren. Tegelijkertijd maakt de financiële meerjarenplanning tot 2031 duidelijk dat niet alle politieke ambities binnen het vooropgestelde budgettaire kader en tijdsbestek kunnen worden gerealiseerd. Deze beleidsnota maakt keuzes in belangrijke maatschappelijke debatten en legt de fundamenten om effectief beleid te voeren, met respect voor én voortbouwend op de verworvenheden van vorige legislaturen en met inspiratie voor de volgende legislatuur, na 2030.

 

Na de bespreking op de gemeenteraad wordt de beleidsnota ter goedkeuring voorgelegd. Indien de gemeenteraad amendementen op de beleidsnota aanneemt, zullen deze na bespreking en goedkeuring ervan, integraal worden opgenomen in de beleidsnota en in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

9 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad keurt de beleidsnota 2025 - 2030, inclusief de goedgekeurde amendementen, goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links BELEIDSNOTA_2025-2030_geamendeerd.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Goedkeuring meerjarenplan 2026-2031 AGB - Stemming

 

Voorgeschiedenis

De lokale besturen bepalen en volgen hun (financieel) beleid op met beleidsrapporten. De vorm en inhoud moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden zodat ze transparant en duidelijk zijn voor de raadsleden. Zij nemen op basis van die rapporten immers belangrijke beleidsbeslissingen. Er zijn algemene voorwaarden, maar ook specifieke regels per beleidsrapport. Vanaf het meerjarenplan 2026-2031 gelden de regels van BBC 3.0 voor de opmaak van beleidsrapporten.

Feiten en context

De raad van bestuur heeft in zitting van 15 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB vastgesteld.

Advies

Het positief advies van het MAT van 26 november 2025.

Juridische grond

-Art. 40 van het decreet lokaal bestuur over de bevoegdheden van de gemeenteraad

-Artikel 254 van het decreet Lokaal Bestuur

-Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en zijn aanpassingen (BVR BBC)

- Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscylus van de lokale en provinciale besturen en zijn aanpassingen (MB BBC)

-Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus (BBC 3.0).

 

Financiële gevolgen

De verplichte evenwichten worden gerespecteerd:

        het beschikbaar budgettair resultaat blijft elk jaar positief

        de geraamde  autofinancieringsmarge moet in het laatste boekjaar van de periode van het meerjarenplan groter of gelijk zijn aan nul. 

 

Stemming

12 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

9 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 niet gestemd

Nathalie Van Puyvelde

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031, en de vastgestelde kredieten voor 2026 van het autonoom gemeentebedrijf, vastgesteld door de raad van bestuur, goed.

Artikel 2

Deze beslissing zal bekend worden gemaakt overeenkomstig DLB art.286 §1 3°: het raadsbesluit en de documenten van het geconsolideerd meerjarenplan 2026-2031 worden via het digitaal loket ter beschikking gesteld van het toezicht

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Prijssubsidiereglement AGB Boechout  2026 - Stemming

 

Voorgeschiedenis

De beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2013 waarbij het Autonoom Gemeentebedrijf Boechout wordt opgericht.

De beslissing van de gemeenteraad van 15 december 2025 waarbij de nieuwe statuten van AGB Boechout werden goedgekeurd.

De beslissing van het directiecomité van 1 december 2025 met voorstel rendabele tarieven (bijlage 2)

Het voorstel voor prijssubsidiereglement van CBS van 9 december 2025

De raming van kosten en opbrengsten voor het boekjaar 2026 volgens het M2-schema ( bijlage 1).

Feiten en context

In het aangepaste meerjarenplan 2026-2031, opgemaakt door het AGB Boechout, werden er prijssubsidies opgenomen.

Het prijssubsidiereglement legt de toekenning van de prijssubsidies vast.

Jaarlijks worden de prijssubsidiereglementen ten gunste van het AGB geëvalueerd en goedgekeurd door de gemeenteraad. Voor 2026 wordt een prijssubsidie ingevoerd met betrekking tot de sportinfrastructuur, geëxploiteerd door het AGB.

Argumentatie

Om economisch leefbaar te zijn, is het nodig dat het AGB Boechout vanwege de gemeente Boechout prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang tot en het recht van gebruik van de door AGB Boechout geëxploiteerde sportinfrastructuur.

Het college van burgemeester en schepenen deed in zitting van 9 december 2025 een voorstel van prijssubsidiereglement.

Juridische grond

De Circulaire 2022/C/100 van 13 oktober 2022 betreffende de btw-regeling die van toepassing is op autonome gemeentebedrijven;

De artikelen 231 tot 244 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 die betrekking hebben op autonome gemeentebedrijven.

De beheersovereenkomst tussen gemeente Boechout en AGB Boechout voor de periode 2026-2031.

 

Financiële gevolgen

De noodzakelijke kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan van het gemeentebestuur.

 

Stemming

12 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

1 niet gestemd

Nathalie Van Puyvelde

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement 2026, vermeld in artikel 2 van huidige beslissing, ten voordele van het AGB goed.

 

Artikel 2

 

PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT 2026 AGB Boechout

 

Het AGB heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlage 1 – M2 schema). Op basis van deze ramingen heeft het AGB vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten uit toegangsgelden minstens € 833.734,00 excl BTW dienen te bedragen om economisch rendabel te zijn.

 

De berekende prijssubsidie is € 670.734,00 excl BTW, gedragen door gemeente Boechout.
Dit is € 710.978,04 inclusief 6% btw en staat ook zo voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Om economisch rendabel te zijn heeft het AGB besloten om vanaf 1 januari 2026 de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6 % btw) voor de toegang sportinfrastructuur te vermenigvuldigen met een factor 4,11.

 

De gemeenteraad erkent dat het AGB, op basis van de ramingen zoals opgenomen in het meerjarenplan, de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6 % btw) voor de toegang sportinfrastructuur dient te vermenigvuldigen met een factor 5,11 (1,00 klantgedeelte en 4,11 prijssubsidie) om economisch rendabel te zijn, van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.

 

Het gemeentebestuur verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.

 

De waarde van de prijssubsidie toegekend door het gemeentebestuur voor toegangsgelden voor de sportwerking bedraagt de prijs (inclusief 6% btw) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met een factor 4,11.

 

De bedragen van de prijssubsidies uitgedrukt in euro zijn opgenomen in bijlage 3, welke integraal deel uitmaakt van deze beslissing.

 

De gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief 6% btw) kunnen steeds geherevalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het AGB. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal het gemeentebestuur deze steeds documenteren. De bedragen van de prijssubsidies kunnen slechts tweemaal per jaar worden herzien en kunnen uitsluitend van toepassing zijn voor toekomstige diensten.

 

Het AGB moet op de 15de werkdag van elk kwartaal aan het gemeentebestuur een overzicht bezorgen van de werkelijk gefactureerde bedragen tijdens het voorbije kwartaal voor het gebruik van de vrijetijdsinfrastructuur welke het bedrag aan te betalen prijssubsidies dient te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debetnota die het AGB uitreikt aan het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur dient deze debetnota te betalen aan het AGB binnen de 30 werkdagen na ontvangst.

 

Het gemeentebestuur vestigt de aandacht erop dat de prijssubsidies deel uitmaken van de maatstaf van heffing en derhalve op de factuur dienen te worden vermeld wanneer de uitreiking van een btw-factuur verplicht is.

 

Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 2027 zal worden onderhandeld tussen het gemeentebestuur en het AGB vóór 31 december 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

MJP 2026-2031 - Amendement - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

8 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 en kredieten 2026 deel gemeente - Stemming

 

Voorgeschiedenis

De lokale besturen bepalen en volgen hun (financieel) beleid op met  beleidsrapporten. De vorm en inhoud moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden zodat ze transparant en duidelijk zijn voor de raadsleden. Zij nemen op basis van die rapporten immers belangrijke beleidsbeslissingen. Er zijn algemene voorwaarden, maar ook specifieke regels per beleidsrapport. Vanaf het meerjarenplan 2026-2031 gelden de regels van BBC 3.0 voor de opmaak van beleidsrapporten.

Feiten en context

Het meerjarenplan van een lokaal bestuur bevat de planning van het beleid en de financiën voor 6 jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De vorm en inhoud van het meerjarenplan moeten, bovenop de algemene voorwaarden voor beleidsrapporten, voldoen aan een aantal specifieke regels.

 

De strategische nota van het meerjarenplan bevat drie onderdelen:

  1. een beleidsverklaring
  2. een overzicht van alle beleidsdoelstellingen
  3. een beschrijving van de prioritaire acties.

De beleidsverklaring is nieuw: ze biedt de raadsleden een overzicht van de belangrijkste aspecten van het geplande beleid en een overzicht van de financiële kerncijfers. De 2 laatste onderdelen worden compacter in omvang om de leesbaarheid te verhogen.

 

De financiële nota van het meerjarenplan bevat:

  1. het financiële doelstellingenplan (schema M1)
  2. de staat van het financiële evenwicht (schema M2)
  3. het overzicht van de kredieten (schema M3).

Voortaan krijgen de raadsleden in de financiële nota een volledig overzicht van de verwachte uitgaven en ontvangsten per beleidsdoelstelling. Het overzicht van de kredieten wordt verduidelijkt.

 

De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Ze bevat minstens onderstaande onderdelen:

        overzicht van ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (Schema T1);

        overzicht van ontvangsten en uitgaven naar economische aard (Schema T2);

        overzicht van de evolutie van de financiële schulden (Schema T3);

        overzicht van de investeringen;

        overzicht van de financiële risico's;

        personeelsinzet;

        overzicht van de verbonden entiteiten;

        beschrijving van de grondslagen en assumpties.

 

Bij het meerjarenplan en de aanpassing ervan hoort ook documentatie met achtergrondinformatie. De documentatie bevat minstens:

        de omgevingsanalyse;

        het overzicht van alle beleidsdoelstellingen met de bijhorende actieplannen en acties, telkens met de bijbehorende ramingen van ontvangsten en uitgaven voor de exploitatie, de investeringen en de financiering;

        een overzicht per boekjaar van de toegestane werkings- en investeringssubsidies;

        per beleidsdomein, het overzicht van de beleidsvelden die er deel van uitmaken;

        een overzicht, per boekjaar, van de uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering per beleidsveld;

        een overzicht van de jaarlijkse opbrengst van elke door het bestuur geheven soort retributie;

        een overzicht van de jaarlijkse opbrengst van elke door het bestuur geheven belastingsoort.

De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen in principe over het geheel van hun deel van het geïntegreerde meerjarenplan van de gemeente en het OCMW.

Argumentatie

Een gemeente, een OCMW of een provincie heeft geen uitvoerbare kredieten als:

        het bestuur op 1 januari geen meerjarenplan of aangepast meerjarenplan heeft waarin de raad de kredieten voor het boekjaar in kwestie heeft vastgesteld

        het bestuur de digitale rapportering over het meerjarenplan of de aanpassing ervan nog niet heeft bezorgd aan de Vlaamse overheid

Advies

Het positief advies van het MAT van 26 november 2025.

Juridische grond

-Artikel 254 van het decreet Lokaal Bestuur

-Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en zijn aanpassingen (BVR BBC)

- Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscylus van de lokale en provinciale besturen en zijn aanpassingen (MB BBC)

-Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus (BBC 3.0).

 

Financiële gevolgen

De verplichte evenwichten worden gerespecteerd:

- het beschikbaar budgettair resultaat blijft elk jaar positief

- de geraamde  autofinancieringsmarge moet in het laatste boekjaar van de periode van het meerjarenplan groter of gelijk zijn aan nul. 

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

9 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad stelt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast.

Artikel 2

De gemeenteraad stelt de kredieten van 2026 vast.

Artikel 3

De gemeenteraad keurt de lijst met nominatieve werkingssubsidies 2026, die integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed.

Artikel 4

De gemeenteraad vertrouwt de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden voor de lijst van nominatieve investeringen, die integraal deel uitmaken van dit besluit, toe aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 5

Deze beslissing zal bekend worden gemaakt overeenkomstig DLB art.286 §1 3°:

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Presentatie_gemeenteraad_15.12.2025_aanpassing_2025_en_meerjarenplanning_2026-2031.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Goedkeuring meerjarenplan 2026-2031 en kredieten 2026 deel OCMW - Stemming

 

Feiten en context

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat het meerjarenplan 2026-2031 voor het einde van 2025 door de gemeenteraad wordt vastgesteld.  
Dit meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC 3.0). In de BBC wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig en strategisch perspectief.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 is gedistilleerd uit het beleidsprogramma en bestaat uit 3 onderdelen:

  1. de strategische nota
  2. de financiële nota
  3. de toelichting en bijhorende documentatie.

De minimale inhoud van het meerjarenplan 2026-2031 en de bijhorende documentatie is vastgelegd in het BVR BBC en het MB BBC.

Het bestuur komt op die manier tegemoet aan de informatiebehoeften van de raadsleden.

 

Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.

Daarna keurt de gemeenteraad het deel dat de OCMW-raad heeft vastgesteld en het volledig meerjarenplan van de gemeente en het OCMW goed.

 

Argumentatie

Een gemeente, een OCMW of een provincie heeft geen uitvoerbare kredieten als:

        het bestuur op 1 januari geen meerjarenplan of aangepast meerjarenplan heeft waarin de raad de kredieten voor het boekjaar in kwestie heeft vastgesteld

        het bestuur de digitale rapportering over het meerjarenplan of de aanpassing ervan nog niet heeft bezorgd aan de Vlaamse overheid

Advies

Het positief advies van het MAT van 26 november 2025.

Juridische grond

-Artikel 254 van het decreet Lokaal Bestuur

- Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en zijn aanpassingen (BVR BBC)

- Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscylus van de lokale en provinciale besturen en zijn aanpassingen (MB BBC)

- Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus (BBC 3.0)

 

Financiële gevolgen

De verplichte evenwichten worden gerespecteerd:

- het beschikbaar budgettair resultaat blijft elk jaar positief

- de geraamde  autofinancieringsmarge moet in het laatste boekjaar van de periode van het meerjarenplan groter of gelijk zijn aan nul. 

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

9 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het besluit van raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2025 aangaande het vaststellen van zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 en aangaande het vaststellen van de kredieten 2026 goed.

Artikel 2

Deze beslissing zal bekend gemaakt worden overeenkomstig DLB art.286 §1 3°.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Vaststelling gemeentelijke bijdrage 2026 aan de hulpverleningszone Rand - Stemming

 

Juridische grond

        Decreet lokaal bestuur

        Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, inzonderheid art. 68: “De gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting.”

        Omzendbrief BB 2014 van het Vlaams Ministerie van Bestuurszaken, ABB, Boudewijnlaan 30 bus 70, 1000 Brussel van 5 september 2014 waarbij gemeld wordt dat vanaf 1 januari 2015 de brandweerzones actief worden

        Raadsbesluit van 27 oktober 2014  - Goedkeuring overeenkomst af te sluiten tussen de prezone Rand en de gemeenten inzake de financiële verdeelsleutel en de daaraan verbonden modaliteiten

Argumentatie

Het jaarlijks te financieren saldo van de zone moet gefinancierd worden door de gemeenten van deze zone.

De zoneraad van 24 oktober 2025 heeft goedkeuring verleend aan de begroting 2026.

 

Financiële gevolgen

Het gemeentelijk aandeel voor 2026 bedraagt

        werkingstoelage € 607.806

        investeringstoelage € 153.788

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Enig artikel

Voor het dienstjaar 2026 zal een gemeentelijke bijdrage van € 607.806 als werkingstoelage en € 153.788 als investeringstoelage overgemaakt worden aan hulpverleningszone Rand.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Huishoudelijk reglement vakantiewerking vrije tijd - Aanpassing - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Laatste wijziging van het huishoudelijk reglement vakantiewerking jeugd en sport op GR 30 januari 2023.

Feiten en context

De belangrijkste wijziging  is het schrappen van de tarieven in het huishoudelijk reglement. Het heffen van retributies voor jeugd- en sportkampen, speelpleinwerking en vakantieopvang werd gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen bij raadsbesluit van 27 januari 2025.

De tarieven voor deelname aan het vakantieaanbod, geldig vanaf 1 januari 2026, werden goedgekeurd door het college.

Juridische grond

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur

De raad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De tarieven mbt dit gebruikersreglement worden bepaald in een apart retributiereglement.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het aangepast huishoudelijk reglement vakantiewerking vrije tijd, zoals toegevoegd in bijlage, goed.

Artikel 2

Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Huishoudelijk_reglement_vakantiewerking_Vrije_Tijd.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Gebruikersreglement materialenbank - Stemming

 

Feiten en context

Het uitleenreglement van de materialenbank van de vrijetijdsdienst werd in het najaar van 2021 geactualiseerd. (o.a. lijst materialen, prijzen en afschaffen huurwaarborg).

Met de vernieuwing van het bijhorende retributiereglement voor de nieuwe MJP 2026-2031 brengen we opnieuw een paar kleine wijzigingen aan in het reglement:

        de mogelijke ontleners werden afgestemd op de andere relevante reglementen

        weinig (extern) gebruikte materialen worden uit de lijst gehaald

        alle tarieven werden uit het uitleenreglement gehaald en in het retributiereglement verwerkt

Het reglement werd digitaal bezorgd aan de adviesraden en besproken tijdens de cultuurraad op 10

december 2025. De sportraad gaf positief advies op 3 december 2025.

 Juridische grond

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De raad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De tarieven mbt dit gebruikers-/uitleenreglement worden bepaald in een apart retributiereglement.

 

Stemming

17 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

5 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het uitleenreglement van de materialenbank vrije tijd, in bijlage, goed.

Artikel 2

Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Uitleenreglement_materialenbank_VT.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Gebruikersreglement gemeentelijk feestmateriaal - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Op 15 december 2008 keurde de gemeenteraad het huidige uitleenreglement goed.

Feiten en context

Samen met de vernieuwing van alle retributiereglementen, wordt ook het uitleenreglement aangepast. Het is een volledig vernieuwd reglement, aangepast aan de andere reglementen en huidige wetgeving en dat zowel inhoudelijk als qua structuur.

        doel en definities toegevoegd

        gebruikers zijn grotendeels dezelfde, lijst aangepast aan gelijkaardige reglementen

        enkel nog materiaal, niets over aansluitingen water of elektriciteit (apart reglement!)

        geen waarborg meer: klantvriendelijker en administratieve vereenvoudiging

        aansprakelijkheid en schadevergoeding aangepast

        materiaallijst aangepast aan actueel aanbod

Het reglement werd besproken op het CBS van 25 november 2025.

Het reglement werd digitaal bezorgd aan de adviesraden en besproken tijdens de cultuurraad op 10 december 2025. De sportraad gaf positief advies op 3 december 2025.

Argumentatie

Het reglement was aan vernieuwing toe vermits het al 17 jaar in voege was. De vernieuwing van het retributiereglement is een goed moment om ook het uitleenreglement aan te passen.

Juridische grond

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur

De raad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De tarieven mbt dit gebruikersreglement worden bepaald in een apart retributiereglement.

 

Stemming

17 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

5 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het gebruikersreglement gemeentelijk materiaal, in bijlage, goed.

Artikel 2

Het gebruikersreglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Gebruikersreglement_gemeentelijk_materiaal.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Gebruikersreglement socio-culturele infrastructuur - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Op 22 mei 2023 keurde de gemeenteraad het huidige gebruikersreglement goed.

Feiten en context

Samen met de vernieuwing van het retributiereglement, wordt ook het gebruikersreglement aangepast.

We kiezen er bewust voor om een apart reglement socio-culturele infrastructuur op te maken. Zowel intern (beleidsmatig/rechtspersoon) als extern (communicatief en inhoud) is dat veel logischer dan het vorige geïntegreerde reglement.

We streven naar (administratieve) vereenvoudiging in het nieuwe reglement.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

        actuele situatie van locaties en modaliteiten per locatie

        invoeren van locatierichtlijnen ipv huishoudelijke reglementen

        toevoeging OCMW aan categorie 0 en wijziging begrafenisondernemers naar categorie C

        Tarieven worden niet meer hierin opgenomen, maar enkel in retributiereglement

     schrappen van apart tarief voor benefietactiviteiten

     wijziging of annulering niet helemaal kosteloos meer

     toepassing bijkomende tarieven

        bij rechten en plichten (hoofdstuk 6) tekstuele wijzigingen op aangeven van patrimoniumbeheerder, bijv. in bepalingen mbt brandveiligheid

        update nieuwe rookwetgeving

        Bepalingen mbt publiciteit en telecommunicatie wordt geschrapt (overbodig)

Het reglement werd met het CBS doorgesproken.

Het reglement werd digitaal bezorgd aan de adviesraden en besproken tijdens de cultuurraad op 10 december 2025. De jeugdraad heeft enkele opmerkingen geformuleerd (zie bijlage).

De sportraad gaf positief advies op 3 december 2025.

Argumentatie

De vernieuwing van het retributiereglement is ook een ideaal moment voor de aanpassing van het gebruikersreglement.

Juridische grond

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur : De raad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De tarieven met betrekking tot de socio-culturele infrastructuur werden vastgesteld door het college op 18 november 2025 en worden opgenomen in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het gebruikersreglement socio-culturele infrastructuur, in bijlage goed.

Artikel 2

Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Gebruikersreglement_socio-culturele_infrastructuur.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Huisvesting - Gemeentelijk reglement leegstaande woningen en gebouwen (registratie/indicatie) - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbesluit van 28 november 2016 houdende beslissing om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en goedkeuring om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGS van IVLW Zuidrand. 

Gemeentelijk reglement op de leegstand van gebouwen en woningen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2017.

Feiten en context

De interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand) heeft een ontwerp 

voorgesteld voor een aangepast gemeentelijk reglement leegstaande woningen en gebouwen. 

De bedoeling is om een gelijkaardig reglement te hebben bij de deelnemende gemeenten. Het nieuwe reglement leegstaande woningen en gebouwen ligt voor ter goedkeuring.

Argumentatie

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen ook optimaal benut wordt.

Omdat gemeenten op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden.

Omdat de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.

Omdat een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.

Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 26 juni 2017.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 paragraaf 3.

Het Vlaams bestuursdecreet van 7 december 2018;

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van

11 september 2020.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

17 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

 Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke

administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris

 Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen

 Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs

c) een aangetekende elektronische zending.

 Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de

bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

 Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste

maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.

 Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloer-

oppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;

 Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in boek 2, artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 Leegstand bij nieuwbouw:

een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

10°  Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf

maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.

11°  Woning: een goed vermeld in Art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021.

12°  Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a) de volle eigendom

b) het recht van opstal of van erfpacht

c) het vruchtgebruik.

 

Artikel 2. Leegstandsregister

§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit :

        een lijst “leegstaande gebouwen”

        een lijst “leegstaande woningen”.

Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.

§2 In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :

1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;

3° de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n),

4° het nummer en de datum van de administratieve akte,

5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

 

Artikel 3. Registratie van leegstand

§1 Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de registratie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.

§2 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand

belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

§3 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

§4 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

        het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

        het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;

        het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

        het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

        een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

        het vermoeden van domiciliefraude;

        het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;

        de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden;

        onafgewerkte, vernielde en/of storende elementen aan het gebouw/woning;

        langdurig neergelaten rolluiken;

        uitpuilende of dichtgeplakte of ontbrekende brievenbus;

        namen en opschriften verwijzen niet naar huidige eigenaars, bewoners of gebruikers van het pand;

        niemand valt aan te treffen in de woning of het gebouw, zelfs niet na herhaalde pogingen om aan te bellen of te kloppen aan de deur of pogingen om contact te leggen op het adres van de woning of het gebouw;

        aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

        getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent, …

 

Artikel 4. Kennisgeving van de registratie

De zakelijk gerechtigde wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke register. De kennisgeving bevat:

        de administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat;

        informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.

 

Artikel 5. Beroep tegen registratie

§1 Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

        De datum van indienen van het beroepschrift.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.

§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3 Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke register geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd. 

§4 Het beroepschrift is niet ontvankelijk:

        als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;

        als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, zoals bedoeld in artikel 1,15°. van dit reglement of;

        als het beroepschrift niet is ondertekend.

§5 Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.

§6 De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§7 De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke register.

§8 Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke register niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in de gemeentelijke register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

§9 De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen hoger beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

 

Artikel 6. Schrapping uit het gemeentelijk register

§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.

§2  Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

        de bewijsstukken overeenkomstig  art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het register.

        De datum van indien van het verzoek.

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in artikel 5.

 

Artikel 7. Slotbepalingen

§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.

§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Huisvesting - Gemeentelijk reglement verwaarloosde woningen en gebouwen (registratie) - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Gemeentelijk reglement op de leegstand van verwaarloosde woningen en gebouwen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2017.

Feiten en context

De interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand) heeft een ontwerp 

voorgesteld voor een aangepast gemeentelijk reglement verwaarloosde woningen en gebouwen. De bedoeling is om een gelijkaardig reglement te hebben bij de deelnemende gemeenten. Het nieuwe reglement leegstaande woningen en gebouwen ligt voor ter goedkeuring.

Argumentatie

Omdat verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt. Daarom is het nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen

Omdat het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen overgeheveld werd van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig werden opgeheven.

Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 26 juni 2017.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40, paragraaf 3.

Het Vlaams bestuursdecreet van 7 december 2018.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van

11 september 2020.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

  1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs

c) een aangetekende elektronische zending

  1. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
  2. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement en artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen.
  4. Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
  5. Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen.
  6. Verwaarlozing: een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
  7. Woning : een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
  8. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

 a) de volle eigendom;

 b) het recht van opstal of van erfpacht;

 c) het vruchtgebruik.

 

Artikel 2. Vaststelling van de verwaarlozing

De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van een beschrijvend  verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als er sprake is van minimaal 12 indicaties.

De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

 

Artikel 3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

        het nummer en de datum van de administratieve akte;

        de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het beschrijvend verslag;

        de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

        het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;

        de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.

 

Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de beroepstermijn vermeld in artikel 6, §1, tweede lid, 4° of, wanneer een ontvankelijk beroep is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het beroep ongegrond is.

§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Artikel 5. Kennisgeving van de registratie

Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname  in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Deze kennisgeving bevat:

        de genummerde administratieve akte;

        het beschrijvend verslag;

        informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;

        informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

        informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

 

Artikel 6. Beroep tegen de registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 5, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

Op straffe van nietigheid moet het beroepschrift:

  1. ondertekend en gemotiveerd zijn;
  2. met een beveiligde zending worden ingediend;
  3. minimaal de volgende gegevens bevatten:

 a) de identiteit en het adres van de indiener;

 b) de vermelding van het nummer van de administratieve akte;

 c) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;

§2. Een laattijdig ingediend beroep tegen een registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in Artikel 7. Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het beroepschrift.

§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

§4. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§5. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.

§ 6.De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het beroepschrift.

§8. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§9 De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen hoger beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.

 

 

Artikel 7. Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van beschrijvend verslag, vermeld in artikel 2, 12 punten of meer zouden opleveren. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.

Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:

  1. ondertekend en gemotiveerd zijn;
  2. met een beveiligde zending worden ingediend;
  3. minimaal de volgende gegevens bevatten:

 a) de identiteit en het adres van de indiener;

   b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

§3 Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§4. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.

§5. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§6. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek. Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

§7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. 

 

Artikel 8. Beroep tegen de weigering tot schrapping

§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Op straffe van nietigheid moet dit beroep:

  1. ondertekend en gemotiveerd zijn;
  2. met een beveiligde zending worden ingediend;
  3. minimaal de volgende gegevens bevatten:

a) de identiteit en het adres van de indiener;

b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek   betrekking heeft;

c) de weigeringsbeslissing;

  1. worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

§3 Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§4. De administratie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.

§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

 Artikel 9. Slotbepalingen

§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.

§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

GECORO - Huishoudelijk reglement - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2025 betreffende de aanduiding van de geledingen en het aantal leden van de nieuwe GECORO.

Gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2025 betreffende de aanstelling leden, voorzitter en secretaris van de GECORO.

De installatievergadering van de nieuwe GECORO vond plaats op 11 september 2025.

Het huishoudelijk reglement werd opgemaakt en unaniem goedgekeurd door de GECORO in de vergadering van 23 oktober 2025.

Kennisname van het huishoudelijk reglement door het college van burgemeester en schepenen op 18 november 2025.

Feiten en context

Het huishoudelijk reglement van de GECORO ligt voor ter goedkeuring.

Argumentatie

Overeenkomstig art.1.3.3.§8 van de VCRO stelt de GECORO haar huishoudelijk reglement op, waarna het aan de gemeenteraad wordt voorgelegd ter goedkeuring.

Juridische grond

Artikel 1.3.3 §8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (B.S. 20 augustus 2009) en volgende wijzigingen.

Artikel 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale (intergemeentelijke) en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van 19 mei 2000 en volgende wijzigingen.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement zoals opgemaakt door de GECORO goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Huishoudelijk_reglement_GECORO_2025-2030.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Aanvullende  belasting op de personenbelasting (APB) - Aanslagjaren 2026 - 2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Juridische grond

Grondwet, artikel 170 en 173

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992, artikel 465 tot 470/2.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

6 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande en Bjorn Aertgeerts

3 onthoudingen

Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

De gemeenteraad beslist voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende gemeentebelasting vast te stellen op de belasting op de natuurlijke personen die op 1 januari van het betrokken aanslagjaar in de gemeente gedomicilieerd zijn.

 

Artikel 2 - Tarief van de belasting

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt de belasting vastgesteld op 7,1 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3 - Inkohiering

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV) - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

 

De gemeente Boechout streeft naar een eerlijke en evenwichtige verdeling van de gemeentelijke fiscaliteit op basis van draagkracht. Daarom past de gemeente een differentiatie van de opcentiemen toe, waardoor de bijdragen proportioneel worden gespreid en beter aansluiten bij de financiële mogelijkheden van verschillende belastingplichtigen. Deze aanpak versterkt het financiële welzijn van de gemeente, maakt de inkomstenstroom voorspelbaar en stabiel, en blijft tegelijk administratief eenvoudig uitvoerbaar. Zo kan Boechout op een transparante manier haar dienstverlening en investeringen op lange termijn plannen en realiseren.

 

Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het niet-geïndexeerd belastbaar KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het KI, aangezien dit een indicatie van het economisch nut is van het goed.

 

In het voorstel van het College van burgemeester en schepenen wordt er vanaf 2026 met een gedifferentieerd tarief gewerkt. Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het niet-geïndexeerd belastbaar KI. De basiscategorie (percelen met een niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan of gelijk aan € 3.000,00) stijgt voor 2026-2031 naar 930,00 opcentiemen.

In de volgende categorie (KI > € 3.000,00) worden de opcentiemen verhoogd naar 975,00.

 

De geraamde opbrengst van deze differentiatie komt neer op €524.435,55 bijkomende inkomsten.

De totale inkomsten uit de opcentiemen onroerende voorheffing worden voor het relevante fiscale jaar 2025 geraamd op €5.388.260,83.


De differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.

 

De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten;

 

Categorie

Waarde aanslagjaar

Toelichting

BASIS

930,00

Basis opcentiemen: niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan of gelijk aan

€3.000,00

CATEGORIE 1

975,00

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: niet-geïndexeerd belastbaar KI groter dan €3.000,00

 

Aangezien de inning van deze belasting verloopt via Vlabel, werd voorafgaandelijk advies aangevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid. Op 23 oktober 2025 werd het positief advies ontvangen dat als bijlage bij dit punt wordt gevoegd.

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Grondwet artikel 170 en 173

Het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464, 1°.

Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

6 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande en Bjorn Aertgeerts

2 onthoudingen

Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving en tarieven

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden er ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:

 

Categorie

Waarde aanslagjaar

Toelichting

BASIS

930,00

Basis opcentiemen: niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan of gelijk aan €3.000,00

CATEGORIE 1

975,00

Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: niet-geïndexeerd belastbaar KI groter dan € 3.000,00

 

Artikel 2 - Inning

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

 

Artikel 3 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Woningen die ongeschikt en/of onbewoonbaar zijn, voldoen niet aan de vereiste woningkwaliteit. De fiscale handhaving voor ongeschikt- en onbewoonbaarheid is een essentieel element in het bewaken van het grondrecht op kwaliteitsvol wonen, aangezien het de eigenaar van een ongeschikte en/of onbewoonbare woning stimuleert om de vereiste renovatiewerken uit te voeren. De heffing op de ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen is gewestelijk, tenzij het lokaal bestuur een eigen heffing oplegt. De gemeente Boechout kiest ervoor om opcentiemen te vestigen op de door het Vlaamse Gewest geheven heffing. De begrotingsnoodwendigheden voor de volgende aanslagjaren nopen mee tot het invoeren van deze maatregel.   

Juridische grond

Grondwet  artikel  41 en  170

Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992

Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 19 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

21 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

1 onthouding

Tine Bracke

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

De gemeente heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, 100 opcentiemen op de gewestelijke heffing ongeschikt en onbewoonbare woningen.

 

Artikel 2 - Inning

De gemeente doet beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.

 

Artikel 3 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Gemeentelijke opcentiemen leegstand verwaarlozing bedrijfsruimte - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten worden in een afzonderlijke inventaris opgenomen, die beheerd wordt door Vlaanderen op basis van de vaststellingen van de gemeente. Het Vlaamse Gewest bestrijdt leegstaande bedrijfsruimten via een gewestbelasting. Gemeenten kunnen op deze belasting opcentiemen heffen.

Ook de begrotingsnoodwendigheden voor de volgende aanslagjaren nopen tot de vestiging van opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.

Juridische grond

Grondwet, artikel 170 §4

Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid Hoofdstuk III, artikel 15, betreffende de mogelijkheid om gemeentelijke opcentiemen te heffen.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

Omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

19 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn van zes jaar, eindigend op 31 december 2026 worden er 100 opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

 

Artikel 2 - Inning

De gemeente doet beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.

 

Artikel 3 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden in woongebied en op onbebouwde kavels - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Overwegende dat het nodig is het vrijkomen van bouwgronden op het grondgebied van de gemeente te bevorderen en om grondspeculatie tegen te gaan.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek, voor zover het niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, meer bepaald artikel 3.2.5. en volgende.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dd. 15 mei 2009, inzonderheid artikel 5.6.2.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

4 onthoudingen

Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5 VCRO en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing vrijgegeven is volgens een vrijgavebesluit van de gemeenteraad op grond van artikel 5.6.10 en volgende van de VCRO.
  2. Kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen.
  3. Onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 VCRO.
  4. Register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO.
  5. Sociale woonorganisatie: een organisatie, vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 53° Vlaamse Codex Wonen.

 

Artikel 2. Belastingtermijn en belastbare grondslag

De gemeente Boechout heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031, een jaarlijkse rechtstreekse belasting op de onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.

 

Artikel 3. Belastingplichtige

§1 De activeringsheffing bezwaart het eigendom en is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het heffingsjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel.

§2 Ingeval van overdracht van eigendom is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de overdracht van rechten onder de partijen heeft plaats gehad.

Als datum van overdracht van rechten onder partijen wordt genomen de datum van het verlijden van de akte voor de notaris.

§3 Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.

§4 Zo er meerdere heffingsplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing.

§ 5 In geval dat sommige van de mede-eigenaars van de belasting vrijgesteld zijn, wordt de belasting enkel gevorderd van de niet-vrijgestelde mede-eigenaars in verhouding tot hun aandeel in het belaste perceel.

 

Artikel 4. Tarief

§1 Het bedrag wordt vastgesteld op € 25 per strekkende meter lengte van de kavel palende aan de straat, evenwel met een minimale aanslag van € 250 per bouwgrond of kavel.

§2 Wanneer een onbebouwde bouwgrond in woongebied of een onbebouwde kavel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste perceelbreedte langs één van die straten genomen worden voor de berekening van de activeringsheffing.

§3 Wanneer het een hoekperceel betreft, wordt de grootste perceelbreedte genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.

Onder hoekperceel wordt verstaan het perceel waarvan de hoek gevormd door het snijpunt der rooilijnen minder dan 135° bedraagt.

§4 De bedragen vermeld in §1 zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX–index en worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX–indexcijfer dat van toepassing was in de maand november voorafgaand aan het eerste aanslagjaar (2026).

 

Artikel 5. Vrijstellingen

Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:

 

        De eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied bij uitsluiting van enig ander onroerend goed, al dan niet bebouwd, gelegen in België of in het buitenland. Deze vrijstelling kan enkel en alleen bekomen worden door het afleveren van een attest van het kantoor der Registratie en Domeinen van hun woongebied waarin wordt bevestigd dat de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar slechts eigenaar is van één enkele onbebouwde bouwgrond bij uitsluiting van enig ander onroerende goed, al dan niet bebouwd, in België of in het buitenland;
Deze vrijstelling kan slechts aangevraagd worden gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed.

        De Vlaamse Maatschappij Voor Sociaal Wonen en de door de Vlaamse Maatschappij Voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen zoals vermeld in het decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 houdende de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        De bouwheren of verkavelaars, in zoverre zij zich in een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente hebben verbonden aan de uitvoering van een sociale en/of stedenbouwkundige last.

        De goederen van het openbaar domein en de goederen van privaat domein die voor een dienst van openbaar nut worden aangewend.

        De door de overheid erkende verenigingen.

        Op bouwgronden en kavels die tijdens het heffingsjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd n.a.v.:

        hun inrichting als collectieve voorzieningen, inclusief hun aanhorigheden;

        de pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden gegeven;

        hun werkelijke en volledige aanwending voor land- en tuinbouw gedurende het hele jaar;

        een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt;

        een vreemde oorzaak die de heffingsplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand.

        De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwde bouwgrond in woongebied of één onbebouwde kavel per kind ten laste. Deze vrijstelling wordt toegekend op voorwaarde dat het kind :

        op 1 januari van het heffingsjaar de leeftijd van dertig jaar nog niet heeft bereikt én

        het kind nog geen volle drie jaar een onbebouwde bouwgrond in woongebied, een onbebouwde kavel of een woning in volle eigendom heeft, alleen of met de persoon met wie hij gehuwd is of wettelijk of feitelijk samenwoont.

Deze vrijstelling geldt maar gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed.

        De houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning en dit gedurende één jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. (bedoeld wordt het attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat het geheel van de lasten zoals opgenomen in de verkavelingsvergunning zijn uitgevoerd of dat voor de uitvoering van de lasten een afdoende financiële waarborg is gestort in handen van de gemeenteontvanger of in zijn voordeel op onherroepelijke wijze door een bankinstelling is verleend).
Wanneer de verwezenlijking van de verkaveling in fasen wordt vergund, zijn de bepalingen van dit artikel “mutatis mutandis” op de delen van elke fase van toepassing.

 

Artikel 6. Aangifteplicht

§1 De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

§2 De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 maart van het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

Artikel 7. Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8  Betalingstermijn

Het bedrag van de ingekohierde belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9. Bezwaar

De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 10. Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op aanplakborden - Aanslagjaren 2026 - 2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

20 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts en Xander Meeuwesen

2 onthoudingen

Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Onder aanplakborden wordt verstaan:

elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in openlucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel.

Worden gelijkgesteld met genoemde borden, de muren of gedeelten van muren, omheiningen en elke andere constructie, al dan niet verplaatsbaar, die gehuurd of gebruikt worden om reclame erop aan te brengen.

 

Artikel 2 - Belastingtermijn

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting vastgesteld op aanplakborden die ten minste één vierkante meter oppervlakte hebben.

 

Artikel 3 - Belastbare grondslag en tarief

Het bedrag van de belasting bedraagt:

        € 100 per vierkante meter voor vaste en verplaatsbare aanplakborden;

        € 200 per vierkante meter voor aanplakborden, zoals gedefinieerd in artikel 1 maar waarop op één of andere manier verlichting is aangebracht of waarop licht is gericht;

        € 200 per vierkante meter voor rollende aanplakborden.

De gedeelten van elke vierkante meter worden steeds afgerond naar boven.

Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte de publicitair nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de volledige binnenoppervlakte van het bord, zonder de lijst. Voor de muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of het beplakte deel ervan, of tot de oppervlakte, die bekomen wordt door een rechthoek, waarbij de uiterste punten van een op een andere wijze vastgehechte reclame de raakpunten vormen.

 

Artikel 4 - Belastingplichtige

Wordt als belastingplichtige aangesproken de natuurlijke of rechtspersoon, die de beschikking (vrij gebruik) heeft over het aanplakbord; is deze niet gekend, de eigenaar van de grond waarop het bord geplaatst is of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht.

 

Artikel 5 - Termijn van de belasting

De belasting is verschuldigd voor gans het jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het belastingjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst, in gebruik genomen of weggenomen.

 

Artikel 6 - Vrijstellingen

De belasting is niet verschuldigd voor:

  1. de borden, geplaatst door openbare besturen, openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd;
  2. de borden die alleen gebruikt worden voor notariële aankondigingen;
  3. de borden die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van de wettelijk voorziene verkiezingen binnen de wettelijk vastgestelde termijn;
  4. de borden, alhoewel zichtbaar vanaf de openbare weg, geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van sportbeoefening;
  5. de borden die alleen gebruikt worden voor aankondiging van de eigen firmanaam op de plaats waar de bedrijfsuitbating gevestigd is;
  6. de borden geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties, wanneer het gaat om aankondigingen van hun eigen activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig vlak, op voorwaarde dat die borden niet langer dan één maand voor de aankondiging van hun activiteit aangewend zijn.

 

Artikel 7 - Aangifte

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd, binnen een maand vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aangifteformulier.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Artikel 8 - Inkohiering

De invordering van de belasting geschiedt door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting en in geval van herhaling aan het dubbel van het bedrag. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 9 - Indexering

De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 10 - Betalingstermijn

Aan de belastingplichtige wordt kosteloos een aanslagbiljet toegezonden.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 11 - Bezwaar

De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 12 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op afgifte administratieve stukken dienst burger - Aanslagjaar 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De gemeente staat in voor het aanmaken en verdelen van diverse verplichte en niet-verplichte documenten voor de Federale Overheid. De gemeente wenst de extra kosten, die het uitreiken van diverse documenten met zich meebrengt, te verhalen op de aanvrager.

Het voeren van een goed financieel beheer vergt de invoering van belastingen.

Het jaarlijkse schrijven van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken betreffende het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari van het volgende jaar.

Juridische grond

De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het MB van 15 maart 2013, laatst gewijzigd door het MB van 20 december 2023 legt de tarieven vast die vanaf 1 januari 2020 van toepassing zijn voor de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de verschillende categorieën van elektronische identiteitskaarten en - documenten die in het besluit worden opgesomd.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Stemming

19 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Deze belasting is een contantbelasting en wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het belastbare stuk. Een ontvangstbewijs wordt afgeleverd. De aan de belasting onderworpen personen of instellingen die een verzoek tot het verkrijgen van een of ander stuk indienen, moeten op het ogenblik van de aanvraag het bedrag van de belasting in bewaring geven indien dit document niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgeleverd worden.

 

Artikel 2 - Belastbare grondslag en tarief

Het bedrag van de belasting wordt als volgt bepaald:

Identiteitskaarten en verblijfskaarten voor vreemdelingen

Normale procedure:

Voor de afgifte van een elektronische identiteitskaart aan Belgen en voor de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument aan vreemdelingen: € 5,5, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Voor de afgifte van een elektronisch identiteitsdocument aan Belgen jonger dan 12 jaar en voor de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument aan vreemdelingen jonger dan 12 jaar: € 0, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Bij verlies of diefstal:

Voor de afgifte van een elektronische identiteitskaart aan Belgen en voor de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument aan vreemdelingen: € 5,5, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Voor de afgifte van een elektronisch identiteitsdocument aan Belgen jonger dan 12 jaar en voor de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument aan vreemdelingen jonger dan 12 jaar: € 5,5, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Spoedprocedure:

Voor de afgifte van een elektronische identiteitskaart aan Belgen en voor de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument aan vreemdelingen: € 11, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Voor de afgifte van een elektronisch identiteitsdocument aan Belgen jonger dan 12 jaar en voor de afgifte van een elektronisch verblijfsdocument aan vreemdelingen jonger dan 12 jaar: € 11, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

• Attest voor immatriculatie van vreemdelingen

€ 5,50 voor een eerste exemplaar of tegen teruggave van de vorige

€ 11,00 voor een duplicaat

• Paspoorten en reisdocumenten voor vreemdelingen

Normale procedure:

Voor de afgifte van een paspoort aan Belgen en voor de afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen: € 11, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Voor de afgifte van een paspoort aan Belgen jonger dan 18 jaar en voor de afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen jonger dan 18 jaar: € 0, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Spoedprocedure:

Voor de afgifte van een paspoort aan Belgen en voor de afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen: € 22, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

Voor de afgifte van een paspoort aan Belgen jonger dan 18 jaar en voor de afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen jonger dan 18 jaar: € 0, te vermeerderen met de federale aanmaakkost.

• Rijbewijs, voorlopig rijbewijs en internationaal rijbewijs

Normale procedure

€ 5,50 te vermeerderen met de federale aanmaakkost

Bij verlies of diefstal

€ 11,00 te vermeerderen met de federale aanmaakkost

 

Artikel 3 - Vrijstellingen

De stukken die krachtens de wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos dienen afgeleverd te worden door het gemeentebestuur zijn van de belasting vrijgesteld

 

Artikel 4 - Bezwaar

De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 5 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op bouwen, verbouwen en herbouwen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 19 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

De gemeente Boechout heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031, een éénmalige belasting op het verharden, bouwen, herbouwen en het uitbreiden van gebouwen en constructies op heel haar grondgebied en waarvoor in toepassing van het omgevingsdecreet een voorafgaandelijke melding of omgevingsvergunning vereist is. De belasting is niet van toepassing op handelingen die vrijgesteld zijn van vergunningsplicht.

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

        Gebouw: elk in harde materialen opgetrokken bouwwerk rechtstreeks of onrechtstreeks van een dak voorzien alsook het houten gebouw met harde materialen gedekt en zodanig opgericht dat het een bestendig karakter heeft.

        Herbouwen: een constructie volledig afbreken, of meer dan 40 % van de buitenmuren van een constructie afbreken, en binnen het bestaande bouwvolume van de geheel of gedeeltelijk afgebroken constructie een nieuwe constructie bouwen;

        Verbouwen: aanpassingswerken doorvoeren binnen het bestaande bouwvolume van een constructie waarvan de buitenmuren voor ten minste 60% behouden blijven

        Uitbreiden: het vergroten van het totale bouwvolume van de constructie

        Bouwvolume: het bruto-bouwvolume van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, zoals een aangebouwde garage, veranda of berging, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, en met inbegrip van de onderkeldering onder het maaiveld.

        Verharding: de oppervlakte waarvan de natuurlijke bodem gewijzigd is door het te bedekken of de aard te veranderen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen waterdoorlatende en niet-waterdoorlatende verhardingen. Zwembaden, zwemvijvers, siervijvers en zonnepanelen geplaatst op de grond worden ook beschouwd als verhardingen. Ondergrondse constructies zonder bovenbouw zullen ook beschouwd worden als verhardingen voor de berekening van de belasting. Ondergrondse constructies die in horizontale oppervlakte groter zijn dan de constructies boven het maaiveld worden voor wat betreft de berekening van de belasting beschouwd als verharding.

        Woning: elk gebouw of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande

 

Artikel 2 - Belastbare grondslag

De belasting heeft tot grondslag de inhoud van de gebouwde, herbouwde of uitgebreide delen, uitgedrukt in m³ en van de oppervlakte van de aangelegde verhardingen, meer dan de vrijgestelde oppervlakte, uitgedrukt in m².

De gemeenschappelijke muren alsmede deze bestemd om later gemeenschappelijk te worden, dienen slechts meegerekend te worden voor de helft van hun dikte.

Indien een bestaand gebouw wordt uitgebreid, wordt de belasting berekend volgens de uitbreiding van het bouwvolume. Indien het totale bouwvolume verkleint, is geen belasting verschuldigd.

De belasting is tevens verschuldigd op de regularisatie van bestaande constructies.

De eigendommen gelegen op de grenslijn worden slechts belast voor het gedeelte dat op het grondgebied van de gemeente Boechout is gelegen.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de aanvrager of de melder van de omgevingsvergunning of de melding.

Het verkopen van het op te richten of opgerichte gebouw of een deel ervan, ontslaat de vergunninghouder niet van het betalen van de belasting.

Wanneer er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij ieder hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de gehele belasting.

 

Artikel 4 - Tarief van de belasting

De tarieven van de bouwtaks worden als volgt vastgesteld:

        voor het bouwen, herbouwen en uitbreiden: € 0,90 per m³

        voor de aanleg van niet-vrijgestelde verhardingen: € 10/m²

 

Ongeacht het volume of de oppervlakte van de belastbare delen, zal een minimum belasting ten bedrage van € 75 per dossier worden toegepast.

 

Artikel 5 - Indexering

De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 6 - Aangifteplicht

Van zodra een gebouw onder dak is, of de werken voor de aanleg van verhardingen voltooid zijn, moet de belastingplichtige hiervan schriftelijk aangifte doen aan het gemeentebestuur. Bij gebreke hieraan wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

 

Artikel 7 - Vrijstellingen

Zijn vrijgesteld van deze belasting:

        de gebouwen en verhardingen die eigendom zijn van een openbaar bestuur;

        de sociale woningen en verhardingen gebouwd en aangelegd door bemiddeling van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en door de haar erkende sociale huisvestingsmaatschappij;

        de gebouwen en verhardingen gebouwd en aangelegd door bemiddeling van een door de gemeente erkende vereniging, op gronden van de gemeente of op gronden waar de gemeente een zakelijk recht op heeft;

        gebouwen en verhardingen die eigendom zijn van een onderwijsinstelling erkend door het Ministerie van Onderwijs of het Vlaams gewest;

        de gebouwen die een voorlopig karakter hebben, namelijk deze die binnen een tijdsverloop van ten hoogste één jaar te rekenen van de dag tot toelating van bouwen, worden gesloopt alsook de alleenstaande afdaken; 

        serres.

 

Artikel 8 - Heropbouw na ontploffing, brand, stormschade of andere ongevallen

Geen belasting zal verschuldigd zijn voor heropbouw van woningen, bedrijfsgebouwen en kantoren na ontploffing, brand, stormschade of andere ongevallen (gedekt door de verzekering) die uitgevoerd worden door dezelfde eigenaar, tenzij de heropbouw gepaard gaat met het vergroten van het volume van de woning. Het volume in meer ten opzichte van het oorspronkelijk volume van het gebouw wordt belast aan de tarieven zoals vermeld in artikel 4.

 

Artikel 9 - Inkohiering

Wanneer een gebouw onder dak is en/of de werken voor de aanleg van verhardingen voltooid zijn, gebeurt de invordering van de belasting bij wege van een kohier overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het jaar van de aanslag is het jaar van de aangifte van 'gebouw onder dak' of 'einde werken'.

 

Artikel 10 - Betalingstermijn

Aan de belastingplichtige wordt kosteloos een aanslagbiljet toegezonden. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 11 - Bezwaar

De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 12 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op de leegstand van gebouwen en woningen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 16 december 2019.

Rekening houdend met het gemeentelijke reglement op leegstaande woningen en gebouwen dat eveneens voorligt ter goedkeuring, waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.

De Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Op basis van deze Codex Wonen kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. Het is wenselijk dat op het grondgebied van de gemeente het beschikbaar patrimonium voor wonen ook optimaal benut wordt.

Omdat de strijd tegen de leegstaande woningen en/of gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast worden;

Rekening houdend met de vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen welke het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt opgenomen in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

17 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:

  1. Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris
  2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
  3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. een aangetekend schrijven
    2. een afgifte tegen ontvangstbewijs
    3. een elektronische aangetekende zending
  4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  5. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven
  6. Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
    De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
    Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
  7. Leegstaande woning: Woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
  8. Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art 2.10 van Boek 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 .
  9. Leegstand bij nieuwbouw:
    Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
  10. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
  11. Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
  12. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1. de volle eigendom
    2. het recht van opstal of van erfpacht
    3. het vruchtgebruik
       

Artikel 2 - Belastingtermijn en belastbare grondslag

§1. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

§3. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de heffing verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

§1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

        naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel,

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4 - Tarief van de belasting

De belasting bedraagt:

- € 2.000 voor een woning

- € 2.000 voor een gebouw

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting:

- € 4.000 voor een woning

- € 4.000 voor een gebouw

Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting:

- € 6.000 voor een woning

- € 6.000 voor een gebouw

Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting:

- € 8.000 voor een woning

- € 8.000 voor een gebouw

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het register staat wordt herrekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw in het leegstandregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname in het leegstandregister.

 

Artikel 5 - Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde formulier ‘aanvraag voor vrijstelling van de leegstandsbelasting’. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname in het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke opnamedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de opnamedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 5 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§ 2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft ,voor een periode van maximum twee opeenvolgende jaren; en dit enkel voor de woning waar de houder van het zakelijk recht laatst verbleef voor zijn opname in de zorginstelling
  2. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor een periode van maximum twee opeenvolgende jaren;
  3. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht
  4. de woning of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed;
  5. de woning of het gebouw dat, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is in een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  6. de woning of het gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee opeenvolgende  jaren;
  7. de woning of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik; De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum twee jaar.
  8. de woning of het gebouw dat gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning;
  9. de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling geldt voor een periode van maximum drie jaar.
  10. de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum 5 opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.

 

Artikel 6 - Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7 - Indexering

De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 8 - Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9 - Bezwaar

De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 3 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 10 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 16 december 2019.

Rekening houdend met het gemeentelijke reglement op verwaarloosde woningen en gebouwen dat eveneens voorligt ter goedkeuring.

Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente het beschikbare patrimonium voor wonen ook optimaal benut wordt.

Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen werd overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig werden opgeheven.

Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 19 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

  1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. een aangetekend schrijven
    2. een afgifte tegen ontvangstbewijs
    3. een elektronisch aangetekende zending
  2. Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  3. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  4. Gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement en artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen;
  5. Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
  6. Opnamedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;
  7. Verwaarlozing: een gebouw, ongeacht of het dient als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
  8. Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
  9. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    1. de volle eigendom
    2. het recht van opstal of van erfpacht
    3. het vruchtgebruik
       

Artikel 2 - Belastingtermijn en belastbare grondslag

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§3. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.

§2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel 4 - Tarief van de belasting

De belasting bedraagt:

- € 1.500 voor een gebouw

- € 1.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting:

- € 3.000 voor een gebouw

- € 3.000 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting:

- € 4.500 voor een gebouw

- € 4.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat bedraagt de belasting:

- € 6.000 voor een gebouw

- € 6.000 voor een woning

 

Artikel 5 - Vrijstellingen

Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die sinds minder dan een jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht;
  2. de woning of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed;
  3. de woning of het gebouw dat, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  4. de woning of het gebouw dat vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling jaarlijks opnieuw moet aangevraagd worden en slechts geldt gedurende een periode van drie opeenvolgende jaren volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  5. de woning of het gebouw dat gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning vergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie opeenvolgende jaren volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
  6. de woning of het gebouw dat gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie opeenvolgende  jaren.
  7. de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum vijf opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.

 

Artikel 6 - Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7 - Indexering

De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 8 - Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9 - Bezwaar

De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 10 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op tweede verblijven - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Bij de opmaak van het leegstandsregister wordt vastgesteld dat er in Boechout woongelegenheden zijn die gebruikt worden zonder dat de bewoners zijn ingeschreven in het bevolkingsregister. De gemeente wenst een belasting op tweede verblijven in te stellen.

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de meerjarenplanning 2026-2031.

De gemeente wenst een duidelijk verschil te scheppen tussen leegstaande woningen en 

tweede verblijven.

Argumentatie

Het reglement op tweede verblijven kadert in het lokaal woonbeleid.

De gemeente is bevoegd om een belasting op tweede verblijven te heffen, conform de Vlaamse regelgeving. Deze belasting kadert binnen het lokaal woonbeleid en heeft tot doel: 

        Het beschikbare woonpatrimonium optimaal te benutten voor permanente bewoning; 

        De sociale cohesie in de gemeente te bevorderen; 

        Het compenseren van gemiste inkomsten door het ontbreken van inschrijvingen in het bevolkingsregister. 

Tweede verblijven leveren geen aanvullende personenbelasting op voor de gemeente, hoewel zij wel gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen.  Door deze belasting wordt het evenwicht hersteld in de bijdrage aan de lokale middelen. 

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 19 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

4 onthoudingen

Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen 

§1. Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woongelegenheid waarvan diegene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de chalets gelijkgesteld aan caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger. 

 

 §2. Als tweede verblijf worden niet beschouwd: 

        het gebouw uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een (aantoonbare) beroepsactiviteit;  

        de tenten en woonaanhangwagens;  

        verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden; 

        elke woongelegenheid in beheer van de sociale huisvestingsmaatschappij, het sociaal verhuurkantoor, het OCMW, de gemeente en het autonoom gemeentebedrijf; 

        een woongelegenheid die geregistreerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar kan niet worden opgenomen op de lijst tweede verblijven. 

  

Artikel 2 – Indicaties van een tweede verblijf  

De woongelegenheid wordt als tweede verblijf beschouwd, wanneer én of meerdere 

indicaties van toepassing zijn: 

        geen inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister op het adres van de woning; 

        de woning is afgewerkt; 

        de woning is helemaal of gedeeltelijk bemeubeld; 

        de woning is aangesloten op de nutsvoorzieningen; 

        de heeft sanitaire voorzieningen; 

        de woning is uitgerust om er te eten en te slapen 

        de woning heeft een verbruik van de nutsvoorzieningen (gas/elektriciteit/water). 

 

Artikel 3 - Belasting op tweede verblijven 

Er wordt voor een periode aanvang nemend op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 een jaarlijkse belasting geheven op tweede verblijven. De belasting is ondeelbaar en voor het gehele belastingjaar verschuldigd door de belastingplichtige, die zakelijk gerechtigde is op 1 januari van het aanslagjaar. 

 

Artikel 4 - Belastingplichtige 

De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari houder is van het zakelijk recht van het tweede verblijf. In geval van samenloop van zakelijk gerechtigden, zijn de houders van een zakelijk recht, hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting. Indien het tweede verblijf is verhuurd op 1 januari van het aanslagjaar, is de huurder van het tweede verblijf, zoals deze gekend is op 1 januari van het aanslagjaar, hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de belasting. Ingeval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker. De eigenaar is hoofdelijk mee aansprakelijk voor de betaling van de belasting. 

 

Artikel 5 – Aangifteplicht 

De aangifteplichtige dient jaarlijks uiterlijk op 1 juni een aangifte in bij het gemeentebestuur, op een voorgeschreven formulier. Wie geen formulier ontvangt, is verplicht dit spontaan aan te vragen. De administratie stelt het formulier ter beschikking. Uiterlijk twee maanden na ontvangst moet het formulier ingevuld en ondertekend terugbezorgd worden. Op basis hiervan wordt het pand ingeschreven in het register van tweede verblijven. 

  

Artikel 6 – Ambtshalve opname 

Bij gebrek aan tijdige of correcte aangifte wordt het pand ambtshalve opgenomen in het register van tweede verblijven, op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. De opname wordt per beveiligde zending betekend aan de aangifteplichtige, met opgave van de motieven en bewijsstukken. 

  

Artikel 7 – Belastingbedrag  

De belasting wordt vastgesteld op € 1.500 per jaar en per tweede verblijf.  

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.  

 

Artikel 8 - Indexering

Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 9 - Betalingstermijn 

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. 

 

Artikel 10 - Bezwaar 

De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. 

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen). 

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. 

Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan. 

 

Artikel 11 - Bekendmaking 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op het verspreiden van reclamedrukwerk -  Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Door het heffen van deze belasting hoopt de gemeente de hoeveelheid ongeadresseerd drukwerk te verminderen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012, met latere wijzigingen, tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

21 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

1 onthouding

Tine Bracke

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente Boechout.

Onder ongeadresseerd drukwerk wordt verstaan elke publicatie die ertoe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die erop gericht is een potentieel cliënteel ertoe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.

Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik van het aangewezen product of de aangeboden dienst.

Onder huis-aan-huis verspreiding wordt verstaan het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.

 

Artikel 2 - Belastingtermijn

De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis verspreiding van ongeadresseerd drukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Indien de verantwoordelijke uitgever niet gekend is of indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting solidair in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler van het niet-geadresseerd drukwerk of gelijkgesteld product.

Indien de verantwoordelijke uitgever een natuurlijk persoon is met als adresgegevens de maatschappelijke zetel of vestigingszetel van een rechtspersoon, wordt de rechtspersoon geacht de verantwoordelijke uitgever te zijn.

 

Artikel 4 - Tarief van de belasting

Het tarief wordt vastgesteld per bedeling op:

 

 

Omschrijving

Tarief in €

1

Reclamedrukwerk of gelijkgestelde producten =< 200 gram per stuk

 

250

2

Reclamedrukwerk of gelijkgestelde producten => 200 gram per stuk

 

500

.

 

Artikel 5 - Aangifteplicht

 

De belastingplichtigen zijn verplicht aangifte te doen van de belastbare elementen van het drukwerk of daarmee gelijkgesteld product voor het lopende aanslagjaar op de volgende momenten:

Voor reclamedrukwerk verspreid tussen:

        week 1 en week 13 van het aanslagjaar: ten laatste op 30 april van dat jaar

        week 14 en week 26 van het aanslagjaar: ten laatste op 30 juli van dat jaar

        week 27 en week 39 van het aanslagjaar: ten laatste op 30 oktober van dat jaar

        week 40 en week 52 van het aanslagjaar: ten laatste op 30 januari van het volgende aanslagjaar

 

Deze aangifte zal vergezeld zijn van een specimen van het te verspreiden drukwerk of daarmee gelijkgesteld product.

Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of in geval van onjuiste of onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belasting van ambtswege ingekohierd overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de ontdoken belasting.

 

Artikel 6 - Vrijstellingen

De volgende publicaties zijn van de belasting vrijgesteld :

1. publicaties van publiekrechtelijke personen;

2. publicaties van  erkende verenigingen van Boechout;

 

Artikel 7 - Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8 - Indexering

De tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 9 - Betalingstermijn

Aan de belastingplichtige wordt kosteloos een aanslagbiljet toegezonden.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10 - Bezwaar

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 11 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari  2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op masten en pylonen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Masten en pylonen bederven de vrije open ruimte en worden ervaren als landschapsverstorend en brengen derhalve hinder mee voor de plaatselijke gemeenschap.

Het is billijk om, met het oog op de financiering van de algemene dienstverlening een

specifieke bijdrageplicht ten laste van de eigenaars van masten en pylonen in te stellen.

Het voeren van een goed financieel beheer vergt de invoering van belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De Raad van State 14 januari 2014, nr. 226.034 en 16 juni 2015, nr. 231.593 heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom een objectief en redelijk criterium uitmaken die het landschapsverstorende karakter van de masten en pylonen compenseren.

Het Arrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 189/2011) van 15 december 2011 waardoor de gemeente niet verboden wordt de economische activiteit van de telecomoperatoren die op het grondgebied van de gemeente verwezenlijkt wordt door de aanwezigheid van gsm pylonen, -masten of –antennes die voor die activiteit worden aangewend, te belasten om budgettaire redenen of andere redenen.

Belastingen die losstaan van het gebruiksrecht, worden door de EOB-wet (wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven) niet verboden. Zo is het bijvoorbeeld wel mogelijk om een algemene belasting op de economische activiteit van de telecomoperatoren te heffen (GH 15 december 2011, nr. 2011/189) of kunnen masten en pylonen, waaronder gsm-masten, belast worden om budgettaire redenen en omwille van hun landschapsverstorende karakter (Cass. 30 maart 2012, F.11.0043.F; Cass. 30 maart 2012, F.11.0044.F; Cass. 30 maart 2012, F.11.0046.F; Cass. 30 maart 2012, F.11.0080.F; Cass. 23 november 2012, nr. C.11.0444.N/1).

Een algemene belasting die onder andere gsm-masten treft, wordt ook niet verhinderd door artikel 13 van de richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn). Die richtlijn stelt regels vast over de procedures voor het verlenen van algemene machtigingen of rechten aan onder andere telecomoperatoren en bepaalt in dat kader ook de aard en de omvang van de financiële lasten die de lidstaten aan de dienstverleners kunnen opleggen. Artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn bepaalt dat lidstaten een vergoeding kunnen vragen voor de rechten om faciliteiten te installeren op, boven of onder openbare of particuliere eigendom.

Belastingen op masten en pylonen houden geen schending in van het vrij verkeer van diensten (artikel 49 EG) en het Europees mededingingsrecht (richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten) als ze zonder onderscheid van toepassing zijn op alle eigenaars van de masten en pylonen en als buitenlandse eigenaars feitelijk noch rechtens zwaarder worden geraakt dan binnenlandse exploitanten (HvJ 8 september 2005, samengevoegde zaken nrs.C-544/03 en C-545/03).

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving en tarief

De gemeente Boechout heft met ingang van 1 januari  2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, een jaarlijkse belasting van 3.000 € per mast of pyloon die zich op haar grondgebied bevindt in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        Mast: een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die geplaatst wordt op een dak of een andere bestaande constructie, met een gezamenlijke hoogte van minimaal 20 meter

        Pyloon: een individuele verticale constructie die opgericht wordt op niveau van het maaiveld met een hoogte van minimaal 20 meter

 

Artikel 2 - Belastingtermijn

Deze belasting is jaarlijks betaalbaar op basis van een vordering van het gemeentebestuur.

De belastingsplichtige moet, ten laatste op 30 april van het aanslagjaar, aangifte doen van het aantal belastbare masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente op het door de gemeente ter beschikking gestelde formulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte de datum vermeld op het ontvangstbewijs.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er zelf om verzoeken. Het niet ontvangen van een dergelijk aangifteformulier ontslaat de gebruiker niet van zijn aangifteplicht.

De belasting is ondeelbaar, er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

De belastingplichtige is de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 4 - Hoofdelijke aansprakelijkheid

De eigenaar van de constructie en/of de grond, waarop de masten en pylonen werden opgericht, is mee hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 5 - Belastbare grondslag

De belasting is verschuldigd voor elke mast of pyloon die zich op 1 januari van het aanslagjaar in de gemeente bevindt. De belasting is ondeelbaar voor het hele aanslagjaar verschuldigd.

 

Artikel 6 - Aangifteplicht

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 2 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag gebaseerd is evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

De ambtshalve belastingaanslag zal worden verhoogd met 20%, 50%, 100% of 200% al naargelang het een eerste, tweede derde of vierde en volgende overtreding betreft.

 

Artikel 7 - Vrijstellingen

Masten en pylonen die geplaatst worden op het grondgebied Boechout-Vremde met het oog op het voortbrengen van energie op alternatieve wijze (windmolens en andere vormen van groene stroom) worden vrijgesteld van deze belasting.

 

Artikel 8 - Inkohiering

De belasting en de verhoging worden ingekohierd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9 - Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na het verzenden van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet wordt kosteloos door de financieel beheerder aan de belastingplichtige gestuurd.

 

Artikel 10 - Bezwaar

De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 11 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari  2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op nachtwinkels - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Op het grondgebied van de gemeente bevinden zich nachtwinkels. De activiteiten van genoemde zaken verschillen fundamenteel van deze van de gewone kleinhandel. De openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden en de winkels trekken ook een ander publiek aan. Een dergelijke situatie kan leiden en heeft al geleid tot grotere inspanningen vanwege de gemeente, o.a. wat betreft de inzet van de lokale politie voor handhaving van de openbare rust en de verkeersveiligheid en van de gemeentediensten die instaan voor de openbare reinheid.

Het is dan ook billijk dat de betrokken handelszaken als tegenprestatie een bijzondere financiële inspanning doen, maar dat zij anderzijds van de algemene heffing voor bedrijven worden vrijgesteld.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening in het bijzonder de artikelen 2, 6 en 18.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

De gemeente Boechout heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting op nachtwinkels gelegen op het grondgebied Boechout.

Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.

 

Artikel 2 - Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel.

 

Artikel 3 - Tarief van de belasting

De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op € 6.000 en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel zoals gedefinieerd in artikel 1 van dit reglement.

Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.

De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op € 750 per nachtwinkel.

De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.

 

Artikel 4 -  Aangifteplicht

De eigenaar van de handelszaak en de uitbater ervan zijn ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur. Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van het gemeentebestuur. Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken.

Teneinde de belasting te heffen, stuurt het gemeentebestuur naar alle nachtwinkels in uitbating een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd, binnen een maand vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aangifteformulier.

Indien, om welke reden ook, de belastingplichtigen geen aangifteformulier ontvangen hebben, zijn deze ertoe gehouden, uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

 

Artikel 5- Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar

verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Bij gebreke van aangifte of bij onvolledigheid hiervan wordt van ambtswege een belasting

geheven op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur beschikt.

De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.

Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook tenzij na inwilliging van een bezwaar.

 

Artikel 6 - Betalingstermijn

De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na het verzenden van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet wordt kosteloos door de financieel beheerder aan de belastingplichtige gestuurd

 

Artikel 7 - Bezwaar

De belastingplichtige kan  tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 8 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op het niet afkoppelen van DWA en RWA - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.
De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Het beheer en onderhoud van de gemeentelijke rioleringen werd in 2006 toevertrouwd aan een externe rioolbeheerder. Voor een aantal grote infrastructuurwerken verkrijgt die rioolbeheerder in naam van de gemeente subsidies voor het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel voor de afvoer van afvalwater (DWA) en regenwater (RWA).

Voorwaarde voor het verkrijgen van deze subsidies is dat iedere mogelijkheid tot ontkoppelen verplicht moet uitgevoerd worden, anders verliest men de volledige subsidie.

Voor niet-woongelegenheden en woongelegenheden geldt dat het hemelwater nooit op de afvalwaterleiding van een gescheiden riolering en niet op de openbare riolering mag aangesloten worden indien het technisch mogelijk is dit hemelwater in het oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater te lozen.

Om dit afdwingbaar te maken, wordt dit belastingreglement voorgesteld.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 19 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II): riolen (opvangsystemen voor stedelijk afvalwater) moeten worden ontworpen, gebouwd, aangepast en onderhouden in overeenstemming met de best beschikbare technieken ten aanzien van:

- volume en eigenschappen van het stedelijk afvalwater;

- voorkomen van lekkages;

- beperken van verontreiniging van de ontvangende wateren door overstroming van hemelwater.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

19 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts en Xander Meeuwesen

3 stemmen tegen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt onder de hierna vermelde voorwaarden een belasting geheven op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater bij bestaande woningen in door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten.

 

Artikel 2 - Belastbare grondslag

        Afvalwater: water met afvalstoffen en/of verontreinigingen waarvan de houder zich ontdoet of moet ontdoen.

        Hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater.

        Gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelstel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor hemelwater.

        Semi-gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor de afvoer van hemelwater waarvan deze laatste in hoofdzaak beperkt is tot het hemelwater van de wegverharding en de huisaansluitingen die reeds gescheiden kunnen aanvoeren. De overige bestaande huisaansluitingen voeren nog gemengd aan op de leiding van afvalwater.

        Afkoppelingsdeskundige: wordt door de rioolbeheerder aangesteld. Informeert de bewoners, maakt het afkoppelingsplan, de kostenraming, volgt de uitvoering van de afkoppelingswerken op en controleert de facturen.

        Bestaande gebouwen: gebouwen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd zonder de verplichting van het afvalwater en het hemelwater gescheiden af te voeren.

        Maximale afkoppeling: bij open en halfopen bebouwing dient alle hemelwater gescheiden van afvalwater afgevoerd te worden. Bij gesloten bebouwing dient het hemelwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd te worden, behalve indien hiervoor leidingen door of onder de woning dienen aangelegd te worden.

        Afkoppelingsprojecten: de aanleg van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel in de openbare weg zoals door de gemeente vastgesteld.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw, die bij de uitvoering van de rioleringswerken het hemelwater bij bestaande gebouwen in door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten niet optimaal afkoppelt. Het niet optimaal afkoppelen wordt vastgesteld door de afkoppelingsdeskundige en overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4 - Tarief van de belasting

De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 2.000 per jaar, verrekenbaar per maand en betaalbaar vanaf het einde van de zevende maand na de datum van de uitvoering van het afkoppelingsproject ter hoogte van de bestaande woning, indien het hemelwater bij de bestaande woning niet maximaal werd afgekoppeld.

 

Artikel 5 - Indexering

Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

 

Artikel 6 - Vrijstellingen

Eigenaars van gebouwen waarvoor de maximale afkoppeling technisch-economisch niet haalbaar is, worden vrijgesteld van deze belasting. De haalbaarheid van de maximale afkoppeling wordt bepaald door de afkoppelingsdeskundige. In geval van onenigheid over deze beslissing zal een voor beide partijen aanvaardbare, onafhankelijke deskundige aangesteld worden die de definitieve beslissing zal nemen.

 

Artikel 7 - Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8 - Bezwaar

De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 9 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen - AJ 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

9 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

De gemeente Boechout heft met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 een belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen bij het optrekken van nieuwe gebouwen en bij het uitvoeren van verbouwingswerken en/ of bestemmingswijziging van bestaande gebouwen.

 

Artikel 2 - Definities

Voor de definities van de begrippen wordt verwezen naar de definities vermeld in de bouwcode van de gemeente Boechout en in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van een omgevingsvergunning afgeleverd volgens de bepalingen van de bouwcode gemeente Boechout, RUP, BPA of verkaveling en die:

 a) Op grond van deze vergunning ontheven wordt van de verplichting of in de onmogelijkheid verkeert één of meer van de in de omgevingsvergunning voorgeschreven parkeerplaatsen aan te leggen binnen de voorgeschreven tijd;

 b) Eén of meer van de in deze omgevingsvergunning verplicht aan te leggen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd binnen de voorgeschreven tijd.

De belasting is verhaalbaar op de rechtsopvolgers ten algemene en ten bijzondere titel van de houder van de omgevingsvergunning.

§ 2. De belasting is eveneens verschuldigd door de eigenaar indien de bestemming van de parkeerplaats(en) zodanig gewijzigd wordt dat niet meer voldaan wordt aan de omgevingsvergunning.

 

Artikel 4 - Tarief van de belasting

De belasting bedraagt € 12.500 per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats.

 

Artikel 5 - Inkohiering

De gemeente Boechout vestigt de belasting door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6 - Betalingstermijn

De betaling is betaalbaar binnen de twee maanden na het verzenden van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet wordt kosteloos door de financieel directeur aan de belastingplichtige gestuurd.

 

Artikel 7 - Bezwaar

De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 8 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op ontgravingen of overplaatsingen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, paragraaf 3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005 tot wijziging van het besluit van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Belastingtermijn

Voor het aanslagjaar 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting op ontgravingen of overplaatsingen vastgesteld.

 

Artikel 2 - Belastbare grondslag en tarieven

De belasting voor een ontgraving van een kist uit volle grond of kelder of een urne uit volle grond bedraagt € 500.

De belasting voor de overplaatsing van een urne uit een urnenveld of de columbariumwand of columbariumzuil (naar een andere locatie binnen de begraafplaats, naar een andere locatie buiten de begraafplaats of bij uitstrooiing van de assen) bedraagt € 250.

Deze kosten worden eventueel nog verhoogd met de op dat moment geldende retributie voor een nieuwe concessie. De retributie is verschuldigd door diegene die de machtiging tot ontgraving of overplaatsing vraagt. De ontgraving van stoffelijke resten gebeurt steeds door een erkende, private firma aangesteld door de gemeente. De daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de aanvrager.

Tevens,  dient de aanvrager rekening te houden met bijkomende kosten voor een eventuele verwijdering, overplaatsing, aanpassing of plaatsing van graftekens, kosten voor een begrafenisondernemer om te voorzien in de crematie of benodigdheden zoals een nieuwe kist of nieuwe urne om de overbrenging te kunnen uitvoeren.

 

Artikel 3 - Belastingplichtige

De belasting wordt gevorderd van diegene die om de ontgraving of overplaatsing verzoekt. Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting. Ze wordt dan opgenomen in een kohier.

 

Artikel 4 - Vrijstellingen

Deze belasting is niet toepasselijk op :

  1. ontgravingen op bevel van de gerechtelijke overheid.
  2. ontgravingen van stoffelijke resten of de verplaatsing van de urnen met de as, uitgevoerd op initiatief van de gemeente in het kader van de overbrenging van de stoffelijke resten van een concessie, die wordt beëindigd bij het sluiten van een begraafplaats, naar een concessie op de nieuwe begraafplaats.
  3. ontgravingen van militairen en burgers die overleden in dienst van het vaderland.

 

Artikel 5 - Bezwaar

De belastingschuldige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 6 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht. De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Het is passend dat het gemeentebestuur een regeling treft in verband met sluikstorten ter vrijwaring van het leefmilieu. Alhoewel de gemeente een huisvuilophaling organiseert wordt zij regelmatig met sluikstorten geconfronteerd. Het opsporen van de identiteit van de clandestiene afvalstorter vormt een supplementaire inspanning.

Het is een maatregel van goed bestuur, een vergoeding te vorderen voor de door de gemeente geleverde dienst.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 19 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 heft het gemeentebestuur een belasting op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente, ten laste van de in artikel 2 vermelde personen.

 

Artikel 2 - Belastingplichtige

Deze belasting is verschuldigd door diegene die afvalstoffen achterlaat, opslaat of stort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, de gemeentelijke politieverordening betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en andere wettelijke bepalingen.

 

Artikel 3 - Tarief van de belasting

Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door de gemeente wordt het bedrag van deze belasting als volgt vastgesteld :

        € 150 voor het verwijderen van afval met een max. gewicht van 50kg

        € 300 voor verwijdering van afval met een gewicht van 51kg tot 1000kg

        afval met een gewicht boven 1000kg: € 300 vermeerderd met € 300 per begonnen ton

        een vaste administratieve kost van € 150.

Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente

wordt het factuurbedrag van deze derde, verhoogd met de vaste administratieve kost van € 150, doorgerekend aan de in artikel 2 vermelde belastingplichtige.

 

Artikel 4 - Indexering 

Deze tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. 

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro. 

 

Artikel 5 - Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6 - Bezwaar

De belastingplichtige kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 7 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Belasting op de opslagplaatsen van schroot en voertuigen - Aanslagjaren 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke fiscale autonomie is verankerd in de Grondwet (artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet). In principe komt het de gemeente toe om gelijk welke materie te belasten wanneer zij dat budgettair of beleidsmatig noodzakelijk acht.

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de belastingreglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de belastingreglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Het is verantwoord is een gemeentebelasting te heffen op alle opslagplaatsen voor versleten voertuigen en/of schroot, die de landschappen ontsieren.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.

Juridische grond

Artikel 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op elke opslagplaats voor versleten en definitief buiten gebruik gestelde voertuigen en/of schroot, aangelegd op het grondgebied van de gemeente Boechout en gelegen in open lucht, zichtbaar van op de begane grond vanaf welk punt ook van één of meer openbare wegen.

De jaarlijkse belasting is ondeelbaar verschuldigd voor gans het jaar wat ook de datum is waarop de exploitatie aanvangt of eindigt.

Door opslagplaats wordt bedoeld elke niet overdekte verzamelplaats voor versleten voertuigen en/of schroot, ongeacht de hoeveelheid hiervan.

Onder versleten voertuigen wordt verstaan, hetzij voertuigen die niet meer kunnen gebruikt worden, maar waarvan het koetswerk nog bestaat, hetzij gebruikte voertuigen die nog bruikbaar kunnen gemaakt worden of die nog dienstig kunnen zijn als onderdelen van andere voertuigen.

 

Artikel 2 - Belastingplichtige

Belastingplichtige is:

  1. op de eerste plaats de uitbater van elke opslagplaats, zelfs indien hij geen eigenaar is van de grond die als opslagplaats gebruikt wordt;
  2. op de tweede plaats de eigenaar van de grond die als opslagplaats gebruikt wordt, indien de uitbater niet gekend is, onvindbaar of onvermogend is.

De belastingplichtigheid is enkel solidair ten aanzien van de eigenaar vermeld onder sub. 2.

 

Artikel 3 - Tarief van de belasting

Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 0,50 per m², in functie van de totale oppervlakte van het terrein waarop de opslagplaats, met inbegrip van haar bijgebouwen en verwerkingsatelier, met een minimum van € 150.

Gaat de oppervlakte uit boven 2 500 m², dan bedraagt de jaarlijkse belasting € 0,25 per m², met een minimum van € 1.300.

Indien een belastingplichtige verschillende opslagplaatsen heeft, is hij deze belasting verschuldigd per opslagplaats afzonderlijk en niet overeenkomstig de gezamenlijke oppervlakte van de verschillende opslagplaatsen samen.

 

Artikel 4 - Aangifteplicht

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 december van het belastingjaar aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Artikel 5 - Vrijstellingen

Is vrij van deze belasting:

  1. elke opslagplaats die volledig onzichtbaar is van op de begane grond van de openbare wegen om reden van haar ligging of wegens het feit dat zij omringd is door muren, hagen of andere afschermingsmiddelen, toegelaten krachtens de wettelijke en reglementaire bepalingen, waarvan de hoogte toereikend is om de opslagplaats volledig onzichtbaar te maken;
  2. elke opslagplaats gelegen binnen het gebied van spoorweginstallaties voor rekening van genoemde instellingen;
  3. stapelplaatsen voor materialen die het onderwerp zijn van een continu bedrijvigheid voor verwerking of verzending.

 

Artikel 6 - Inkohiering

De invordering van de belasting geschiedt door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting en in geval van herhaling aan het dubbel van het bedrag.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

 

Artikel 7 - Betalingstermijn

Aan de belastingplichtige wordt een aanslagbiljet kosteloos toegezonden.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8 - Bezwaar

De belastingplichtige kan tegen deze belasting  bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 9. Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voor administratieve prestaties - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met  de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

19 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts en Xander Meeuwesen

3 stemmen tegen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 heft het gemeentebestuur een retributie voor administratieve prestaties.

 

Artikel 2 - Betalingsplichtige

De retributie is verschuldigd door de persoon die het stuk of de inlichting vraagt.

 

Artikel 3 - Tarief

De retributie dient betaald bij aanvraag en wordt als volgt vastgelegd :

        wettiging van handtekening, eensluidend verklaren van afschriften, en dergelijke

€ 0 voor eerste 3 exemplaren

€ 2,50 voor ieder bijkomend exemplaar

        fotokopie van persoonlijke documenten

€ 0,15 voor A4-formaat zwart

€ 0,3 voor A3-formaat zwart

€ 0,6 voor A4-formaat kleur

€ 1,2 voor A3-formaat kleur

        genealogische opzoekingen

€ 15 per uur afgeleverd werk

        kopie van bestuursdocumenten

€ 0,05 per kopie A4

€ 0,07 per kopie A3

€ 1,5 per kleurenkopie A4

€ 2 per kleurenkopie A3

Inlichtingen die schriftelijk verstrekt worden door de gemeentelijke diensten dewelke ruim opzoekingswerk (meer dan 1 uur) vereisen: € 50 per voltooid uur.

Het tarief voor opzoekingen is complementair aan het tarief van fotokopieën indien deze deel uitmaken van de opzoeking.

 

Artikel 4 - Betalingstermijn

Particulieren en privé-instellingen die wensen dat de gevraagde administratieve bescheiden per post worden toegestuurd, dienen het bedrag van de verzendingskosten, behoudens wat betreft fotokopieën van bestuursdocumenten, vooraf aan de betrokken dienst over te maken.

De retributie wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het stuk of van het verstrekken van de inlichting.

 

Artikel 5 - Vrijstellingen

De retributies worden niet geïnd voor de inlichtingen en de stukken rechtstreeks

aangevraagd door :

  1. het rijk, gewesten, provincies, gemeenten, intercommunales en instellingen van openbaar nut
  2. OCMW’s, kerkfabrieken, polders en wateringen, grote seminaries en stichtingen voor studiebeurzen
  3. Instellingen die het bewijs leveren dat zij door de wet vrijgesteld zijn van gemeentelijke retributies
  4. Onvermogenden – de staat van onvermogen wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk

Er wordt eveneens vrijstelling verleend tot het betalen van de retributie voor administratieve prestaties voor alle akten of getuigschriften, opgemaakt en afgeleverd voor de uitvoering van de wet betreffende het herstel van zekere schade, veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen.

 

Artikel 6 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op de aanvragen tot omgevingsvergunning en meldingen in toepassing van het omgevingsvergunningsdecreet en op het leveren van administratieve prestaties en administratieve stukken van de dienst omgeving - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

De retributie voor een analoog aanvraagdossier ligt hoger dan deze voor een digitaal aanvraagdossier. De reden hiervoor is dat een analoog dossier nog moet gedigitaliseerd en ingediend worden via het omgevingsloket door de dienst omgeving.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Het decreet van 3 februari 2017 houdende de regelgeving over de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

17 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op:

        de aanvragen tot omgevingsvergunning

        de meldingen

in toepassing van het omgevingsvergunningsdecreet;

        het leveren van administratieve prestaties en stukken binnen de afdeling grondgebiedszaken.

 

Artikel 2 - Betalingsplichtige

De retributie is verschuldigd door de vergunningsaanvrager, de melder of de aanvrager van de administratieve prestatie of stuk en dient te worden betaald bij aanvraag.

 

Artikel 3 - Tarief

  1. De retributie wordt ten aanzien van de door de aanvrager ingediende dossiers, waarvoor de gemeente vergunningverlenende overheid is, als volgt vastgesteld. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen een digitale en een analoge indiening van het dossier:

 aanvraag eenvoudige procedure voor

 

digitaal

analoog

1. stedenbouwkundige handelingen of vegetatiewijzigingen

€ 100

€ 130

2. kleinhandelsactiviteiten of gemengd project

€ 150

€ 180

 

 aanvraag gewone procedure

 

digitaal

analoog

1. stedenbouwkundige handelingen

€ 150

€ 180

2. IIOA, kleinhandelsvergunning of gemengd project

€ 600

NVT

3. verkavelen van gronden zonder wegenis

€ 500

NVT

4. verkavelen van gronden met wegenis

€ 1000

NVT

 

 bijstellen van de omgevingsvergunning

 

digitaal

analoog

1. bijstellen van de RO-voorwaarden

€ 150

€ 180

2. bijstellen van de verkaveling

€ 250

€ 280

3. bijstellen of afwijken van de milieuvoorwaarden

€ 150

€ 180

4. bijstellen van het voorwerp en de duur van de

    omgevingsvergunning wat betreft de exploitatie van

    een IIOA

€ 150

€ 180

 

 melding van

 

digitaal

analoog

1. stedenbouwkundige handelingen of IIOA

€ 60

€ 90

2. gemengd project

€ 120

€ 150

3. overdracht van een vergunning voor een IIOA

€ 60

€ 90

4.stopzetting of het verval van een vergunning voor de IIOA of een deel ervan

€ 60

€ 90

 

 bijstellen van de melding

 

digitaal

analoog

bijstellen van de meldingsakte voor de exploitatie van een IIOA

€ 60

€ 90

 

 

digitaal

analoog

mededeling met vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur

€ 150

€ 180

 

 

digitaal

analoog

omzetting omgevingsvergunning na klasseverhoging door wijziging van de indelingslijst

€ 150

€ 180

 

 aanvraag attesten

 

digitaal

analoog

1. planologisch attest

NVT

€ 150

2. stedenbouwkundig attest

NVT

€ 100

 

        vergund geachte gebouwen en constructies

 

digitaal

analoog

aanvraag tot opname als vergund geacht in het vergunningenregister

NVT

€ 60

 

 

  1. Er wordt een bijkomende retributie gevestigd voor de aanvraagdossiers waarvoor de gemeente, vergunningverlenende overheid is, indien er een projectvergadering georganiseerd dient te worden: € 100.
  2. De kosten voor de aangetekende zendingen en publicatiekosten in het kader van een openbaar onderzoek tot omgevingsvergunning dienen te worden betaald door de vergunningsaanvrager.
  3. Kosten voor opzoekingen en fotokopieën worden geregeld in het retributiereglement administratieve prestaties.
  4. De kosten voor de verzending van de gevraagde inlichtingen, afschriften en stukken vallen ten laste van de natuurlijke personen en rechtspersonen die erom verzoeken, zelfs al is het opzoekingswerk of het verstrekken van de inlichtingen zelf kosteloos.

 

Artikel 4 - Indexering 

Deze retributies worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. 

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro. 

 

Artikel 5 - Vrijstellingen

De retributies worden niet geïnd voor de inlichtingen en de stukken rechtstreeks

aangevraagd door:

  1. het rijk, de gewesten, provincies, steden, intercommunales en instellingen van openbaar nut
  2. OCMW ’s, kerkfabrieken, polders en wateringen, grote seminaries en stichtingen voor studiebeurzen
  3. instellingen die het bewijs leveren dat ze door de wet vrijgesteld zijn van gemeentelijke retributies
  4. onvermogenden – de staat van onvermogen wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk
  5. voor alle akten of getuigschriften, opgemaakt en afgeleverd voor de uitvoering van de wet betreffende het herstel van zekere schade, veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen.

 

Artikel 6 - Betalingstermijn

De betaling dient te worden voldaan bij aanvraag van de administratieve prestatie.

 

Artikel 7 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voor expertisekosten bij aflevering van een omgevingsvergunning - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor de expertisekosten bij aflevering van een omgevingsvergunning.

Bij aanvraag en verkrijgen van een omgevingsvergunning, vóór de aanvang der werken, waarbij de mogelijkheid bestaat dat het voetpad of enig ander deel van het openbaar domein beschadigd kan worden, en vóór het uitzetten van de bouwlijn zal er een plaatsbeschrijving van het openbaar domein worden opgemaakt door een onafhankelijk expert.

De betaling van de hierboven beschreven expertisekosten en van de waarborg dient vóór de aanvang der werken en vóór het uitzetten van de bouwlijn te gebeuren.

 

Artikel 2 - Betalingsplichtige

De houder van een omgevingsvergunning of de eigenaar dient overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen over te gaan tot de betaling van expertisekosten en een waarborg.

 

Artikel 3 - Tarief

De kosten van de expertise, waarvoor de gemeente beroep doet op een onafhankelijk expert, bedragen € 150.

Het bedrag van de waarborg bedraagt € 100 per strekkende meter perceelbreedte, ongeacht het type bebouwing, evenwel met een minimum van € 500.

Indien het een hoekperceel betreft, dienen beide zijden van het perceel welke grenzen aan het openbaar domein, te worden opgeteld ter berekening van het aantal lopende meter.

 

Artikel 4 - Betaling

Aan de verplichting tot het stellen van een waarborg kan voldaan worden door het overschrijven van de waarborg op de zichtrekening van de gemeente.

De betaalde waarborg brengt geen intrest op.

De door het college van burgemeester en schepenen toegekende omgevingsvergunning wordt slechts afgeleverd na voorlegging van het bewijs van betaling van de waarborg.

 

Artikel 5 - Teruggave waarborg

De waarborg wordt vrijgegeven van zodra cumulatief voldaan werd aan volgende voorwaarden:

        van zodra de constructies en/of aanplantingen als voorwaarde opgelegd in de omgevingsvergunning voltooid zijn;

        door de partijen tegensprekelijk vastgelegd is dat er geen schade aan het openbaar domein werd aangebracht.

 

Het openbaar domein wordt ter plaatse gecontroleerd door een medewerker van de dienst openbare werken en mobiliteit.

Ingeval van schade worden de kosten voor herstel van het openbaar domein afgetrokken van de ontvangen waarborg, zodat enkel het saldo wordt terugbetaald.

Indien de waarborg niet toereikend is, moet de vergunninghouder of de eigenaar het resterende saldo van de herstellingskosten betalen.

Indien er over de vastgestelde schade geen akkoord bestaat, zal een onafhankelijk expert aan de hand van de oorspronkelijke expertise een oordeel vellen. De kosten van de expert zullen tussen beide partijen gelijk verdeeld worden.

De expertisekosten kunnen nooit terugbetaald worden.

 

Artikel 6 - Indexering

Deze retributies worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. 

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro. 

 

Artikel 7- Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op inname van het openbaar domein - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

20 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

2 onthoudingen

Lode Van den Brande en Tine Bracke

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inname van het openbaar domein.

Deze retributie wordt aangerekend voor de coördinerende, ondersteunende en administratief-technische prestaties die daarvoor nodig zijn om innames openbaar domein te laten doorgaan. Daarnaast geldt ze als plaatsrecht voor alle innames, overeenkomstig de onderstaande bepalingen:

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan:

  1. inname: het in gebruik nemen voor het plaatsen van materialen en materieel, stellingen, containers, afsluitingen, werfketen, torenkranen, betonpompen, chapewagens, hoogtewerkers, bouwliften, verhuisliften, graafmachines, …(niet limitatieve opsomming) – en alle andere constructies, voertuigen, machines en werktuigen;
  2. openbaar domein: het openbaar domein van de wegen en pleinen, fiets- en voetpaden en bermen dat valt onder het beheer en de bevoegdheid van de gemeente;
  3. werken: alle werken zoals bouwen, verbouwen, slopen, herstellen, renoveren, herinrichten, inrichten, schilderen, stofferen, onderhouden, aanleggen, opruimen, verhuizen…(niet limitatieve opsomming) in onroerende staat, met inbegrip van de leveringen en alle andere handelingen die hiervoor nodig zijn (dus ook laden en lossen, opzetten en afbreken, …);
  4. standplaats: een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het tijdelijk plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor bedrijfsmatige doeleinden geschikte ruimte, zoals kiosken, kramen, tenten (niet limitatieve opsomming)

 

Artikel 2 - Aanvraag

De aanvraag dient te gebeuren via de website van de gemeente Boechout www.boechout.be en wordt via een digitaal platform verwerkt. De aanvrager kan zich steeds wenden tot het onthaal van de gemeente, om zich te laten bijstaan in de procedure.

Het innemen van het openbaar domein is enkel toegestaan na een voorafgaande aanvraag én het verkrijgen van een vergunning, zoals bepaald in het politiereglement.

Het beschikken over een omgevingsvergunning stelt de houder ervan niet vrij van het aanvragen van de vergunning inname openbaar domein.

De aanvraag voor een vergunning “parkeerverbod” dient minstens vijf werkdagen voor de gewenste innamedatum te gebeuren. Een eventuele verlenging dient uiterlijk drie werkdagen voor het einde van de oorspronkelijke of de vorige verlenging te worden aangevraagd.

De aanvraag voor een vergunning “inname met verkeershinder” dient minstens tien werkdagen voor de gewenste innamedatum te gebeuren. Een eventuele verlenging dient uiterlijk vijf werkdagen voor het einde van de oorspronkelijke of de vorige verlenging te worden aangevraagd.

De aanvraag voor een vergunning “standplaats” dient minstens één maand voor de gewenste innamedatum te gebeuren. Een eventuele verlenging dient uiterlijk tien werkdagen voor het einde van de oorspronkelijke of de vorige verlenging te worden aangevraagd.

Het reglement rond inname openbaar domein is te raadplegen op de website van de gemeente Boechout.

 

Artikel 3 - Betalingsplichtige

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het privatief gebruik van het openbaar domein.

 

Artikel 4 - Tarief

Administratiekost:

* Bij elke nieuwe aanvraag wordt een administratiekost van € 22 aangerekend.

* Bij een verhuis binnen Boechout zal men voor twee vergunningen, voor de beide adressen binnen Boechout, slechts 1 maal de administratiekost van € 22 moeten betalen

Voor innames langs de Provinciesteenweg wordt enkel de administratiekost van € 22 aangerekend, de retributie wordt aangerekend door en betaald aan het Agentschap Wegen en Verkeer

Voor uitvoering van werken, verhuizen, leveringen,…:

        € 0,6 per vierkante meter per dag dat het openbaar domein privatief ingenomen wordt;

        € 104,4 per dag voor de duur van het doorgangsverbod indien een openbare weg dient te worden afgesloten;

        het gebruik van parkeerverbodsborden is gratis.

Voor deze aanvragen wordt er per aanvraag een korting op deze retributie gegeven van het equivalent van 2 parkeerplaatsen (24 m²) voor één dag (voor 2026 zou dat dus een korting van € 14,4 betekenen).

Voor standplaatsen:

        € 0,6 per vierkante meter per dag en met een maximum van € 3 per vierkante meter per week;

Voor een verlenging worden de kosten berekend zoals aangegeven onder 'uitvoering van werken' voor elke dag van de gevraagde verlenging, er dient geen nieuwe administratiekost te worden betaald.

Om een goedgekeurde, onbetaalde aanvraag zonder kosten te annuleren, moet de  dienst openbare werken minstens 1 werkdag voor de aanvang van de aangevraagde periode verwittigd te worden via openbarewerken@boechout.be. In alle andere gevallen blijft de betaling voor de goedgekeurde aanvraag verschuldigd.

Voor het annuleren van een reeds vergunde vergunning zal een administratieve kost van € 10 worden aangerekend.

Voor het annuleren of stopzetten van een vergunning na de aanvang van de aangevraagde periode wordt de retributie in principe niet terugbetaald. Bij overmacht kan hier eenmalig een uitzondering op gemaakt worden.

Voor elk parkeerverbodsbord dat niet wordt teruggebracht volgens de bepalingen vermeld in het gebruikersreglement wordt een kost van € 100 aangerekend.

Wanneer, na controle door politie of de bevoegde instantie, een vergunning niet of niet correct naar feiten werd aangevraagd, dient onmiddellijk een regularisatie van de volledige periode van de inname openbaar domein te gebeuren. De kosten zoals hierboven omschreven, zijn hier ook van toepassing. De korting van 2 parkeerplaatsen (in 2026: € 14,4) vervalt in dit geval.

 

Artikel 5 - Vrijstellingen

Zijn vrijgesteld van retributie (maar niet van het aanvragen en verkrijgen van een vergunning) betreffende de inname van het openbaar domein:

  1. het uitvoeren van werken in opdracht of voor rekening van de lokale openbare besturen, en van andere bij wet van retributie vrijgestelde publieke of gelijkgestelde rechtspersonen. Deze vrijstelling is niet van toepassing op de werken aan gebouwen welke door de beambten van die organismen of door derden privatief en voor hun persoonlijk gebruik bewoond worden; 
  2. het uitvoeren van werken aan gebouwen die getroffen werden door een ramp.
  3. alle innames van het openbaar domein die gebeuren voor de organisatie van een evenement, aangevraagd via het evenementenloket.
  4. standplaatsen op kermissen: worden geregeld in een apart reglement

 

Artikel 6 - Controle

De controle op de naleving van dit reglement alsook op de naleving van de afgeleverde vergunningen gebeurt door de bevoegde dienst en door de lokale politie, die in dit verband alle nodige vaststellingen kunnen doen, die het geven van een GAS-boete tot gevolg kunnen hebben.

Bij deze vaststelling van niet naleving dient onmiddellijk een regularisatie van de volledige periode van de inname van het openbaar domein te gebeuren.

 

Artikel 7 - Betalingstermijn

De betaling dient te geschieden via het digitaal platform, ze kan ook gebeuren aan het onthaal van de gemeente. Zonder betaling kan geen vergunning tot inname van openbaar domein afgeleverd worden.

 

Artikel 8 - Indexering 

Deze retributies worden tweejaarlijks op 1 januari aangepast. De tarieven vermeld in voorgaande artikelen zijn geldig vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.

Vanaf 1 januari 2028 tot en met 31 december 2029 worden de tarieven als volgt aangepast:

Administratiekost:   € 24

Inname per m² per dag:  € 0,65

Afsluiten straat:  € 110,6

Vanaf 1 januari 2030 tot en met 31 december 2031 worden de tarieven als volgt aangepast:

Administratiekost:   € 26

Inname per m² per dag:  € 0,7

Afsluiten straat:  € 116,8

 

Artikel 9 - Overgangsmaatregelen

De nieuwe tarieven worden toegepast op alle aanvragen die ingaan vanaf 1 januari 2026, ongeacht wanneer de vergunning wordt aangevraagd.

 

Artikel 10 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op beperkt parkeren in blauwe zone - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Momenteel is het handhaven van het beperkt parkeren in een blauwe zone niet mogelijk, aangezien dit geen bevoegdheid meer is van de politie en ook niet valt onder de Gemeentelijke administratieve sancties ‘stilstaan en parkeren’.

Het college heeft bij besluit van 16 december 2013 de aanpassing van de blauwe zone in het centrum goedgekeurd.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

De wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, en het Koninklijk Besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de zware overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer.

Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart, waarbij het model ervan alsmede de nadere regels voor uitreiking en voor gebruik worden bepaald.

Het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentelijke retributie geheven voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.

Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is én waar een blauwe zone-reglementering van toepassing is.

Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.

Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.

Het forfaitair bedrag zoals vermeld in art. 2 hieronder is verschuldigd:

        zodra het motorvoertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden;

        wanneer de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn motorvoertuig is geplaatst;

        in geval de gebruiker de pijl niet op het streepje plaatst dat volgt op het tijdstip van aankomst;

        indien de gebruiker de aanduidingen wijzigt zonder dat het motorvoertuig de parkeerplaats heeft verlaten.

 

Artikel 2 - Tarief

De retributie wordt als volgt vastgesteld :

        Gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden, mits het plaatsen van een geldige parkeerschijf;

        Een forfaitair bedrag van € 25 per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is;

        Een forfaitair bedrag van e 25 per dag bij foutief of geen gebruik van de parkeerschijf;

        De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen van de parkeerschijf achter de voorruit van het motorvoertuig, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1.12.1975.

        De retributie die niet betaald wordt, volgt de minnelijke aanmaningsprocedure met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler en conform de wetgeving consumentenschulden ( Boek XIX -W.E.R art 4.2 ea):

        eerste betaalherinnering : gratis + wettelijke wachtperiode

        ingebrekestelling door advocaat of gerechtsdeurwaarder met verhoging forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten volgens wettelijk bepaalde plafonds:

        € 20 als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan € 150

        € 30 vermeerderd met 10% van het verschuldigde bedrag op de schijf van € 150,01 en € 500 als het verschuldigde saldo tussen € 150,01 en € 500 is.

        € 65 vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven € 500 met een maximum van € 2.000 als het verschuldigde saldo hoger is dan € 500.

        de gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art. 5, lid 2 van de Wet van  2 augustus 2022 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties (zie ook Art.XIX.4, 1° WER)

 

Artikel 3. Betalingsplichtige

De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het motorvoertuig.

De bestuurder die het motorvoertuig parkeert, is samen met de houder van de nummerplaat solidair gehouden tot betaling van de retributie.

 

Artikel 4. Vrijstellingen

Vrijgesteld van retributie zijn:

        de motorvoertuigen gebruikt door personen met een handicap, mits voorlegging van parkeerkaart voor mindervalide op een zichtbare plaats en overeenkomstig met het ministerieel besluit van 29 juli 1991.

        de motorvoertuigen die gebruik maken van een geldige gemeentelijke parkeerkaart, mits voorlegging van deze kaart op een zichtbare plaats en overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007.

        erkende aanbieders van deelwagens

Het gebruik en de aflevering van de verschillende modellen van gemeentelijke parkeerkaarten dient in overeenstemming met de volgende bepalingen:

  1. Gemeentelijke parkeerkaart werknemers, werkgevers, hier verder ‘Werkkaart’ genoemd.
    De ‘gemeentelijke werkkaart’ is enkel geldig voor het motorvoertuig waarvan de nummerplaat op de kaart vermeld is.
    De ‘gemeentelijke werkkaart’ is geldig tot de geldigheidsdatum vermeld op de kaart. De ‘gemeentelijke werkkaart’ is geldig op alle dagen van de week, zonder parkeerduurbeperking.
    De ‘gemeentelijke werkkaart’ is enkel geldig voor de zone vermeld op de kaart.
  2. Gemeentelijke parkeerkaart ‘Bezoekerskaart’
    De ‘Bezoekerskaart’ is enkel geldig op de datum(s) en binnen de zone die vermeld is op de kaart.
    De gemeentelijke parkeerkaarten zullen worden afgeleverd na goedkeuring door de bevoegde gemeentelijke dienst.

 

Artikel 5 - Betalingstermijn

Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de door de gemeente aangestelde concessionaris een uitnodiging aan op de voorruit van het motorvoertuig om de retributie binnen de vijf dagen te betalen. De betaling dient te geschieden door overschrijving op de rekening van de door de gemeente aangestelde concessionaris.

 

Artikel 6 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributiereglement voor het uitreiken van een vergunning voor het exploiteren van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, van een machtiging voor een standplaatstaxi en voor het uitreiken van een bestuurderspas - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan. De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer.

Het besluit van 9 juni 2023 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 – Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op:

  1. de vergunningen die uitgereikt worden voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer met exploitatiezetel te Boechout;
  2. de machtiging voor een standplaatstaxi;
  3. de bestuurderspas die verplicht is voor alle bestuurders vanaf 1 juli 2020.

 

Artikel 2 – Betalingsplichtige

        Voor de retributie op vergunningen is de retributieplichtige de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de vergunning. De vergunning wordt afgegeven door de gemeente waar de kandidaat-vergunninghouder zijn exploitatiezetel heeft of zijn exploitatiezetel zal vestigen na verlening van de vergunning.

        Voor de retributie op standplaatsmachtigingen is de retributieplichtige de aanvrager van de machtiging. De machtiging wordt afgegeven door de gemeente en is geldig voor eender welke standplaats op haar grondgebied. Hierop bestaat 1 uitzondering: gemeenten kunnen de toegang tot de standplaatsen die bestemd zijn voor zero-emissievoertuigen, beperken tot die categorie van voertuigen.

        Voor de retributie op de afgifte van bestuurderspassen is de retributieplichtige de aanvrager van de bestuurderspas. De bestuurderspas wordt afgegeven door de gemeente waar de aanvrager gedomicilieerd is en is geldig voor het grondgebied van het Vlaams Gewest. Aanvragers die niet gedomicilieerd zijn in het Vlaamse Gewest, kunnen zich wenden tot een Vlaamse gemeente naar keuze.

 

Artikel 3 – Tarieven

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

  1. voor de vergunningen voor het exploiteren van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer bedraagt het bedrag van de jaarlijkse retributie € 250 per in de akte van de vergunning vermeld zero-emissievoertuig (tot 1 januari 2030) en € 350 per ieder ander in de akte van de vergunning vermeld voertuig;
  2. voor de voertuigen met een machtiging wordt de retributie voor deze machtiging vastgesteld op € 250 per jaar per in de akte van de machtiging vermeld voertuig;
  3. voor het uitreiken van een bestuurderspas betaalt de aanvrager een retributie van € 20.

 

Artikel 4 – Betaling

De retributie op vergunningen en machtigingen is verschuldigd op het ogenblik van de afgifte en nadien telkens op 1 januari van het kalenderjaar. De retributie is ondeelbaar en dus verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning werd afgegeven.

De retributie voor het uitreiken van de bestuurderspas is eenmalig voor de geldigheidsduur van 5 jaar en dient op voorhand betaald te worden.

De vermindering van het aantal voertuigen of het niet langer gebruik maken van de taxistandplaatsen geeft geen aanleiding tot een retributieteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een vergunning en/of een machtiging of het buiten werking stellen van één of meer voertuigen voor welke reden dan ook. Het indienen van een klacht heft de invorderbaarheid van de retributie niet op.

De bedragen vermeld in artikel 3 worden jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2019.

 

Artikel 5 – Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op het gebruik van aftappunten en het verbruik van water - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

De gemeente heeft geïnvesteerd in een aantal aftappunten. Deze aftappunten worden beheerd door de gemeente. De kost van het gebruik van het aftappunt en van het waterverbruik, afgenomen van een aftappunt, dient verrekend te worden aan gebruiker/verbruiker;

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het gebruik van een aftappunt en het verbruik van water.

 

Artikel 2 - Betalingsplichtige

De retributie valt ten laste van de natuurlijke- of rechtspersoon die het gebruik van het bedoelde aftappunt aanvraagt.

 

Artikel 3 - Tarieven

De retributie wordt per aansluiting als volgt vastgelegd:

a) eenmalige vaste kosten per evenement € 60 voor het gebruik van het aftappunt

b) verbruik van water (volgens meterstanden) € 6,75 per m³, jaarlijks aanpasbaar aan de werkelijke kostprijs

 

Artikel 4 - Betalingstermijn

De invordering van de retributie zal geschieden als volgt: 10 dagen voor de ingebruikname van het aftappunt wordt aan de aanvrager een voorschot van € 250 gevraagd. Op het einde van het gebruik en bij opname van de meterstanden wordt de totale kostprijs berekend van het verbruik van het water en wordt het totaal bedrag van de retributie verschuldigd.

Het betaalde voorschot wordt verrekend of in mindering gebracht van het totaal bedrag van de retributie.

Bij niet minnelijke regeling zal de inning van de retributie geschieden via burgerrechtelijke weg.

 

Artikel 5 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op het gebruik van vaste elektriciteitskasten en het verbruik van elektrische energie - 2026-2031- Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

De inrichting van evenementen op het grondgebied van de gemeente zorgt voor kosten, waarvan het verantwoord is om deze ten laste te leggen van de betrokkenen. Organisatoren mogen gebruik maken van de verdeelkasten voor elektriciteit. Het is verantwoord om de kost van het verbruik van elektriciteit ten laste te leggen van de organisatoren van evenementen op het openbaar domein.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het gebruik van vaste elektriciteitskasten en het verbruik van elektrische energie.

 

Artikel 2 - Betalingsplichtige

De retributie valt ten laste van de natuurlijke- of rechtspersoon die gebruik maakt van de gemeentelijke vaste elektriciteitskast om elektriciteit te verbruiken.

De retributie is niet van toepassing op openbare markten.

 

Artikel 3 - Tarief

Bij evenementen zoals de kermis en standplaats inname openbaar domein wordt er door 1 of meerdere gebruikers gebruik gemaakt van de elektriciteitskast door één enkele éénfasige of driefasige aansluiting. In dit geval wordt de aansluiting forfaitair afgerekend.

Het forfaitair tarief voor een aansluiting, inclusief verbruik, tot en met zeven dagen bedraagt:

        éénfasige aansluiting: € 55

        driefasige aansluiting: € 95

 

Het forfaitair tarief voor een aansluiting, inclusief verbruik, voor één dag bedraagt:

        éénfasige aansluiting: € 16

        driefasige aansluiting: € 22

 

In de andere gevallen wordt per elektriciteitskast als volgt vastgelegd:

        vaste kosten (aansluiting, meteropnames, afsluiting en administratieve kost): €60

        verbruik van elektriciteit (volgens meterstanden): € 0,32 per kWh, jaarlijks aanpasbaar aan de werkelijke kostprijs

        de begin- en eindmeterstanden worden door de gemeente opgenomen in aanwezigheid van de aanvrager. Op het einde van het gebruik en bij opname van de meterstanden wordt de totale kostprijs berekend van het verbruik van de elektriciteit en wordt het totaal bedrag van de retributie verschuldigd.

 

Artikel 4 - Betalingstermijn

De retributie dient betaald te worden na ontvangst van de factuur. Bij gebreke aan betaling van de factuur kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 5 - Indexering

Deze retributies worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. 

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro. 

 

Artikel 6 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voornaamswijziging - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031

De gemeente is bevoegd voor de procedure tot voornaamswijziging en kan hiervoor een retributie vragen. Aan transgenders mag echter slechts 10% gevraagd worden van het vastgestelde retributiebedrag. Aanvragen tot voornaamswijziging van vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken dienen gratis te worden behandeld.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

De wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen

met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing; Omzendbrief van 11 juli 2018 betreffende de wet van 18 juni 2018.

De bevoegdheid van de minister van Justitie, om te beslissen over een verzoek tot voornaamswijziging via Ministerieel Besluit, verhuist naar de ambtenaren van de Burgerlijke Stand.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Artikel 370/3 van het oud Burgerlijk wetboek betreffende de procedures tot wijziging van naam en/of voornaam.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 heft het gemeentebestuur een retributie op voornaamswijzigingen.

Er kan slechts eenmaal om een voornaamswijziging worden verzocht, behalve indien de verandering van de voornaam werd toegestaan door de familierechtbank na een nieuwe aanpassing van de registratie van het geslacht. Een niet-ontvoogde minderjarige wiens voornaam werd veranderd overeenkomstig het tweede lid kan echter om dezelfde reden een tweede maal om een voornaamswijziging verzoeken voor zover hij niet overgaat tot de aanpassing van de registratie van zijn geslacht overeenkomstig artikel 135/1 van het Burgerlijk wetboek.

 

Artikel 2 - Tarief

 - retributie voor het wijzigen van een voornaam: € 55

- retributie voor het wijzigen van een voornaam voor transgenders: € 5,50

 

Artikel 3 - Vrijstellingen

Personen zonder voornaam aan wie de Belgische nationaliteit is toegekend ingevolge het Wetboek van de Belgische nationaliteit zijn vrijgesteld van deze retributie.

 

Artikel 4 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op huwelijken - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1. Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op huwelijken.

 

Artikel 2. Betalingstermijn

De retributie is verschuldigd door de persoon die de huwelijksaangifte doet en dient betaald te worden alvorens het huwelijk wordt voltrokken.

 

Artikel 3. Tarief van de belasting

 

 voltrekken van een huwelijk

 

 

9u - 12u

14u - 16u

maandag

  50

€ 50

dinsdag

gratis

€ 50

woensdag

  50

€ 50

donderdag

  50

€ 50

vrijdag

  50

€ 50

zaterdag

€ 150

-

 

 trouwboekje: € 40

 

Artikel 4. Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op de concessies en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Het is billijk een differentieel tarief toe te passen naargelang men inwoner of niet-inwoner is van de gemeente omdat een inwoner reeds op een andere wijze bijdraagt tot de algemene financiële toestand van de gemeente, onder andere via de aanvullende personenbelasting.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 van 20 september 2024: toepassing decreet 16 januari 2004 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor concessies op de begraafplaatsen. De concessies worden verleend conform de bepalingen van het reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen.

 

Artikel 2 - Tarief

De tarieven voor het verlenen van grafconcessies en columbariumconcessies op de gemeentelijke begraafplaats worden als volgt vastgesteld:

  1. grafconcessies 30 jaar voor 2 personen (zowel concessie met volledige zerk als met rugzerk):
    voor een grafconcessie in volle grond: € 1.000 voor inwoners en € 2.000 voor niet-inwoners;
  2. concessies op het urnenveld voor 30 jaar per urne: € 500 voor inwoners en € 1.000 voor niet-inwoners;
  3. concessie in de columbariumwand voor 30 jaar per urne: € 500 voor inwoners en € 1.000 voor niet-inwoners;
  4. columbariumzuil voor 30 jaar voor 2 urnen: € 1.500 voor inwoners en € 3.000 voor niet-inwoners;
  5. dezelfde retributie geldt voor de hernieuwing van een grafconcessie, een concessie op het urnenveld, een concessie in de columbariumwand, en een concessie in het columbariummonument;
  6. uitstrooien op de strooiweide: gratis voor inwoners en € 100 voor niet-inwoners;
  7. kost naamplaatje op de gedenkzuil: € 50 voor inwoners en € 100 voor niet-inwoners;
  8. sterretje op de sterretjesweide (gemaakt door kunstenaar François Blommaert): € 350;
  9. Een sterretje aan de sterrenboom: € 50.

 

Artikel 3 - Vrijstellingen

Oud-strijders die begraven worden op het voorbestemde erepark worden vrijgesteld van deze retributie.

Kinderen onder de 12 jaar die begraven  of uitgestrooid worden op de kinderbegraafplaats worden vrijgesteld van retributie.

 

Artikel 4 - Betalingstermijn

De concessie zal slechts mogen gebruikt worden na betaling van de verschuldigde retributie

in handen van de financieel directeur door overschrijving op rekening van het gemeentebestuur.

 

Artikel 5 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voor de selectieve inzameling huishoudelijke en vergelijkbaar bedrijfsafval aan huis en via brengmethode op korte afstand - 2026-2031 - Stemming

 

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan. 

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031. 

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.

Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties.

Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen.

Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen op maat van elke gemeente vastgelegd.

Door het principe “de vervuiler betaalt” toe te passen, worden inwoners aangezet afvalstoffen die niet worden voorkomen of hergebruikt, maximaal te sorteren aan de bron.

Dankzij de invoering van diftar werd in verschillende gemeenten in de IGEAN-regio een sterke reductie van de hoeveelheid huisvuil bekomen. Inwoners worden aangespoord om hun afval te voorkomen en selectief aan te bieden.

De gemeente zamelt volgende afvalstoffen in:

        huisvuil, gft, pmd, papier & karton via huis-aan-huisinzameling en ondergrondse containers

        glas via glasbollen en -containers die op verschillende plaatsen in de gemeente zijn opgesteld

        grofvuil, herbruikbare goederen en snoeihout op afroep

        textiel via huis-aan-huisinzameling, het recyclagepark en/of containers die op verschillende plaatsen in de gemeente zijn opgesteld

        diverse fracties via het recyclagepark

De tarieven werden vastgelegd in het retributiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad

        voor pmd op 22 februari 2021;

        voor huisvuil en gft op 27 februari 2023;

        voor grofvuil en snoeihout op 25 september 2023;

Voor volgende fracties wordt diftar met weging toegepast:

        gft sinds 10 juli 2014

        huisvuil sinds 15 oktober 2023

Diftar met weging, zoals eveneens toegepast wordt voor een aantal fracties op het recyclagepark, geeft op een correcte wijze uitvoering aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ vermits het zwaartepunt van de retributie ligt op de aangeboden hoeveelheid afval. Via dit systeem wordt bovendien gestreefd naar een kleinere hoeveelheid ongesorteerd restafval.

Volgende fracties kunnen kosteloos meegegeven worden met de selectieve inzameling aan huis of via de permanent opgestelde containers:

        glas (glazen flessen en bokalen)

        papier & karton

        textiel

        herbruikbare goederen

IGEAN heeft een voorstel uitgewerkt in samenwerking met een projectgroep met afgevaardigden van 17 van de 27 gemeenten. Het voorstel werd toegelicht en besproken op het adviescomité milieu op 16.06.2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10.09.2025.

Argumentatie

Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval zijn kosten verbonden die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Om de scheiding aan de bron aan te moedigen is het niet aangewezen de inzameling- en verwerkingskosten voor de selectieve afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders. Voor een goede sturing van de selectieve inzameling is een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties essentieel.

Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden.

Door in de gemeenten van het samenwerkingsgebied van IGEAN een gelijkaardig systeem en dezelfde retributies toe te passen, worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden.

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. 

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. 

Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties. 

Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen. 

Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd. 

Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.  

        Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen. 

        Artikel 10 van het Materialendecreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten. 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA. 

        Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moeten worden betaald. 

        Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen. Die tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex. 

De gemeente Boechout is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan. 

Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031

 

Stemming

15 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

6 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

1 onthouding

Katrijne Van Hoof

 

BESLUIT

Artikel 1. Definities

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.

Voor de toepassing van deze retributies wordt verstaan onder:

        diftar: “toepassing van gedifferentieerde tarieven zodat er betaald wordt in functie van het type en de hoeveelheid afval die wordt meegegeven.”

        servicekost: “de maandelijkse servicekost zorgt ervoor dat elk aansluitpunt, dat afval kan aanbieden via (ondergrondse) containers, bijdraagt in een deel van de vaste kosten van de dienstverlening".

        referentiepersoon: “de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid.”

        aansluitpunt: “iedere entiteit (gebouw, constructie, appartement, woongelegenheid, infrastructuur, domein, openbaar gebouw en andere) op het grondgebied van de gemeente die geregistreerd is en als afvalproducent potentieel gebruik maakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake het inzamelen van afvalfracties”

        inhuizing: “registratie van een referentiepersoon op een adres in de gemeente”

        eID: “de elektronische identiteitskaart is een fysieke kaart met een ingebouwde chip die de identiteit van de houder elektronisch kan verifiëren”

        container: “het aan een aansluitpunt ter beschikking gestelde recipiënt voor de inzameling van afvalstoffen. De container is voorzien van een chip waardoor de identiteit van de aanbieder en het aantal aanbiedingen alsook de aangeboden hoeveelheid afval via een geautomatiseerd systeem kunnen worden geregistreerd. ”

        evenementencontainer: “de aan een inrichter van een evenement tijdelijk ter beschikking gestelde container voor het inzamelen van afval dat op het evenement ontstaat”

        ondergrondse container: “het permanent voorziene ondergrondse brengsysteem dat door één of meerdere aansluitpunten verplicht of aanvullend wordt gebruikt voor de inzameling van afvalstoffen”

        pop-up container: “het tijdelijk voorziene bovengrondse brengsysteem dat door meerdere aansluitpunten verplicht of aanvullend wordt gebruikt voor de inzameling van afvalstoffen als de huis-aan-huisinzameling tijdelijk niet plaats kan vinden”

        toegangskaart: “de digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld van een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot een ondergrondse container of pop-up container”

        fractie: “specifiek type afval dat selectief ingezameld wordt bv. papier & karton”.

 

Artikel 2. Inning

§ 1. Zakken

Diegenen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor de inzameling aan huis, zijn de in artikel 3 vermelde retributies verschuldigd op het ogenblik van de aankoop op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).

 

§ 2. Grofvuil en snoeihout op afroep

Diegenen die gebruik maken van de ophaling van grofvuil en snoeihout zijn de vaste kost verschuldigd van zodra de ophaalwagen langs het gevraagde adres is geweest. Ongeacht of er op dat moment al dan niet afval werd aangeboden, zal steeds de vaste kost aangerekend worden. De bijkomende retributie op basis van het gewicht, wordt aangerekend op basis van de weging van het afval ter plaatse.

De retributie wordt in mindering gebracht van het voorschot voor de diftarinzameling.

 

§ 3. Inzameling met diftar aan huis, via ondergrondse of bovengrondse containers of via pop-up containers

De retributie voor de diftarinzameling aan huis of via ondergrondse containers, is hoofdelijk verschuldigd door volgende personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt:
 

        de referentiepersoon van elk gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister,

        de referentiepersoon van elk gezin die op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister en die beroep doet op de dienstverlening,

        iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die als hoofd- en of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die beroep doet op de dienstverlening,

        verenigingen, gemeenschapshuizen, openbare en semi-openbare instellingen, enz. die beroep doen op de dienstverlening.

 

De retributie wordt in mindering gebracht van het voorschot voor de inzameling met diftar.

 

De aanrekening van de servicekost gebeurt maandelijks op de eerste dag van de maand voor de aansluitpunten met individuele containers. De huisvuilcontainer is verplicht voor elk huishouden, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.

 

Bij een wisseling van volume van individuele containers in de loop van de maand, zal het maandelijkse bedrag voor het initiële volume aangerekend worden tot het einde van die maand. De volgende maand zal het maandbedrag van het nieuwe volume aangerekend worden.

 

De aanrekening van de servicekost gebeurt maandelijks op de eerste dag van de maand voor

de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van ondergrondse containers, ongeacht of er ook effectief afval wordt aangeboden.

 

Diegenen die extra afval aanbieden via de ondergrondse containers, zijn de in artikel 5 vermelde retributies verschuldigd die in mindering worden gebracht van het voorschot.

 

Diegenen die gebruik maken van de pop-up containers zijn de in artikel 6 vermelde retributies verschuldigd die in mindering worden gebracht van het voorschot.

 

De retributies in artikel 7 zijn per evenement verschuldigd door iedere natuurlijke of rechtspersoon die een evenement organiseert, waarvoor op diens vraag tijdelijk één of meerdere containers ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 3. Inzameling met zakken

Volgende retributie is verschuldigd op het ogenblik van de aankoop van de zakken voor de afvalinzameling op de door de gemeente vastgestelde plaats(en):

    a) . pmd-zakken

pmd-zak 30 liter

€ 0,10/zak

pmd-zak 60 liter

€ 0,15/zak

Pmd-zak 120 liter enkel voor scholen

€ 0,25/zak

 

    b)  papieren keukenafvalzakjes

bundel van 80 keukenafvalzakjes van 8 liter

€ 6 /bundel (80 stuks)

 

De zakken zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere stuks per eenheid.

 

Artikel 4. Huis-aan-huisinzameling met diftar

§ 1. Parameters

De retributie voor huisvuil en gft omvat drie parameters:

  1. maandelijkse servicekost van de containers: volgens het volume van de container en de fractie
  2. ledigingskost per aanbieding: volgens het volume van de container
  3. verwerkingskost per kg: volgens de aangeboden hoeveelheid

Voor de papiercontainers met chip wordt enkel een maandelijkse servicekost in rekening gebracht.

 

§ 2. Werkwijze voorschotten

De retributies worden geïnd via een systeem van voorschotten, waarbij zowel de servicekosten als de retributies voor de geleverde diensten worden afgehouden. In opdracht van de gemeente wordt hiervoor een uitnodiging tot betaling verstuurd. De voorschotten dienen te worden overgeschreven op een gemeentelijke rekening.

Een voorschotbedrag wordt gevraagd via de eerste betalingsuitnodiging. Als een aansluitpunt meerdere containers heeft, worden de bedragen opgeteld. Zodra het reële verbruik van het aansluitpunt gekend is, wordt gewerkt volgens het principe van de slimme factuur en zijn de voorschotbedragen niet meer van toepassing.

De hoogte van het drempelbedrag bepaalt wanneer een nieuwe betalingsuitnodiging wordt verstuurd aan het aansluitpunt.

Wanneer het voorschot onder het minimumbedrag daalt, wordt de dienstverlening opgeschort tot er opnieuw een voldoende voorschot is. De maandelijkse servicekost blijft evenwel steeds doorlopen.

 

§ 3. Terugbetaling

Bij een verhuis buiten de gemeente, het overlijden van een alleenwonende of het beëindigen van de dienstverlening op vraag van een niet-ingeschreven referentiepersoon, ontvangt het aansluitpunt een eindafrekening en wordt het nog beschikbare saldo van het voorschot terugbetaald op het laatst gekende rekeningnummer.

De container(s) en/of toegangskaart worden geblokkeerd voor verder gebruik.

 

§ 4. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen

Volgende voorschot-, drempel- en minimumbedragen worden vastgelegd per volume container voor de huis-aan-huisinzameling en verwerking van afvalstoffen via het diftarsysteem:

 

huisvuil

40 l

120 l

240 l

1.100 l

voorschotbedrag (€)

30

50

80

350

drempelbedrag (€)

6

8

12

80

minimumbedrag (€)

1,5

3

5

25

 

gft

40 l

120 l

1.100 l

voorschotbedrag (€)

20

20

250

drempelbedrag (€)

6

8

80

minimumbedrag (€)

1,5

3

25

 

papier & karton

120 l

240 l

1.000 l - 1.100 l

voorschotbedrag (€)

4

6

40

 

Voor de papiercontainers is geen drempel- of minimumbedrag van toepassing. 

 

§ 5. Retributies per parameter

Volgende retributies worden vastgelegd voor de huis-aan-huisinzameling en verwerking van afvalstoffen via het diftarsysteem:

 

 

40 l

120 l

240 l

1.100 l

servicekost huisvuilcontainer (€/maand

0,30

1,00

2,00

9,00

servicekost gft-container (€/maand)

0,15

0,50

 

4,50

servicekost papiercontainer (€/maand)

 

0,35

0,50

4,50

 

 

40 l

120 l

240 l

1.100 l

lediging huisvuil(€/lediging)

0,20

0,60

1,20

5,00

lediging gft- container (€/lediging)

0,20

0,60

 

5,00

lediging papiercontainer (€/lediging)

 

0,00

0,00

0,00

 

 

alle volumes

verwerking huisvuil (€/kg)

0,35

verwerking gft (€/kg)

0,15

verwerking papier & karton (€/kg)

0,00

 

§ 6. Tarief plaatsen of wisselen container

 

De retributie voor het plaatsen of wisselen van volume bedraagt € 15. De plaatsing of wisseling is gratis voor een nieuw aansluitpunt tot 30 kalenderdagen na de inhuizing.

 

§ 7. Tarief plaatsen wieltjes

De retributie voor het leveren en plaatsen van een set van 2 wieltjes op een container van 40 l bedraagt:

leveren en plaatsen 2 wieltjes op 40 l

€ 10

 

§ 8. Tarief plaatsen slot

De retributie voor het leveren en plaatsen van een slot bedraagt:

leveren en plaatsen slot 40 - 240 l

€ 25

leveren en plaatsen slot 1.000-1.100 l

€ 33

 

Artikel 5. Extra huisvuil aanbieden via een ondergrondse container

§ 1. Gebruik van de ondergrondse container voor extra huisvuil

De gebruikers bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het huisvuil in de ondergrondse huisvuilcontainer deponeren.

 

De inwoners maken hiervoor gebruik van hun elektronische identiteitskaart of van een toegangskaart.

 

De vulopening van de ondergrondse container is beperkt tot 40 liter voor huisvuil. Per aanbieding kan slechts éénmaal gebruik gemaakt worden van voormeld volume.

De toegangskaarten worden bezorgd via de firma die door IGEAN werd aangeduid voor de nazorg van het diftarproject.

 

Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt zoals vermeld in artikel 4, § 4., zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse huisvuilcontainers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.

 

§ 2. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen

De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zoals vermeld in artikel 4.§ 4. zijn van toepassing.

 

§ 3. Retributies

De retributie voor het aanbieden van maximum 40 l huisvuil via de hiervoor voorziene ondergrondse huisvuilcontainer bedraagt:

 

extra huisvuil max. 40 l

€ 2

 

De eerste toegangskaart is gratis. Voor de vervanging van een toegangskaart wordt volgende retributie aangerekend:

 

vervanging toegangskaart

€ 10

 

Artikel 6. Ondergrondse containers met diftar en pop-up containers

§ 1. Gebruik van de ondergrondse containers

Het gebruik van ondergrondse containers voor huisvuil, gft, pmd en/of papier & karton, is verplicht voor de bewoners van de door de gemeente aangeduide adressen. De inwoners van deze vastgelegde adressen kunnen de aangeduide fracties niet aanbieden via de huis-aan-huisinzameling.

 

De inwoners bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het afval in de ondergrondse container deponeren.

 

De inwoners maken hiervoor gebruik van hun eID of een toegangskaart. De toegangskaarten worden bezorgd via de firma die door IGEAN werd aangeduid voor de nazorg van het diftarproject.

De maandelijkse servicekost zorgt ervoor dat elk aansluitpunt, dat afval kan aanbieden via de ondergrondse containers, bijdraagt in een deel van de vaste kosten van de dienstverlening.

Als het voorschot onder het minimumbedrag daalt zoals vermeld in artikel 6, § 3., zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse containers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.

 

§ 2. Gebruik van de pop-up containers 

Omwille van wegenwerken of andere omstandigheden kan het gebeuren dat de huis-aan-huisophaling van bepaalde fracties in bepaalde (delen van) straten tijdelijk niet kan plaatsvinden. De inzameling aan huis van bepaalde afvalstoffen wordt dan tijdelijk vervangen door een brengmethode naar een pop-up container.  

 

Het gebruik van de pop-up container is verplicht voor de bewoners van door de gemeente aangeduide adressen. 

 

De inwoners bepalen zelf wanneer zij, tijdens de toegelaten uren, het afval in de pop-up container deponeren.  

 

De aanbieders maken hiervoor gebruik van hun elektronische identiteitskaart of vragen één toegangskaart per aansluitpunt aan. 

 

De vulopening van de pop-up container is beperkt. Per aanbieding kan slechts éénmaal gebruik gemaakt worden van het vermelde volume. 

 

Als het voorschot onder het minimum bedrag daalt zoals vermeld in artikel 4, § 4., zal er geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de pop-up container totdat er opnieuw voldoende voorschot betaald werd.  

 

§ 3. De voorschot-, drempel- en minimumbedragen

De voorschot-, drempel- en minimumbedragen zoals vermeld in artikel 4.§ 4. zijn van toepassing voor de aansluitpunten die beschikken over één of meerdere individuele containers. 

 

Voor de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers, gelden volgende bedragen: 

voorschotbedrag  

€ 50,00 

drempelbedrag  

€ 12,00 

minimumbedrag  

€ 3,00 

 

§ 4. Retributies  

Volgende retributies gelden per fractie en volgens en het maximum volume dat per keer aangeboden kan worden via de ondergrondse of pop-up containers en worden afgehouden van het voorschot: 

huisvuil per aanbieding van max. 40 l  

€ 1,70 

gft per aanbieding van max. 30 l  

€ 0,70 

pmd per aanbieding van max. 40 l  

€ 0,10 

papier & karton  

€ 0,00 

glas 

€ 0,00 

 

De servicekost wordt maandelijks op de eerste dag van de maand van het voorschot gehouden van de aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers, ongeachte het aantal effectieve aanbiedingen. 

servicekost per maand voor het gebruik van ondergrondse container(s) 

€ 0,30 

 

De eerste toegangskaart is gratis. Voor de vervanging van een toegangskaart wordt volgende retributie aangerekend: 

vervanging toegangskaart 

 € 10  

 

§ 5. Wijze van inning  

De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de personen of instanties die deel uitmaken van een aansluitpunt zoals vermeld in artikel 2.§ 3. en afval aanbieden via de pop-up container(s) en voor aansluitpunten die verplicht gebruik maken van de ondergrondse containers. 

 

De retributies zullen geïnd worden met een voorschottensysteem zoals beschreven in artikel 4., § 2. en § 4. waarbij de retributies voor de dienstverlening afgehouden worden.  

 

Als het voorschot onder het minimum bedrag daalt, zal geen toegang meer verkregen kunnen worden tot de ondergrondse en pop-up containers totdat er opnieuw een voldoende voorschot betaald werd.  

 

Artikel 7. Containers voor evenementen binnen het diftarproject 

Voor evenementen kunnen tijdelijk containers aangevraagd worden, maximaal gedurende 1 maand. De containers worden op de gevraagde datum door de gemeentelijke diensten geplaatst en na lediging terug opgehaald.  

 

De lediging met weging gebeurt tijdens de ophaalronde van de huis-aan-huisinzameling. De ledigingskost (per ophaling) en verwerkingskost (per kg) zijn zoals vastgelegd in artikel 4.§ 5. zijn. Na de huurperiode wordt er een factuur opgemaakt aan de organisator van het evenement. 

Het uitlenen verloopt via het Uitleenreglement gemeentelijk materiaal. 

 

Artikel 8. Ophaling van grofvuil op afroep  

Als het grofvuil omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht en niet past in het standaard recipiënt voor de inzameling van huisvuil, dan kan het meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak. Per ophaaladres kan maximum 3 m³ grofvuil worden aangeboden. 

 

Het grofvuil wordt ter plaatse gewogen met uitzondering van de afvalfracties die onder een UPV (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid) vallen. 

De retributie bestaat uit een vaste kost per ophaaladres + aantal kg x tarief per kg grofvuil: 

vaste kost per ophaaladres 

€ 40 

per kg grofvuil 

€ 0,35 

 

Artikel 9. Ophaling van snoeiafval op afroep  

Als het snoeihout omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht, dan kan het samengebonden in hanteerbare bundels meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De takken hebben een diameter van maximum 10 cm. De bundels zijn maximum 1,5 m lang en hebben een maximale diameter van 50 cm. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak. Per ophaaladres kan maximum 3 m³ snoeihout worden aangeboden. 

Voor het snoeihout wordt een vaste retributie aangerekend als volgt: 

vaste kost per ophaaladres 

€ 45 

 

Artikel 10. Indexering 

§ 1. Afgevlakte gezondheidsindex 

De retributies vermeld in artikel 4. § 5., artikel 5.§ 3. en artikel 6. § 4., met uitzondering van het tarief voor vervanging van een toegangskaart en het aanbieden van pmd via ondergrondse containers, worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. Het zo verkregen getal wordt naar boven afgerond op vier decimalen.

De totale retributie zal bij elke afrekening afgerond worden op 2 decimalen. 

Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is. 

 

§ 2. Recyclageparkindex voor grofvuil 

Voor het grofvuil dat aan huis op afroep wordt opgehaald zoals bepaald in artikel 8, gebeurt een jaarlijkse aanpassing van het variabel tarief per kg volgens de recyclageparkindex. 

 

Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x. 

Dit geeft volgende formule: 

RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)

RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen. 

 

De drie kostensoorten volgen elk een eigen index: 

1. Ophaalkosten 

Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1 

2. Exploitatiekosten 

Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1 

3. Personeelskosten 

Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt 

Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1 

 

De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1.07.2027. 

De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden. 

 

Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze negatief is. 

 

Artikel 11. Bezwaar 

De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening. Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding. 

 

Artikel 12. 

Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren. 

 

Artikel 13. Bekendmaking 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari  2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan IGEAN milieu & veiligheid, die instaat voor de verdere uitvoering hiervan gelet op de beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid. 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voor de aanvoer van afvalstoffen op het recyclagepark - 2026-2031 - Stemming

 

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan. 

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031. 

Op het recyclagepark wordt diftar met weging toegepast, waarbij de betalende fracties worden gewogen en onmiddellijk afgerekend volgens het aangeleverde gewicht. Een goede verhouding tussen de retributies voor de verschillende fracties, gratis of betalend, is noodzakelijk om een correcte sortering te stimuleren. 

Bedrijven en zelfstandigen hebben toegang tot de intergemeentelijke KMO-recyclageparken. De retributies die aan de bedrijven en zelfstandigen worden gevraagd moeten marktconform en dus kostendekkend zijn. 

De tarieven werden vastgelegd in het retributiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 november 2020. 

De recyclageparken worden door IGEAN intergemeentelijk geëxploiteerd. De inwoners van een gemeente kunnen dus niet enkel terecht op het recyclagepark van hun gemeente, maar eveneens op het recyclagepark van een andere gemeente die deel uitmaakt van dezelfde regio. Er zijn 3 regio’s: regio Noord, regio Zuid en Schelle.  

Het voorstel met de nieuwe tarieven en vrijstellingen werd toegelicht en besproken op het adviescomité milieu op 16.06.2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10.09.2025. 

Argumentatie

Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval via het recyclagepark zijn kosten verbonden, die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor het leveren van bepaalde afvalfracties op het recyclagepark, omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. 

Om de scheiding aan de bron aan te moedigen is het aangewezen de kosten voor het transport en de verwerking van alle afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders. Voor een goede sturing van de selectieve inzameling en het maximaal vermijden van ongesorteerde afvalstromen, is een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties essentieel.

Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden. 

Door in de gemeenten van het samenwerkingsgebied van IGEAN een gelijkaardig systeem en dezelfde retributies toe te passen, worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden. Bovendien laten dezelfde retributies het intergemeentelijk gebruik van de recyclage-parken toe, wat zorgt voor meer dienstverlening

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. 

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval. 

Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties. 

Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen. 

Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd. 

Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.  

        Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen. 

        Artikel 10 van hetzelfde decreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten. 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA. 

        Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moeten worden betaald. 

        Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen. Die tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex. 

        De minima en maxima tarieven zoals vermeld in bijlage 5.1.4 van het VLAREMA worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex. 

        Artikel 4.3.2 van het VLAREMA bepaalt dat bedrijven en zelfstandigen verplicht zijn om hun afval gesorteerd aan te bieden. 

Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, paragraaf 3 en artikel 41, 14°.

De gemeente Boechout is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan voor de exploitatie van het recyclagepark.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026- 2031.

 

Stemming

17 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

5 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

 

BESLUIT

Artikel 1 - Tarief

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 legt de gemeenteraad volgende retributies vast voor de aanvoer van volgende afvalstoffen op het recyclagepark:

 

Afvalfractie

tarieven (euro/kg)

Particulier, 2de verblijf, verenigingen, scholen,...

Bedrijven en zelfstandigen

(KMO- tarief)

▪ grofvuil

▪ gemengd bouw- en sloopafval

▪ asbesthoudend afval

0,35

0,35

▪ kalkplaten

▪ cellenbeton

▪ vlak glas

▪ grond

▪ zuiver steenpuin

▪ hout

0,05

0,12

▪ groenafval

0,00

0,12

▪ piepschuim (zak 1.500 liter)

-

€ 6 /zak

▪ plastic folie (zak 400 liter)

-

€ 5 /zak

 

Artikel 2

§ 1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het recyclagepark voor de aanvoer van de in artikel 1 genoemde afvalstoffen.

 

§ 2. Een gezin bestaat uit alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via de referentiepersoon. De referentiepersoon van een gezin is de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid.

 

§ 3. Voor elk gezin zijn er volgende vrijstellingen van toepassing:

  1. Een gezin van maximum 3 personen krijgt per jaar 50 kg vrijstelling.
  2. Er geldt een extra vrijstelling van 10 kg per bijkomend gezinslid per jaar.
  3. Deze vrijstellingen worden éénmaal per jaar, namelijk op 1 januari, toegekend. Vrijstellingen kunnen niet opgebouwd / overgedragen worden naar het volgende jaar.
  4. Voor grofvuil wordt geen vrijstelling toegekend.
  5. Voor asbesthoudend afval geldt een vrijstelling van 1.000 kg per jaar.
  6. Enkel het bezoekerstype “particulier” krijgt een vrijstelling toegekend.

 

§ 4. Bedrijven en zelfstandigen krijgen geen vrijstellingen.

 

§ 5. Er wordt maximaal 1.000 kg per dag per bedrijf en zelfstandige aanvaard. De afvalstoffen moeten gesorteerd naar het recyclagepark gebracht worden. Alleen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden aanvaard. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.

 

Artikel 3 - Indexering

Om ervoor te zorgen dat de retributies marktconform zijn zullen de retributies jaarlijks aangepast worden, rekening houdend met de recyclageparkindex.

 

Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.

 

Dit geeft volgende formule:

RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)

RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.

 

De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:

1. Ophaalkosten

Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1

2. Exploitatiekosten

Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1

3. Personeelskosten

Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt

Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1

 

De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1.07.2027.

De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden.

Als het resultaat van de index in jaar x negatief is, dan wordt deze niet toegepast. In het jaar x+1 wordt de index van jaar x en het jaar x+1 toegepast, tenzij deze laatste negatief is.

 

Artikel 4  - Vrijstelling

§ 1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boechout worden vrijgesteld van de retributie.

 

§ 2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Boechout en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen ook vrijgesteld worden van de retributie. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.

 

Artikel 5 - Betaling

De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten. Bedrijven en zelfstandigen krijgen regelmatig een voldane factuur voor de retributies die ze in de voorafgaande periode betaald hebben.

Bij ontstentenis van betaling zal het verschuldigde bedrag aangerekend worden aan de referentiepersoon zoals gedefinieerd in art.2 §2. In afwachting van de betaling van het verschuldigde bedrag, kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden aan alle personen die in het bevolkingsregister gekoppeld zijn met de referentiepersoon.

 

Artikel 6

§ 1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een borg gevraagd van € 8.

 

§ 2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boechout worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.

 

Artikel 7 - Bezwaar

De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening. Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.

 

Artikel 8

Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.

 

Artikel 9 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari  2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd en aan IGEAN milieu & veiligheid, die instaat voor de verdere uitvoering hiervan gelet op de beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributiereglement voor de verkoop van recipiënten - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

Gelet op het lidmaatschap van de gemeente bij IGEAN milieu & veiligheid.

Er wordt gestreefd om de biologische kringloop zoveel mogelijk thuis te sluiten. Om het thuiscomposteren te stimuleren, kunnen compostvaten en -bakken aangekocht worden op het recyclagepark.

Het selectief ingezamelde groenafval en het gft worden gecomposteerd. Het eindproduct, IGEAN-compost is een echte bodemverbeteraar en is in zakken beschikbaar op de recyclageparken. Tevens wordt ook gebruiksklare potgrond aangeboden, die IGEAN-compost bevat. Het gebruik wordt aangemoedigd omdat deze lokaal geproduceerde compost zorgt voor een kleinere ecologische voetafdruk dankzij de vastlegging van CO2.

Via de recyclageparken kunnen inwoners een regenwaterton aankopen aan een voordelig tarief zodat ze kostbaar hemelwater kunnen opvangen. Deze zorgen voor een waterbuffer in droge periodes.

Om hechtgebonden asbest af te leveren op het recyclagepark is het verplicht dit afval te verpakken zoals bepaald in de omzendbrief OMG 2020/O 2020/1. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van speciale zakken of folie die op het recyclagepark aangekocht kunnen worden. Het gaat om buisfolie voor asbestplaten of een minibag voor andere vormen van asbestgebonden cement. Bezoekers van het recyclagepark kunnen hechtgeboden asbest uitsluitend aanbieden via deze buisfolie of minibags.

Gelet op de kostprijs voor de gemeente, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Het is aangewezen om uniforme retributies toe te passen in de hele IGEAN-regio voor de verkoop van de recipiënten.

Dit voorstel werd goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid op 10.09.2025.

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen. 

Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.

Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.

Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, paragraaf 3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het ter beschikking stellen van volgende recipiënten op het containerpark:

  1. compostvat (incl. beluchtingsstok)
  2. beluchtingsstok
  3. compostbak
  4. aanbouwmodule compostbak
  5. regenwaterton 310 liter
  6. regenwaterton 510 liter
  7. buisfolie voor asbestplaten
  8. minibag van 150 liter voor asbestcementafval
  9. compost in zakken
  10. potgrond in zakken

 

Artikel 2 - Tarief

Het bedrag van de retributie is verschuldigd door de persoon die de dienstverlening aanvraagt.

De retributie wordt vastgesteld als volgt:

 

compostvat incl. beluchtingsstok

€ 50

beluchtingsstok

€ 5

compostbak

€ 140

aanbouwmodule compostbak

€ 95

regenwaterton 310 liter

€ 70

regenwaterton 510 liter

€ 110

buisfolie voor asbestplaten

€ 1

minibag van 150 liter voor asbestcementafval

€ 1

zak compost 40 liter

€ 5

zak potgrond 50 liter

€ 8

 

§ 1. Het bedrag van de retributies hierboven vermeld, is verschuldigd door eenieder die gebruik wenst te maken van het recipiënt en bij de aflevering ervan.

§ 2. Een gezin bestaat uit alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via de referentiepersoon. De referentiepersoon van een gezin is de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid.

 

Artikel 3 - Vrijstellingen

§ 1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boechout worden vrijgesteld van de retributie.

§ 2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Boechout en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen ook vrijgesteld worden van de retributie. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.

 

Artikel 4 - Betalingstermijn

De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten. Bij ontstentenis van betaling zal het verschuldigde bedrag aangerekend worden aan de referentiepersoon zoals gedefinieerd in art.2 §2. In afwachting van de betaling van het verschuldigde bedrag, kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden aan alle personen die in het bevolkingsregister gekoppeld zijn met de referentiepersoon.

 

Artikel 5 - Bezwaar

De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening. Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.

 

Artikel 6.

Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.

 

Artikel 7 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari  2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Een afschrift van het reglement wordt bezorgd aan IGEAN milieu & veiligheid.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie  voor het ter beschikking stellen van restanten en andere goederen - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan. 

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031. 

In de collegebeslissing van 21 november 2023 werden de voorwaarden voor het ter beschikking stellen van restanten en andere goederen goedgekeurd.

De werf beschikt regelmatig over brandhout door het opruimen van dode bomen en stormschade en over betontegels na afbraak of heraanleg van straten.

Argumentatie

Het voeren van een goed financieel beheer vergt de invoering van retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031

 

Stemming

21 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

1 onthouding

Tine Bracke

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 heft het gemeentebestuur een retributie op het ter beschikking stellen van restanten en andere goederen.

 

Artikel 2 - Aanvraag

De restanten of andere goederen zullen ter beschikking worden gesteld aan de aanvrager, die hiervoor een schriftelijk verzoek indient via het formulier op de website .

 

Inwoners van de gemeente Boechout, inwoners van de aangrenzende buurgemeenten, personeelsleden van de gemeente, hierna aanvrager genoemd, kunnen een aanvraag indienen om restanten aan te kopen.  De aanvragen worden in chronologische volgorde bijgehouden. Indien de aanvrager dit wenst, kan hij opgenomen worden in een permanente lijst van geïnteresseerden.

 

Artikel 3 - Tarieven

Voor zover de gemeente beschikt over een overtollige voorraad van volgende restanten, worden ze ter beschikking gesteld aan de aanvrager tegen volgende retributie:

        container brandhout ( 4 m³) inclusief levering tot 15 km: € 85

        gebruikte betontegels (grijze):     € 0,15 per stuk

        gebruikte betontegels ( rode):     € 0,25 per stuk

        kaphout (hout van omgevallen bomen) per m³   € 350

        levering van kaphout en betontegels tot 15 km:  € 75

 

Artikel 4 - Vervoer

Voor de levering van gebruikte betontegels, kaphout en brandhout dient een afspraak gemaakt te worden met de gemeentewerf

 

Artikel 5 - Betalingstermijn

De betaling gebeurt voorafgaandelijk aan de ter beschikkingstelling.

 

Artikel 6 - Indexering 

Deze retributies worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro. 

 

Artikel 7 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributiereglement betreffende de standplaatsen op de openbare markt 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Het is verantwoord dat standplaatsen op de openbare markten worden belast. De gemeente zorgt namelijk voor de aanleg, het onderhoud en de terbeschikkingstelling van het openbaar domein en bijhorende infrastructuur. Bovendien vergt de organisatie van de markten en andere evenementen op het openbaar domein extra inspanningen van de gemeentediensten m.b.t. veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.

Het is verantwoord om de kost van het gebruik van elektriciteit ten laste te leggen van de gebruiker. Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van rendabele retributies op:

1. de standplaats op de markten

2. het elektriciteitsverbruik dat wordt afgenomen van een vaste verdeelkast waarbij het EAN-nummer van de gemeente is

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Het reglement m.b.t. de openbare markt en ambulante handelsactiviteiten op de openbare weg.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

6 stemmen tegen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Mieke Kaniszai en Bjorn Aertgeerts

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

§1 Met ingang vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op:

  1. het plaatsnemen op het openbaar domein op de door de gemeente Boechout ingerichte markt;
  2. het gebruik van vaste elektriciteitskasten die zich op de openbare weg binnen het grondgebied van de gemeente Boechout bevinden en waarvoor de gebruiker een toelating van het gemeentebestuur moet bekomen voor de afname van elektriciteit.

§2 De aangerekende retributies worden aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De retributies worden volgens de geldende afrondingsnormen afgerond tot hele getallen.

 

Artikel 2 - Betalingsplichtige

De retributie valt ten laste van de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie:

  1. de standplaats op de wekelijkse openbare markt is toegewezen;
  2. de elektriciteitskast ter beschikking wordt gesteld voor afname elektriciteit.

 

Artikel 3 - Tarief

§1 Voor de standplaatsen wordt de retributie onderverdeeld in:

  1. abonnementen (voor marktkramers met een vaste standplaats op de wekelijkse markt)
  2. dagprijzen (voor niet-abonnementhouders op de wekelijkse markt).

§2 De retributie per strekkende meter bedraagt:

  1. Dagprijs: € 1,2.
  2. Abonnement van 3 maanden: € 13.
  3. Abonnement van 12 maanden: € 50.

§3 Voor de aansluiting op het elektriciteitsnet en het verbruik bedraagt de retributie:

  1. Gewone aansluiting tot 32 A:
    1. dagprijs: € 16 per aansluiting
    2. abonnement voor 3 maanden: € 80 per aansluiting
    3. abonnement voor een jaar: € 304 per aansluiting
  2. Zware aansluiting boven 32 A:
    1. dagprijs: € 22 per aansluiting
    2. abonnement voor 3 maanden: € 132 per aansluiting
    3. abonnement voor een jaar: € 418 per aansluiting

 

Artikel 4 - Betaling

§1 De invordering van de retributie zal geschieden als volgt: 

- i.g.v. een standplaats op de wekelijkse openbare markt:

Per overschrijving op rekening van de gemeente Boechout na ontvangst van een factuur 

§2 Het college van burgemeester en schepenen kan, mits motivering, korting geven op het standgeld bij verminderde bereikbaarheid van een markt (bijvoorbeeld bij wegenwerken) of delen van een markt. Individuele markthandelaars kunnen om die reden nooit een korting op het standgeld bekomen.

§3 Het college van burgemeester en schepenen kan de retributie opschorten gedurende periodes van non-activiteit van seizoensgebonden activiteiten.

 

Artikel 5 – Betwisting

§1 Op grond van artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur kan er een dwangbevel worden uitgevaardigd met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

§2 Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie te vorderen.

 

Artikel 6 - Bekendmaking

§1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

§2 De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op het gebruik van socioculturele infrastructuur 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie gevestigd op het gebruik van de socioculturele infrastructuur.

 

Artikel 2 - Tarief en categorieën

Het tarief wordt als volgt vastgesteld voor de verschillende zalen en categorieën zoals beschreven in het gebruikersreglement.

Onderstaande tarieven worden gehanteerd. In dit totaalbedrag zijn verwarming,

verzekering, elektriciteit, water en indien aanwezig ook het gebruik van keuken- en

toogtoebehoren inbegrepen.

 

Accomodatie

per

CAT 0

CAT A

CAT B

CAT C

De Bunderhoeve benedenzaal

Dagdeel

€ 0 

€ 35 

€ 150 

nvt

De Bunderhoeve bovenlokaal

Dagdeel

€ 0 

€ 20 

€ 120 

nvt

Lokaal Oud-gemeentehuis Vremde

Dag

€ 0 

€ 45 

nvt

nvt

Theater Vooruit - foyer

Dag

€ 0 

€ 80 

€ 300 

€ 500 

Theater Vooruit – theaterzaal

Dag

€ 0 

€ 80 

€ 300 

€ 500 

 

 

 

 

 

 

JF Willemsschool – Theaterruimte

Dag

€ 0 

€ 35 

nvt

nvt

Zaal Den Boom

Dag

€ 0 

€ 80 

€ 450 

nvt

 

 

 

 

 

 

Populierenhof Popup

Week

€ 0 

€ 110 

€ 225 

€ 250 

 

 

 

 

 

 

 

        Voor het jaargebruik geldt een tarief van € 10 per dagdeel met een minimum van € 100 en een maximum van € 300. Bij aanvang (periode augustus - september) van het jaargebruik wordt € 100 gefactureerd, de afrekening of saldo gebeurt op het einde van de jaarlijkse periode (Jaar+1). Het jaartarief is enkel mogelijk voor volgende locaties:

        Benedenzaal of bovenzaal Bunderkes

        Lokaal Oud-gemeentehuis Vremde

        Zaal Den Boom voor alle dagen behalve vrijdag, zaterdag of zondag

        Gebruikers hebben de mogelijkheid om opbergruimte te gebruiken voor stockage van materiaal. Deze opbergruimtes zijn enkel te huren op basis van beschikbaarheid. Het jaartarief bedraagt € 25. 

        Voor extra ondersteuning van personeel, wordt er een personeelskost van € 50 per uur aangerekend.

        Bij verlies of schade van de sleutel of toegangsbadge van de infrastructuur geldt een tarief van € 25 per stuk.

        In het geval er niet volgens de afspraken is opgeruimd of gepoetst, wordt een tarief van € 50 per uur aangerekend.

        In het geval er interventies ter plaatse noodzakelijk zijn door de administratie, in geval van onrechtmatige handelingen door de gebruiker, wordt een tarief van € 100 per uur aangerekend.

        Bij schade: bovenop de kostprijs van de herstelling wordt aan de gebruiker een administratieve kost aangerekend van 15% met een minimum van € 50 en een maximum van € 200. Werkuren van onze eigen technische dienst bij dringende herstellingen worden doorgerekend aan € 50 per uur, inclusief verplaatsingskost.

        In geval van fraude wordt er een forfaitaire boete van € 100 aangerekend.

 

Artikel 3 - Betalingstermijn

De betaling dient te gebeuren binnen de dertig dagen na ontvangst van de factuur.

 

Artikel 4 - Overgangsmaatregel

Voor het jaargebruik blijf het tarief van € 5 per dagdeel, met een maximum van € 200 geldig tot en met 31 augustus 2026.

 

Artikel 5- Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 voor alle nieuwe reservaties vanaf die datum en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op het uitvoeren van werken ten laste van derden - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

De reguliere opmerkingen van de burgers met betrekking tot het gehanteerde forfaitsysteem bij de aanleg van opritten;

Het blijft de bedoeling dat de opritten op een uniforme wijze worden aangelegd.

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven op het uitvoeren van werken ten laste van derden door de gemeente.

 

Artikel 2 - Tarief

a) De retributie voor de aanleg van een standaard oprit wordt volgens volgende formule berekend:

€ 110/m² x (diepte x breedte van de oprit) waarbij de diepte van de aan te leggen oprit voor het bepalen van de retributie wordt vastgelegd op maximum 4 meter, ongeacht de effectieve diepte van de oprit.

Het bedrag van de retributie wordt afgerond naar een “gehele meter”, namelijk minder dan 0,5 m² naar onder, gelijk aan of meer dan 0,5 m² naar boven.

b) Wanneer een van de standaard afwijkende oprit wordt aangevraagd en door de gemeente wordt vergund, zal de aanvrager hiervoor de volledige kostprijs, zoals gefactureerd aan de gemeente door de derde die deze werken voor de gemeente uitvoert, dienen te betalen.

c) De retributie voor het plaatsen van bewegwijzering (aanwijzingsborden voor derden):

€ 200 per bord.

 

Artikel 3 - Betalingsplichtige

De retributie is verschuldigd door de persoon die de uitvoering van de werken aanvraagt.

 

Artikel 4 - Vrijstellingen

Er wordt geen retributie aangerekend in geval van gratis grondafstand of inname en dit voor de oppervlakte van de gratis grondafstand of inname beperkt tot de breedte van de oprit. Deze vrijstelling vervalt 10 jaar na de uitvoering van de wegeniswerken.

Elke heraanleg of herstelling van de oprit ten gevolge van werken aan het openbaar domein, is ten laste van de gemeente of nutsmaatschappij.

 

Artikel 5 - Betalingstermijn

De retributie dient te worden betaald na toekenning van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of op verzoek van het college van burgemeester en schepenen in geval van niet-vergunningsplichtige werken. Na ontvangst van de betaling wordt de aannemer door de gemeente aangesteld zodat deze tot uitvoering van de werken kan overgaan.

Bij ontstentenis van betaling zal de invordering geschieden overeenkomstig de burgerlijke rechtspleging.

 

Artikel 6 - Indexering

Deze retributies worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. 

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 7 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek - 2026-2031 - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Sinds 1 juni 2015 is in Boechout een gemeentelijke verordening tot het verplicht stellen van het conformiteitsattest van kracht.

Met de aflevering van een conformiteitsattest doet de burgemeester of het agentschap Wonen in Vlaanderen uitspraak over de conformiteit van zelfstandige woningen en kamerwoningen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die door de Vlaamse Regering nader bepaald werden in de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk om belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.

Door wijziging van de Vlaamse Codex Wonen 2021, ingaand op 1 juni 2024, zal de gemeente een vergoeding kunnen vragen voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. Daarmee vervalt de mogelijkheid om een vergoeding te vragen voor de aanvraag van een conformiteitsattest.

Op 27 mei 2024 heeft de gemeenteraad het retributiereglement voor het uitvoeren van een  conformiteitsonderzoek goedgekeurd.

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan. 

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031. 

De Vlaamse regering trekt in haar besluit van 8 december 2023 het maximale bedrag dat de gemeente mag aanrekenen voor het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken op tot de werkelijke kostprijs, met een maximum van € 200 (in 2023).

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies. 

De vergoeding wordt gevraagd per uitgevoerd conformiteitsonderzoek in een woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Voor een kamerwoning is dit dus een vergoeding per kamer. De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring. Dit zorgt ervoor dat er:

        voor bewoners geen financiële drempels worden ingebouwd om woningkwaliteitsproblemen te signaleren en

        aan de houders van het zakelijk recht geen onredelijke vergoedingen worden gevraagd.

De houder van het zakelijk recht zal dus enkel een vergoeding moeten betalen bij hercontroles en bij de aanvraag van een conformiteitsattest. Er wordt een vergoeding gevraagd voor het uitvoeren van  een conformiteitsonderzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen, in volgende gevallen:

        In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen

        In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen

        In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen

Woonmaatschappij Thuisrand wordt vrijgesteld van retributie, gezien het lopende afsprakenkader om gratis een conformiteitsattest af te leveren voor een sociale woning op de private huurmarkt. Op 30 oktober 2017 keurde college voor het eerst het afsprakenkader goed over het onderzoeken van woningen die te huur worden aangeboden aan de woonmaatschappij (toen SVK) met het oog op nieuwe inhuurname.

Juridische grond

          De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

          Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 , en artikel 41 ,14°.

          Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.

          Het Vlaams Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 — Toegang tot bestuursdocumenten, art. 11.26 tot en met 11.51.

          De wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht omzendbrief van 18 juli 2018.

          Besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decreten betreffende het Vlaams Woonbeleid van 17 juli 2020.

          De Vlaamse Codex wonen van 2021 (inzonderheid boek 3 en artikel 3.2).

          Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek.

 

Artikel 2 - Begripsomschrijving

§1 Met een conformiteitsonderzoek wordt bedoeld het onderzoek, zoals bepaald in artikel 3.4 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Om vast te stellen of een woning voldoet aan de vereisten en normen vastgesteld met toepassing van artikel 3.1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, voert een woningcontroleur een conformiteitsonderzoek uit. Bij de uitvoering van een conformiteitsonderzoek worden de veiligheid, gezondheid en kwaliteit van een woning beoordeeld aan de hand van de modellen van het technisch verslag, vermeld in artikel 3.2,  §1 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, conform de criteria die in die modellen zijn opgenomen. In de vrije velden in die modellen kunnen alleen technische gegevens en de beoordeling ervan worden opgenomen.

Een technisch verslag kan worden aangevuld met een schets van het grondplan, met detailfoto's van de vastgestelde gebreken of met overzichtsfoto's die geen personen afbeelden.

§2 Een kamer: de woning waarin één (1) of meer van de volgende voorzieningen ontbreken:

- WC;

- bad of douche;

- kookgelegenheid,

en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.

§3 Een kamerwoning: elk gebouw dat bestaat uit één of meer te huur gestelde of verhuurder kamers en gemeenschappelijke ruimtes.

§4 Zelfstandige woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande waarvan de bewoners niet afhankelijk zijn van gemeenschappelijke voorzieningen.

 

Artikel 3 - Betalingsplichtige:

De retributie is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde en moet betaald worden per uitgevoerd conformiteitsonderzoek in een woning en dus per opgemaakt technisch verslag.

 

Artikel 4 - Vrijgesteld van retributie:

Van deze retributie wordt vrijgesteld:

De woonmaatschappij Thuisrand

 

Artikel 5 - Machtigingen:

Het conformiteitsonderzoek kan uitgevoerd worden door de gewestelijk ambtenaar en de personeelsleden die de leidend ambtenaar van het agentschap bij besluit aanwijst; de personen die de burgemeester van de gemeente waar de woning ligt bij besluit aanwijst en de ambtenaren die bij besluit aangewezen zijn als wooninspecteur of als ambtenaar met opsporings- en vaststellingsbevoegdheid.

 

Artikel 6 - Tarieven

De retributie wordt vastgesteld op:

          In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest: € 200

          Voor een conformiteitonderzoek van een kamerwoning: € 100 per kamer

          In kader van een melding van herstel in de loop van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest: € 100

          In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren: € 200

          In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure: € 200

 

Artikel 7 – Indexering

Deze retributies worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

Artikel 8 - Invordering:

Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.

 

Artikel 9 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributiereglement vastgoedinformatie 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan. 

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031. 

Gemeente Boechout is aangesloten op het Vastgoedinformatieplatform (VIP) sinds 10 januari 2024.

Op 22 december 2023 is het VIP-decreet finaal goedgekeurd en bekrachtigd door de Vlaamse Regering. Het decreet trad in werking op 1 januari 2024. 

Argumentatie

Aanvragers wensen informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld te ontvangen.

De gemeente vindt het belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed.

Gemeenten zijn op zoek naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen.

Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers.

Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.

De gemeente kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie verzamelen in een product, zoals omschreven in artikel 2.5° van dit besluit, en dit product met vastgoedinformatie ontsluiten.

Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers, brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee.

De gemeente Boechout wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan te verhalen.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, artikel 21, eerste lid.

Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7.

Besluit van de gemeenteraad van 29 januari 2024 over de aansluiting op het Vastgoedinformatieplatform

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

13 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

9 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeente Boechout werkt voor aanvragen via het Vastgoedinformatieplatform overeenkomstig het VIP-decreet dat goedgekeurd is op 22 december 2023 en in werking trad op 1 januari 2024.

 

Artikel 2 - Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;

4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;

5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;

6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf (Athumi) in de vorm van een naamloze vennootschap;

8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;

9° algemene verordening gegevensbescherming (AVG): Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;

 

Artikel 3 - Algemeen

De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Boechout een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.

  

Artikel 4 – Aanvrager van vastgoedinformatie

Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.

https://docs.athumi.eu/vip/help/informatie-voor-gebruikers-ontvangende-entiteit

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.

Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van de gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

        externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.

        lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        gerechtelijke overheden;

        hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;

        politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

 

Artikel 5 - Bedrag

Het bedrag van de gemeentelijk bronretributie wordt vastgelegd als volgt:

Voorwerp aanvraag

Retributiebedrag per kadastraal perceel

Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet

                                € 250

Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.

 

Artikel 6 - Indexering

Deze retributie wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op de hogere halve euro.

 

 Artikel 7 - Inning

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.

 

Artikel 8 - Toetredingsovereenkomst: verwerking van persoonsgegevens en heffingen

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Boechout en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Boechout wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Boechout en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst

 

Artikel 9 - Ondertekening

De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Boechout via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het vastgoeddossier een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

 

 Artikel 10 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten en aangetekende zendingen - 2026-2031 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout wordt beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

Het opmaken en versturen van aanmaningen aan diegenen die laattijdig de door hen verschuldigde sommen betalen zoals retributies en huurgelden, wegen zowel op logistiek als op financieel vlak door op de gemeentelijke administratie.

Argumentatie

De regelgeving stelt dat de eerste ingebrekestelling gratis moet worden verstuurd en met een minimale wachttermijn van 14 kalenderdagen.

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, worden de kosten voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten en aangetekende zendingen verhaald op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen betalen zoals retributies en huurgelden.

 

Artikel 2 - Tarief

De kosten worden vastgesteld als volgt:

        voor een tweede aanmaning (niet aangetekend): € 5

        voor een aangetekende zending: € 15

 

Artikel 3 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het openbaar domein - 2026-2028 - Stemming

 

Feiten en context

De gemeentelijke reglementen kunnen een looptijd hebben van meerdere jaren. Aan de retributiereglementen wordt jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.

De geldigheidsduur van de retributiereglementen in Boechout is beperkt gehouden overeenstemmend met de duur van de meerjarenplanning 2026-2031.

De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.

Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.

De Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.

Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.

De actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele retributies.

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen; meer bepaald  artikel 40, §3 en artikel 41, 14°.

 

Financiële gevolgen

Het budget wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1 - Begripsomschrijving

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2028, wordt er aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met verwijzing naar de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

        alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-,hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

        alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

 

Artikel 2 - Tarief

  1. De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen € 10,24, voor werken in voetpaden € 7,88 en voor werken in aardewegen € 4,73.
    Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

 Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

  1. Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van € 1 per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
    Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van € 0,5 per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
    Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
    Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 3 - Betalingsplichtige

De nutsmaatschappijen die verantwoordelijk zijn voor werken aan de in artikel 1 opgesomde nutsvoorzieningen.

 

Artikel 4. Betalingstermijn

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

 

Artikel 5 - Bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Stedenbouwkundige verordening lasten - Amendement 1 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Mieke Kaniszai, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

13 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Stedenbouwkundige verordening lasten - Amendement 2 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

9 stemmen voor

Els Augustinus, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

12 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

1 niet gestemd

Katrijne Van Hoof

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Stedenbouwkundige verordening lasten - Amendement 3 - Stemming

 

Stemming

Het amendement wordt verworpen met

 

5 stemmen voor

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert en Bjorn Aertgeerts

14 stemmen tegen

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

3 onthoudingen

Lode Van den Brande, Tine Bracke en Ann Milbau

 

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen - Definitieve goedkeuring - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Het instrumentendecreet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 3 juli 2023, wijzigde artikel 75 van het Decreet op de Omgevingsvergunning. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de vergunningverlenende overheden vanaf 1 januari 2024 verplicht lasten moeten opleggen bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor alles wat zonevreemd is. Het decreet laat de keuze tussen het opleggen van financiële lasten of lasten in natura. Momenteel hanteert de gemeente Boechout lasten in natura. Financiële lasten kunnen slechts worden opgelegd als dit geregeld wordt in een stedenbouwkundige verordening.

Het departement Omgeving van de Vlaamse Overheid heeft een modelverordening uitgewerkt en aan alle gemeentebesturen bezorgd. Deze modelverordening is inhoudelijk tot stand gekomen vanuit de pilootgroep lasten en uitgewerkt door het departement Omgeving.

Op basis van deze modelverordening heeft het college van burgemeester en schepenen een ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten opgemaakt. Op 17 juni 2025 heeft het college van burgemeester en schepenen het ontwerp van deze verordening principieel goedgekeurd.

Feiten en context

Het opmaken van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening lasten is nodig om financiële lasten te kunnen opleggen bij omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen en voor het verkavelen van gronden.

De doelstelling, vanuit dit Vlaamse decreet, van het opleggen van lasten bij zonevreemdheid is het zonevreemd wonen en andere zonevreemde activiteiten te ontmoedigen en zonevreemde bebouwing en verharding te reduceren of weg te werken.

De goedkeuringsprocedure voor gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen werd

vastgelegd in artikel 2.3.2 van de VCRO. De relevante delen hiervan luiden als volgt:

“§ 2. (…) Het college van burgemeester en schepenen is belast met het opmaken van

gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en neemt de nodige maatregelen tot

opmaak.

Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van stedenbouwkundige

verordening voor advies voor aan het departement, de deputatie en aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement en de deputatie geven advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 2/1, derde lid, 1° tot en met 5°. De adviezen worden binnen dertig dagen na de ontvangst van het dossier naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereisten worden voorbijgegaan.

Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stelt nadere regels voor het openbaar onderzoek vast. De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.”

Sommige gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen moeten onderworpen worden aan een plan-m.e.r.-screening. In bepaalde gevallen vormt een stedenbouwkundige verordening echter geen kader voor de vergunningverlening.

De voorliggende verordening inzake lasten omvat geen randvoorwaarden voor de toekenning van vergunningen. Deze verordening zal weliswaar toegepast worden bij de afgifte van omgevingsvergunningen, maar vormt geen beoordelings- of toetsingskader bij de vraag of een vergunning al dan niet kan verleend worden.

Er wordt immers in de wetgeving een duidelijk juridisch onderscheid gemaakt tussen enerzijds voorwaarden, die wel dienen om een aanvraag vergunbaar te maken, en anderzijds lasten, die dat oogmerk niet hebben.

De vraag of een aanvraag voor vergunning in aanmerking komt en bijvoorbeeld voldoende

openbaar domein of andere infrastructuur voorziet wordt in de vergunningverlening (en de

milieueffectbeoordeling (project-MER, ontheffing of project-m.e.r.-screening) van de vergunningsaanvraag) zelf bekeken en niet vastgelegd in deze verordening. De getallen inzake de last in natura hebben een louter mathematische doelstelling van kostenafweging tussen natura en financiële last. Een plan-mer-screening is aldus niet vereist is omdat deze verordening zich louter beperkt tot het onderwerp “lasten”.

Deze verordening inzake lasten vormt geen kader om te bepalen of een vergunning verleend kan worden, wat de finaliteit is van voorwaarden, maar strekt ertoe om de financiering mogelijk te maken van de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van een vergunning op zich moet nemen.

Deze verordening op zichzelf heeft geen significante effecten op beschermde soorten en

habitattypes in habitat- en vogelrichtlijngebieden. Ook een passende beoordeling is dus niet

vereist, omdat deze verordening zich louter beperkt tot het onderwerp “lasten”.

 

Er werd een openbaar onderzoek van 30 dagen gehouden, van 1 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025, dit openbaar onderzoek werd bekendgemaakt:

        in het Belgisch Staatsblad op 29 september 2025

        via een bericht op de website van de gemeente

        via een bericht in het gemeentelijke infoblad (lokaal drukwerk, verspreid in alle brievenbussen van de gemeente)

Tijdens dit openbaar onderzoek werden geen standpunten, opmerkingen en bezwaren geformuleerd.

 

Het ontwerp van stedenbouwkundige verordening werd voor advies voorgelegd aan het departement Omgeving, de deputatie van de provincie Antwerpen en aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).

 

In zitting van 11 september 2025 heeft de GECORO een advies uitgebracht, vervolledigd op 25 september 2025. De GECORO formuleerde volgend positief advies:

  1. De GECORO stelt dat de piste om ook een last op te leggen bij het vellen van monumentale bomen moet worden onderzocht.
  2. Uit de modelverordening werden aantal zaken niet overgenomen: in de modelverordening wordt ook de mogelijkheid gegeven om lasten op te legen bij bouwen en herbouwen, verbouwen of uitbreiden van gebouwen. Deze opties werden niet weerhouden in het huidige voorstel. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om lasten te voorzien voor projecten die vallen onder stadsontwikkelingsprojecten zoals gedefinieerd in artikel 10b van bijlage II van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. De GECORO adviseert deze toch op te nemen in de verordening en de belasting op bouwen, verbouwen en herbouwen dusdanig mee te integreren. Zo wordt dit voor de burger eenduidiger. Ook zijn de lasten dan meer in verhouding tot de meerwaarde dan in het geval van behouden van de belasting.
  3. De GECORO merkt op dat functiewijzigingen wel vervat zitten in de verordening maar nieuwe functies niet. Deze kunnen echter ook voor een maatschappelijk kost zorgen die het opleggen van een last verantwoord. De GECORO adviseert dit mee op te nemen.
  4. De GECORO stelt dat het opleggen van een last bij bouwprojecten algemeen de kwaliteit ten goede kan komen omdat er dan eerder voor lasten in natura (speelpleintje, vergroenen) zal gekozen worden.
  5. De GECORO stelt uit ervaring met deze verordening met omliggende gemeentes dat een ondergrens van aantal te realiseren wooneenheden te onderzoeken is. De ondergrens moet best laag blijven (enkele eenheden).
  6. De GECORO adviseert om buiten de bindende tekst een verduidelijking uit te werken zodat de verordening leesbaarder wordt voor de burger.
  7. De GECORO merkt op dat in de huidige verordening er geen lasten voorzien zijn voor zone-eigen bouwprojecten.
  8. De GECORO adviseert de afwijkingsmogelijkheden te beperken en niet te uitgebreid te proberen definiëren. Zij zijn enkel wenselijk bij herontwikkeling van Brownfields.

 

Over het advies van GECORO wordt volgend standpunt ingenomen:

  1. Er wordt bijkomend een last opgenomen voor het vellen van hoogstambomen.
  2. Er wordt bijkomend een last opgenomen voor bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van gebouwen met de functie wonen.
  3. Er wordt bijkomend een last opgenomen voor het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van gebouwen voor nieuwe functies (met uitzondering van landbouw).
  4. Er wordt nu een last voorzien bij bouwprojecten (zie vorige punten), een last in natura heeft steeds de voorkeur.
  5. Er worden ondergrenzen opgenomen. De bijkomende kosten die gegenereerd worden voor de overheid zijn immers eerder beperkt bij kleinere zone-eigen projecten.
  6. Een toelichting bij de verschillende artikels wordt opgenomen in dit gemeenteraadsbesluit.
  7. Er worden bijkomende lasten opgenomen voor zone-eigen projecten.
  8. De afwijkingsmogelijkheden waar de GECORO naar verwijst worden als volgt bepaald:  "andere projecten waarbij er bijzondere redenen zijn die een afwijking kunnen rechtvaardigen. Dit houdt in dat de aanvrager in het project reeds belangrijke en uitzonderlijke inspanningen levert om een project te realiseren dat positieve gevolgen heeft voor de gemeente of de gemeenschap, die zich in normale gevallen niet manifesteren zodat de combinatie daarvan met een stedenbouwkundige last een onevenredig zware last zou meebrengen voor de aanvrager in vergelijking met de voordelen die deze haalt uit het aangevraagde project." De onderlijnde delen geven aan dat deze bepaling strikt verwoord wordt, waardoor hier slechts uitzonderlijk een beroep kan op gedaan worden. In de toelichting wordt dit verder concreet gemaakt. Dit punt wordt niet weerhouden.

 

De deputatie van de provincie Antwerpen heeft op 9 oktober 2025 volgend advies uitgebracht:

" Op 9 september 2025 ontving de deputatie van de provincie Antwerpen van het college van

burgemeester en schepenen van de gemeente Boechout de vraag om advies te verlenen over het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen’ in toepassing van artikel 2.3.2 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

  1. Vormvereisten

Het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening voldoet aan de vormvereisten van artikel 2.3.1, artikel 2.3.2 en artikel 4.2.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met

wijzigingen (B.S. 20 augustus 2009).

  1. Bespreking

De provincie vindt het positief dat de gemeente werk maakt van een stedenbouwkundige

verordening inzake lasten en hiermee tegemoet komt aan de gewijzigde wetgeving (cf.

Instrumentendecreet).

Gezien het specifieke karakter gaat de deputatie er van uit dat de verordening niet strijdig is met

het ontwerp van Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen en ook niet met het GRS van Borsbeek (sic).

Voor de volledigheid wordt meegegeven dat de provincie Antwerpen geen provinciale

stedenbouwkundige verordening heeft.

Hieronder volgen puntsgewijs per artikel enkele bedenkingen en aanbevelingen:

Artikel 1, §2: “Geval per geval kunnen, in toepassing van artikel 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, grotere stedenbouwkundige lasten dan voorzien in deze verordening worden opgelegd, zowel financieel als in natura.”

➔ Is het juridisch correct om willekeurig (‘geval per geval’) hogere financiële lasten op te leggen

dan diegene die zijn bepaald binnen de verordening zelf?

➔ In ieder geval, financiële lasten moeten bepaald zijn in een stedenbouwkundige verordening.

Het kader om een hogere financiële last toe te kennen dan diegene die zijn bepaald in deze

verordening ontbreekt. Er is dus geen basis om hogere financiële lasten op te leggen dan

diegene die in voorliggende verordening zijn vastgelegd.

Artikel 4, §2, 2°: “het uitvoeren van een vergunningsplichtige zone-eigen functiewijzigingen met een bovengrondse nuttige vloeroppervlakte van 250 vierkante meter.”

➔ Dit kan leiden tot een verkeerde interpretatie van dit toepassingsgebied. Het is correcter om

te stellen dat dit geldt voor functiewijzigingen vanaf 250m². Nu lijkt het toepassingsgebied

zich specifiek te richten op functiewijzigingen met een nuttige bvo van exact 250m².

Artikel 4, §4: “Bij de goedkeuring van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige

handelingen zal de gemeente een financiële stedenbouwkundige last opleggen als een last in natura onmogelijk, onwenselijk of onvoldoende is.”

➔ Moet ‘De gemeente’ hier niet aangepast te worden naar ‘de bevoegde overheid’ zodat ook de

deputatie correct gebruik kan maken van de stedenbouwkundige verordening?

Artikel 5: “De volgende vergunningsaanvragen of delen ervan zijn vrijgesteld van een financiële

stedenbouwkundige last en van een stedenbouwkundige last in natura”

➔ In hoeverre kan een gemeente een vrijstelling toepassen op de decretale vereiste tot het

opleggen van een stedenbouwkundige last zoals bepaald in Artikel 75 van het

Omgevingsvergunningsdecreet?

➔ In hoeverre maakt dit artikel het onmogelijk om enige last in natura, dewelke niet verplicht in

een stedenbouwkundige verordening dient geregeld te worden, op te leggen wanneer dit in

bepaalde gevallen toch gewenst lijkt?

  1. Conclusie

Er wordt gunstig advies onder voorwaarden gegeven over voorliggend ontwerp van

stedenbouwkundige verordening. Er dient rekening gehouden te worden met bovenvermelde

opmerkingen."

 

Over het advies van de deputatie wordt volgend standpunt ingenomen:

Artikel 1, §2: deze paragraaf wordt geschrapt, een hogere financiële last wordt niet bepaald in de verordening. Door de schrapping kan er ook geen willekeur ontstaan.

Artikel 4, §2, 2°: de verwoording wordt aangepast: "van 250 m2" wordt vervangen door "vanaf 250 m2".

Artikel 4, §4: het artikel wordt aangepast "de gemeente" wordt vervangen door "de bevoegde overheid".

Artikel 5: Het artikel wordt aangevuld met de bepaling dat de vrijstelling niet van toepassing is voor de decretaal verplichte lasten. Een last in natura zal bij deze projecten niet opgelegd worden gezien deze projecten reeds een meerwaarde realiseren voor de samenleving.

 

Er werd geen advies ontvangen van het departement Omgeving.

 

De verdere procedure wordt als volgt geregeld in de VCRO:

“Art. 2.3.2. § 2/1. De deputatie en de Vlaamse Regering beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat de dag na de betekening, vermeld in paragraaf 2, achtste lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening te schorsen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. De Vlaamse Regering kan binnen de voormelde termijn een definitief vastgestelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ook geheel of gedeeltelijk vernietigen. Een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen.

Binnen de ordetermijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit aan de deputatie. Als de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt ze daarvan binnen de voormelde ordetermijn een afschrift aan het departement.

Het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan alleen worden geschorst:

1° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een optie uit het gemeentelijk beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering of de deputatie voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig artikel 2.1.11, § 2, tweede lid;

2° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een beleidskader van het gemeentelijk beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, tweede lid, of dat de provincieraad niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, tweede lid;

3° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het provinciaal beleidsplan ruimte;

4° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met een gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening of, in voorkomend geval, een ontwerp van gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening;

5° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met artikel 2.3.1 of 4.2.5;

6° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening;

7° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

De Vlaamse Regering gaat alleen over tot vernietiging als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in het derde lid, niet kan worden hersteld, weggewerkt of opgelost door het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 2/2.

§ 2/2. In geval van schorsing beschikt de gemeenteraad over een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan het college van burgemeester en schepenen, om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening opnieuw definitief vast te stellen. Bij de definitieve vaststelling van de verordening kunnen ten opzichte van de geschorste verordening alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit.

De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het nieuwe besluit van de gemeenteraad onmiddellijk na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.

Als de gemeenteraad binnen de voormelde termijn van negentig dagen geen nieuw besluit tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening neemt, vervallen het geschorste gemeenteraadsbesluit en het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.

Als het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.”

Argumentatie

In onderstaande paragrafen wordt per artikel een toelichting gegeven.

Artikel 1: Het doel van de verordening wordt in dit artikel weergegeven.

Artikel 2: De aard van de verordening wordt in dit artikel weergegeven, het betreft een stedenbouwkundige verordening.

Artikel 3: Dit artikel bevat enkele definities. Woongelegenheid wordt gebruikt zoals bedoeld in de VCRO (art. 4.2.1, 7°).

Artikel 4§1: De verordening is van toepassing voor het gehele grondgebied van de gemeente.

Artikel 4§2: Het is niet verantwoord om kleine projecten te bezwaren met een stedenbouwkundige last. Deze projecten leveren weliswaar een meerwaarde op voor de initiatiefnemer, maar de bijkomende kosten die gegenereerd worden voor de overheid zijn eerder beperkt te noemen bij zone-eigen projecten. Bij zonevreemde projecten voorziet artikel 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning een eigenstandige regeling, ook voor kleine projecten. Zie hieromtrent artikel 4§3. De gemeente kiest dan ook voor de ondergrenzen zoals in artikel 4§2.

Ook voor de niet–woonfuncties wordt er enkel een stedenbouwkundige last gevraagd voor de grotere projecten. Kleinere projecten hebben een kleinere ruimtelijke impact op de omgeving. Daarnaast kunnen kleinere projecten een plaats vinden in de kernen van de gemeente waardoor ze voor kernversterking en voor een levendige kern zorgen. Op die manier dragen ze reeds bij tot het realiseren van een aangename leefomgeving.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen functies als kantoren, diensten, detailhandel, horeca (en andere) enerzijds en industrie en bedrijvigheid anderzijds. Voor industrie en bedrijvigheid wordt gekozen voor een hogere ondergrens.

Voor projecten met de functie landbouw worden zelfs geen lasten opgelegd. De meerkost die ze genereren voor de gemeente is immers klein en grote winsten worden niet vaak gerealiseerd.

Artikel 4§3: De algemene bepaling over de mogelijkheid tot het opnemen van lasten in vergunningen wordt opgenomen in het eerste lid van paragraaf 1 van het nieuwe artikel 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning. In het tweede lid wordt opgenomen welke lasten de vergunningverlenende overheid verplicht moet opnemen:

        de lasten opgelegd door de gemeenteraad in het kader van gemeentewegen (1°);

        de lasten voor het verwezenlijken van een bescheiden woonaanbod (2°);

        de eventuele lasten opgelegd door de gemeenteraad bij een vrijgave van een woonreservegebied (3°);

        de lasten gekoppeld aan de toepassing van afwijkingsregels (4°)

Punt 3° is gelinkt aan het decreet Woonreservegebieden. Volgens dit decreet zijn er geen rechtstreekse vergunningen in woonreservegebied meer mogelijk en kan daarin alleen gebouwd of verkaveld worden nadat de gemeenteraad het gebied in kwestie heeft “vrijgegeven” (vrijgavebesluit). Zo’n vrijgavebesluit kan lasten opleggen om de omgevingskwaliteit van een woonreservegebied en de omgeving ervan te verhogen. Als dat het geval is, dan moeten die lasten (verplicht) worden overgenomen in de vergunningen die naderhand in het vrijgegeven gebied worden afgeleverd.

Artikel 4§4: Door te spreken over de bevoegde overheid is ook de deputatie gebonden door de verordening. De last in natura draagt steeds de voorkeur van de gemeente weg. Sommige projecten zijn zo klein of hebben zo’n specifieke ligging dat een last in natura onmogelijk of onwenselijk is. Openbare groenzones bijvoorbeeld hebben een bepaalde grootte nodig om zinvol te zijn. Het heeft ook geen zin om een speelplein te eisen als er 200 meter verder al een speelplein is. Ook kan een last in natura soms een onvoldoende inspanning van de ontwikkelaar inhouden.

Artikel 4§5: Een combinatie van beide soorten lasten is mogelijk. Dit zal vooral voorkomen wanneer de last in natura onvoldoende is.

Artikel 4§6: Sommige projecten kunnen slechts gerealiseerd worden (en zijn slechts vergunbaar) als er wegenis wordt aangelegd of als een hoogspanningscabine, waterinfiltratiebekken of waterzuiveringsinstallatie wordt voorzien. De aanleg of renovatie van dergelijke noodzakelijke infrastructuur wordt niet gevat door de verordening. Het opleggen van die infrastructuur is uiteraard wel ook een stedenbouwkundige last, maar de verordening behandelt ze niet, behalve in artikel 4§3.

Voorbeelden van niet noodzakelijke infrastructuur die wel wordt gevat, zijn:

        Fiets- en voetgangersverbindingen

        Groenzones

        Speelpleinen

       

Artikel 5: Het is aangewezen om bepaalde projecten, die een meerwaarde realiseren voor de samenleving, of die gepaard gaan met aanzienlijke extra kosten voor de ontwikkelaar, vrij te stellen van de stedenbouwkundige last. Deze vrijstellingen worden in dit artikel opgenomen. Project waarin een sociaal woonaanbod wordt gerealiseerd: een project dat door een private ontwikkelaar wordt gerealiseerd en later verhuurd zal worden via een sociaal verhuurkantoor valt niet onder deze vrijstelling.

Artikel 6: Artikel 5 gaf een aantal vrijstellingen weer, in artikel 6 worden een aantal afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Dat betekent dat geval per geval zal nagegaan worden of de situatie een afwijking op de verordening verantwoordt. Een voorbeeld: stel dat een gebouw van 20 m2 met een dak in asbestcementleien wordt afgebroken en op het terrein 10 appartementen worden gebouwd, dan is er geen sprake van een belangrijke of uitzonderlijke inspanning omwille van deze asbestvervuiling.

Als richtwaarde kan meegegeven worden dat de kosten ten laste van de aanvrager toch minstens 10% van de casco bouwkost van het nieuwe project moeten bedragen, wil men van een belangrijke kost kunnen spreken.

In de motiveringsnota van de architect wordt de afwijking gemotiveerd aangevraagd.

Daarnaast berust ook bij de overheid een motiveringsverplichting. De bevoegde overheid motiveert zijn beslissing over de individuele afwijking die is aangevraagd met toepassing van dit artikel uitdrukkelijk in de vergunning. Daarvoor worden objectieve, afdoende en pertinente motieven opgegeven waarom de aanvraag wel of niet beantwoordt aan de criteria vermeld in dit artikel. De bevoegde overheid motiveert tevens waarom een volledige dan wel een gedeeltelijke afwijking is toegestaan. In geval van een gedeeltelijke afwijking motiveert de bevoegde overheid het bedrag van de vermindering.

Artikel 7: Met een lot bij een vergunning voor het verkavelen van gronden wordt een bebouwbaar lot bedoeld. Bij een nieuwbouw, herbouw, functiewijziging of regularisatie wordt het bedrag berekend op het totaal aantal woongelegenheden dat wordt gerealiseerd. Bij een verbouwing of uitbreiding wordt het bedrag berekend op het aantal bijkomende woongelegenheden ten opzichte van wat er in de bestaande toestand vergund is.

Kantoren, diensten, horeca, detailhandel en recreatie zijn meer publiekstrekkende functies dan bedrijvigheid waardoor ze ook een grotere impact hebben op de omgeving. Bijgevolg is er gekozen om het bedrag per m² van de last voor bedrijvigheid lager te houden. Bij een nieuwbouw, herbouw, functiewijziging of regularisatie wordt het bedrag berekend op de totale vloeroppervlakte die wordt gerealiseerd. Bij een verbouwing of uitbreiding wordt het bedrag berekend op de bijkomende vloeroppervlakte ten opzichte van wat er in de bestaande toestand vergund is.

Artikel 8: Art. 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning (na wijziging Instrumentendecreet) bepaalt hieromtrent het volgende:

De inkomsten van de financiële lasten, vermeld in paragraaf 3, 4°, worden door de bevoegde overheid aangewend voor het ruimtelijk beleid. De bevoegde overheid bewerkstelligt bij de opmaak van haar begrotingen dat ten minste een equivalent van de in het vorige begrotingsjaar doorgestorte inkomsten bestemd wordt binnen het ruimtelijke beleid, zoals in het bijzonder het voldoen van planschadevergoedingen en de aanwending van het instrument planologische ruil. Onder planologische ruil wordt verstaan: de omwisseling van gebiedsbestemmingen vanuit een samenhangende visie op de duurzame ruimtelijke ordening van het volledige plangebied.

Er worden in dit artikel al twee voorbeelden gegeven van invulling van dit ‘ruimtelijk beleid’: het voldoen aan planschadevergoedingen en de inzet van ‘planologische ruil’.

Voorbeelden van aanwending voor het ‘ruimtelijk beleid’:

        De realisatie van beleidsmatige doelstellingen in de buurt inzake het verhogen van de woon- en leefkwaliteit van het project of zijn omgeving;

        De realisatie van beleidsmatige doelstellingen inzake duurzame mobiliteitsoplossingen; investeren in deelmobiliteit; uitvoeren van mobiliteitsondersteunende maatregelen voor een verbeterde ontsluiting van een bepaald gebied en voor de inrichting van verkeersveilige infrastructuur ten behoeve van de zwakke weggebruiker;

        Tegemoetkomen aan de stijgende nood aan publiek groen. Een nood die logischerwijze voortvloeit uit de hogere dichtheid;

        Uitvoeren van klimaatadaptieve ingrepen (vb. ontharding, wadi’s …);

        Realiseren, financieren, renoveren, beheren en subsidiëren van ondersteunende infrastructuur voor gemeenschapsvoorzieningen, onderwijs en buurtgerichte zorg (vb. school, sportinfrastructuur, kinderopvang, …);

        Realiseren en beheren van klein- en grootschalige ingrepen in de inrichting van het openbaar domein (vb. aanleg plein, plaatsen straatmeubilair, speeltoestellen, …), bijkomende publieke groen/blauwe voorzieningen, als antwoord op verhoogd ruimtegebruik, ondersteunende infrastructuur; 

        Realiseren van ingrepen ter bevordering van een goede waterhuishouding (vb. buffering water, openleggen beek, …).

Artikel 9: Dit artikel regelt de modaliteiten van de betaling van de last.

Artikel 10: Dit artikel bevat de stok achter de deur als niet tot betaling zou worden overgegaan.

Artikel 11: Artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning (toegevoegd door Instrumentendecreet) regelt de waarborg bij lasten in natura. Het bedrag van de waarborg wordt in dit artikel vastgelegd.

Artikel 12: Via de wijziging van het decreet betreffende de omgevingsvergunning door het Instrumentendecreet wordt de niet-uitvoering van de lasten gekoppeld aan het verval en de termijnen van verval van de vergunning in dit decreet:

a) binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen;

b) binnen tien jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning om te verkavelen zonder wegenaanleg;

c) binnen vijftien jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning om te verkavelen met wegenaanleg.

Artikel 13: Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening.

Juridische grond

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd op basis van het decreet over het lokaal bestuur dd. 22 december 2017, artikel 56 §2. Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009, meer bepaald artikel 2.3.1 en 2.3.2, dat de rechtsgrond voor deze verordening biedt.

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningsdecreet), artikel 75 en 77.

Het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 (B.S. 3 juli 2023).

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zullen opgenomen worden in de meerjarenplanning.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten, zoals in bijlage gevoegd bij deze gemeenteraadsbeslissing, wordt definitief goedgekeurd.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met het verder zetten van de decretaal voorziene goedkeuringsprocedure.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links STEDENBOUWKUNDIGE_VERORDENING_INZAKE_FINANCIËLE_LASTEN_BIJ_OMGEVINGSVERGUNNINGEN_-_AANGEPAST_N_1.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Subsidie projecten ontwikkelingslanden 2025 - Stemming

 

Feiten en context

Er werden 7 projecten (educatieve en aanvragen voor noodhulp niet meegerekend) ingediend.

Argumentatie

De toelagen worden toegewezen aan projecten van Boechoutenaren of Boechoutse verenigingen voor ontwikkelingssamenwerking.

Advies

Op 17 november 2025 werd advies gevraagd aan de GROS-leden. De GROS-leden gaven een positief advies.

Juridische grond

Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017  dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

Artikel 56 § 1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen de besluiten van de gemeenteraad uitvoert.

Subsidiereglement - subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden, subsidie voor humanitaire noodhulp en subsidie voor educatieve en sensibiliserende activiteiten, goedgekeurd in de gemeenteraad, in zitting van 27 juni 2022.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag incl. BTW

Investeringsnr.

Algemene rekening

Beleidsitem

€ 47.910

 

64902504

016000

 

 

 

Stemming

14 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Bruno Doms, Joost Derkinderen, Mieke Kaniszai, Jesse Franquet en Xander Meeuwesen

8 onthoudingen

Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Lode Van den Brande, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke en Ann Milbau

 

BESLUIT

Artikel 1

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 4.400 wordt toegekend aan Kebene .

Artikel 2

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 10.000 wordt toegekend aan OZG.

Artikel 3

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 7.200 wordt toegekend aan Gambiavrienden VZW.

Artikel 4

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 4.800 wordt toegekend aan Lake Bunyoni.

Artikel 5

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 4.000 wordt toegekend aan Zuiver water voor Dilolo.

Artikel 6

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 4.800 wordt toegekend aan Mira D'or.

Artikel 7

Een subsidie voor projecten in ontwikkelingslanden ten bedrage van € 3.200 wordt toegekend aan Maddo Dairies.

Artikel 8

Een subsidie voor educatieve en sensibiliserende activiteiten van € 3.900 wordt toegekend aan Oxfam-Wereldwinkel.

Artikel 9

Een subsidie van € 2.805 wordt toegekend aan 11.11.11.

Artikel 10

Een subsidie van € 2.805 wordt toegekend aan Broederlijk Delen.

Artikel 11

De gemeenteraad geeft de opdracht aan de dienst Financiën om deze subsidie uit te betalen van het krediet 64902504.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Goedkeuring overeenkomst Interlokaal overleg kunstonderwijs - Stemming

 

Voorgeschiedenis

Filiaalovereenkomst tussen de gemeente Boechout en de SAMWD van Lier sinds 1978.

Filiaalovereenkomst tussen de gemeente Boechout en de SASK van Lier sinds 2017 (overname van Hove, bundeling van al het kunstonderwijs via stad Lier).

Goedkeuring overeenkomst tot oprichting van een interlokale vereniging deeltijds kunstonderwijs regio Lier op 30 september 2019.

Bij raadsbesluit van 27 januari 2025 werd Nathalie Van Puyvelde aangeduid als lid van het beheerscomité en Koen T'Sijen als plaatsvervanger.

Feiten en context

Er is een ontwerp voor een nieuwe overeenkomst voor het Interlokaal overleg deeltijdskunstonderwijs.

Juridische grond

Artikel 392 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Decreet deeltijds kunstonderwijs van 28 februari 2018.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Stemming

 

Eenparig

 

BESLUIT

Enig artikel

De gemeenteraad keurt het ontwerp van de nieuwe overeenkomst Interlokaal overleg kunstonderwijs goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 15 december 2025

 

Kerkfabriek Sint-Bavo - Meerjarenplan 2026-2031 en budget 2026 - Stemming

 

Feiten en context

Het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 , goedgekeurd door de kerkraad op 26 mei 2025, ingediend bij het gemeentebestuur op 12 en 16 november 2025;

De raad van de kerkfabriek Sint-Bavo heeft op 12 november 2025 haar meerjarenplan 2026 - 2031 en budget 2026 voorgelegd voor advies aan de bisschop;

Het bisdom Antwerpen heeft op 13 (budget) en 14 november 2025 gunstig advies verleend.

Advies

Positief advies van de financieel directeur.

Juridische grond

        Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten in het Vlaamse gewest (art. 2, 3, 46 en47), in werking getreden op 1 maart 2005 (behalve het financiële gedeelte);

        Besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten;

        Ministerieel besluit van 27 november 2006 voor het vastleggen van de boekhoudkundige modellen;

        Omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst;

 

Stemming

21 stemmen voor

Philip Verstappen, Koen T'Sijen, Els Augustinus, Kris Swaegers, Nathalie Van Puyvelde, Dirk Crollet, Katrijne Van Hoof, Ria Van Den Heuvel, Rudi Goyvaerts, Sven Snyders, Christel Naenen, Annelies Veron, Erik Philibert, Bruno Doms, Lode Van den Brande, Joost Derkinderen, Jesse Franquet, Bjorn Aertgeerts, Tine Bracke, Xander Meeuwesen en Ann Milbau

1 onthouding

Mieke Kaniszai

 

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026 - 20231 van de kerkfabriek Sint-Bavo goed.

Artikel 2

De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Bavo.

Artikel 3

Het besluit wordt doorgegeven in het Loket voor lokale besturen, databank erediensten.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 15 december 2025

 

Prijs van de gemeente 2025 - Toekenning - Stemming

 

Feiten en context

Er werden tien kandidaturen ingediend:

 

K. Boechoutse V.V.:

Ingediend door Mevr. Michelle Matthijnssens

Acht geëngageerde ouders hebben samen de fakkel van de vzw K. Boechoutse V.V. overgenomen en nieuw leven ingeblazen.  De focus ligt op groei, respect en inclusie.  De vrijwilligers hebben er een hart voor de jeugd.

 

Geert Dom

Ingediend door Dhr. Werner Sels, Dhr. Stefan Van Rompaey en Dhr. Stef Voets

Als psychiater, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, verbonden aan Multiversum, heeft hij zich (ook op internationaal niveau) verdienstelijk gemaakt als (alcohol)verslavingsspecialist.  Hij is ook spelend lid bij Los Zaperos.

 

Roel Keersmaekers

Ingediend door 22 personen (zie bijlage)

Als stille kracht levert Roel al jarenlang een heel grote bijdrage aan de organisatie van de jaarmarkt. Hij ondersteunt ook meerdere Boechoutse verenigingen en stond mee aan de wieg van het Bessemcomité.  Na zovele jaren voorzitterschap van het jaarmarktcomité zou hij graag de fakkel willen overdragen.

 

Samentuin Raak-Wijveld:

Ingediend door Dhr. Koen Steel

Het project biedt de mogelijkheid om samen onze (voedsel)voetafdruk te verkleinen en aan te tonen dat lokaal gezond voedsel telen mogelijk en aantrekkelijk is. Het project kiest tegelijk voor herverdeling en sociale inclusie.

 

Annemie Van Dommelen en Herman Ledeganck

Ingediend door Mevr. Catherine Snoeckx

Annemie en Herman doen, behalve voor hun kinderen en vele kleinkinderen, zoveel goeds voor de mensen rondom hen. Ze zijn beide vrijwilligers voor verschillende initiatieven. Hierdoor zetten ze zich belangeloos in ten voordele van de medemens.

 

Jan Degeest

ingediend door Dhr. Jan Degeest

Jan Degeest is altijd bereid om via Happy Oncle optredens te doen over de Eerste Wereldoorlog.

 

De Satelliet

Ingediend door Dhr. Rudy Van Roosendael

Alle vrijwilligers die in het voedselverdeelpunt de medemens helpen met voeding, een koffie en een babbel.

 

Johan Holemans

Ingediend door Mevr. Madi Goris

Johan Holemans is vrijwilliger in de Sateliet waar hij alles op orde en proper houdt. Hij repareert belangeloos fietsen. Hij is vrijwilliger in het voedsel deelpunt en helpt mensen thuis met allerlei klusjes. Hij is een belangrijke steunpilaar in de Sateliet en voor de Maanwandelaars.

 

Christel Naenen

Ingediend door Mej. Eline Asselberghs

Christel Naenen is de drijvende kracht achter verschillende Vremdse verenigingen (Scouts & Gidsen Vremde, fietsclub Cycling Vremde, NVA Boechout-Vremde). Het vroeg opstellen  van de Kerstmarkt in Vremde, het openstellen van haar garage voor haar verenigingen als stockageplaats, ...  Niets is haar teveel.

 

Vera Hoedemakers

Ingediend door mevr. Ellen Burton

Vera zet zich steeds vol overgave in voor haar buren in de IJzerlei (verzorgen huisdieren planten gieten, troostende/opbeurende woorden, ...), maar bij uitbreiding ook voor alle Boechoutenaren, (vrijwilliger in de Boechoutse Wereldwinkel). Ze staat bij wijze van spreken dag en nacht paraat en verwacht er nooit iets voor terug. Elke straat in Boechout zou een Vera moeten hebben!

 

 

De kandidaturen met de volledige beschrijving/motivatie worden toegevoegd als bijlage.

Juridische grond

Het gemeenteraadsbesluit van 22 februari 1971 houdende goedkeuring van het reglement voor de toekenning van de prijs van de gemeente.

Het gemeenteraadsbesluit van 28 januari 2008 houdende goedkeuring van de nieuwe werkwijze in verband met de toekenning van de prijs van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

Het bedrag van € 500 is voorzien in het budget op de algemene rekening 64902501 en beleidsitem 070900.

 

Bij geheime stemming:

 

K. Boechoutse V.V. behaalt

0 stemmen

Geert Doms behaalt

3 stemmen

Roel Keersmaekers

10 stemmen

Samentuin Raak- Wijveld behaalt

1 stem

Annemie Van Dommelen en Herman Ledeganck behalen

0 stemmen

Jan Degeest behaalt

0 stemmen

De Satelliet behaalt

5 stemmen

Johan Holemans behaalt

0 stemmen

Christel Naenen behaalt

1 stem

Vera Hoedemakers behaalt

0 stemmen

 

1 ongeldige stem

 

BESLUIT

Enig artikel

De "Prijs van de gemeente" 2025 wordt toegekend aan de heer Roel Keersmaekers.

 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.